Archief van
Categorie: Opinie

Een korte kijk op een actueel of ander onderwerp, waarbij door middel van vraagstelling, humor en soms de visie van de auteur, de lezer aan het denken wordt gezet en hopelijk een glimlach wordt ontlokt.

Vette Klei

Vette Klei


vervagende verte

gekende horizon

in grijze ochtendnevel

als ploegscharen

blauwgrijze grond

geslepen omwoelen

in grove groeven

glanzende vette klei

op onafzienbare akker

 

Meander

‘Vette Klei’: © Meander; 19 januari 2020.  


Foto: Pas geploegde akker


Meer gedichten van Meander? Klik HIER.

 

Man O Man

Man O Man

een knappe kerel uit Groenekan                 


aarzelde over een leuke man                  


het was zo bizar             


gevoel in de war           


maar eigenlijk dacht hij, pak me dan  

 

 

 

Meander

‘Man O Man’: © Meander; 19 januari 2020.  


Gif: Internet


Meer gedichten met Hart & Ziel van Meander? Klik HIER.

 

Wil jij de onzekerheid in een relatie overwinnen? Klik HIER. 

Pak me dan

Pak me dan


een prachtige vrouw uit Pakistan                 


aarzelde over een leuke man                  


het was zo bizar             


gevoel in de war           


maar eigenlijk dacht ze, pak me dan  

 

 

 

Meander

‘Pak me dan’: © Meander; 16 januari 2020.  


Gif: Internet


Meer gedichten met Hart & Ziel van Meander? Klik HIER.

 

Wil jij de onzekerheid in een relatie overwinnen? Klik HIER. 

Tranen op het raam

Tranen op het raam

De trein remde af. We reden station Lelystad binnen. Mensen stapten uit en anderen stapten in om naar Zwolle, Assen of Groningen te gaan. Met luid gestommel en al mopperend over een niet meewerkende deur, gehinderd door een viertal grote tassen, kwam een stel de coupé binnen. Het was vooral de vrouw die zich verbaal roerde. Ze zetten zich tegenover mij. Twee tassen werden ongevraagd op de stoel naast mij gezet. De andere tassen werden tussen de benen van beide reizigers geplant. Ik keek glimlachend naar het tafereel, dat alles had van een reis waar beiden geen zin in hadden. Zij was een grote vrouw, wat zorgeloos of beter gezegd onverzorgd gekleed in een blauwe, enigszins verschoten jurk. Het donkerblonde haar leek niet al te stevig opgeknoopt en kon ieder moment los raken. Ze had haar jas op de tas gelegd die tussen haar benen stond. De man was gekleed in een donkergrijs pak, hetgeen de indruk wekte alsof hij op weg was naar een officiële gelegenheid, maar dat was gelet op de kleding van de vrouw niet waarschijnlijk.

De trein vertrok en ik verdiepte mij in mijn boek, althans dat probeerde ik. Mijn aandacht gleed echter steeds naar de man en vooral naar de vrouw tegenover mij. Wat ze precies zei tegen haar man, ik nam aan dat het haar man was, kon ik niet verstaan. Ze sprak in een voor mij onbekend dialect. Dat haar opmerkingen afkeurend en commanderend waren, was aan de toon waarop ze sprak en aan de mimiek van haar gezicht, meer dan af te lezen. De man reageerde bijna niet. Hij zei niets, keek naar buiten en dacht er vermoedelijk het zijne van. Af en toe legde hij zijn hand op haar hand.

We reden station Dronten voorbij. Een troosteloos station, hetgeen versterkt werd door de van de ramen aflopende regen, die het uitzicht grauw ontkleurde.
De man stond op en liep naar rechts door het gangpad. Even later kwam hij terug en liep door naar de andere kant. Op zoek naar een toilet, dacht ik.
De regen geselde de ramen van de trein. Ik keek er naar, waarna mijn blik naar de bank tegenover mij schoof. Ik knikte naar de vrouw.
“Wat zit je naar mij te kijken?”, vroeg ze boos in bijna accentloos Nederlands.
“U zit tegenover mij, mevrouw”, zei ik. ‘Als ik opkijk, zie ik u. Goedemorgen.”
“Je zit te gluren, smeerlap.”
“Dat lijkt me niet redelijk, mevrouw, want u zit direct tegenover mij.”
“Wacht maar tot mijn broer terug komt. Kun je niet ergens anders gaan zitten?” Het was dus niet haar man, constateerde ik. Ondertussen moest ik onwillekeurig, onhoorbaar maar wel zichtbaar lachen om haar verzoek om te verkassen. Ik wilde reageren, maar kreeg geen kans.
“Je zit mij uit te lachen, viespeuk!”, riep ze zo luid dat reizigers in de volle coupé meegenoten. “Ga weg!”, riep ze dwingend, onderwijl maakte ze met haar hand een beweging, alsof ze een vlieg wilde wegjagen.
Ik zei: “Mevrouw, ik zat hier al toen u hier kwam zitten. U bent tegenover mij gaan zitten en u heeft uw tassen ongevraagd op mijn tas gezet. Als u het niet fijn vindt om tegenover mij te zitten, heb ik er geen bezwaar tegen dat u ergens anders gaat zitten.” Ik voelde haar reactie op mijn iets te keurige en vileine antwoord al aan komen en vroeg me af of de vrouw had gedronken, of drugs had gebruikt.
Met schelle stem schreeuwde de vrouw: “Jij hebt toch geen twee stoelen nodig? Je hebt een kaartje voor één stoel, toch?” De redenering over de kaartjes was blijkbaar niet op haar van toepassing. Ik begon me af te vragen of het niet beter was om ergens anders te gaan zitten, vooral omdat de hele coupé zichtbaar meegenoot.
Ik zei zo rustig mogelijk in een poging haar te kalmeren: “Mevrouw, ik heb er geen bezwaar tegen dat uw tassen daar staan. Laten we ophouden met deze zinloze discussie. Ik ga mijn boek lezen en laat u met rust.” Op een of andere manier voelde ik me schuldig, terwijl daar geen enkele aanleiding voor was.

Het was even stil, maar mijn terugtrekkende beweging had niet het gewenste resultaat, temeer daar haar broer terug kwam lopen. Ze verviel weer in haar dialect en sprak overstuur en gehaast tegen haar broer. Ze wees daarbij meermaals naar mij. De broer keek een keer naar mij met een blik waar helemaal niets uit af te lezen viel. Hij sprak met de vrouw en fluisterde iets in haar oor. Ze werd steeds stiller. Het enige dat nog zichtbaar was van haar woede jegens mij, waren haar felle ogen die ze op mij gericht hield.
De man pakte een tasje en een fles water. Uit het tasje pakte hij een doosje. Hij drukte een roze tabletje uit een strip die hij uit het doosje had gehaald, waarna hij het tabletje in de mond van de vrouw stopte. Hij gaf haar de half gevulde fles water die ze zonder te stoppen leeg dronk. Hij nam de fles weer van haar aan, sloot de fles en zette die op het plankje voor het raam. Daarna deed hij zijn arm om haar heen. Ik wendde zoveel mogelijk mijn blik af, maar zag aan de man dat hij ergens op wachtte. Hij keek regelmatig naar mij, maar ik begreep niet wat hij duidelijk wilde maken

Tien minuten later zat de vrouw rustig voor zich uit te kijken. Het leek alsof ze in de verte staarde en mij niet meer zag. De man stond op en wenkte mij. Ik liep achter hem aan naar het halletje.
“Mijn vrouw is helaas ziek”, zei de man. “Excuses voor de overlast.”
Dus toch niet haar broer, dacht ik. Dat er wat aan de hand was, had ik al begrepen. Ik voelde een ondankbare, onhoorbare zucht van verlichting bij mijzelf en schaamde mij voor dat gevoel en voor mijn eerdere veronderstellingen. Ik zei: “Ik begrijp het en excuses zijn niet nodig. Kom laten we weer gaan zitten.”
Toen we weer zaten, keken we elkaar aan. Ik zag zijn verdriet en ik zag zijn liefde. Hij hield haar hand vast.

 

Meander

 

‘Tranen op het raam’: © Meander; 12 januari 2020.  


Bewerking foto internet; © Meander; 12 januari 2020
Beeld uit filmpje ‘Rain on window.’


Voor meer verhalen van Meander, klik HIER.

 

Klaar

Klaar

egoïsme verdampt                

misbruik van vertrouwen

smoort in zichzelf

ongemeende aardigheid

ketst welwillend

in kaatsende echo

tegen latente leegte

onbeperkt onbereikbaar

in vrijheid van voorbij

het is klaar

geniet van niets

in achtergebleven stilte

 

 

Meander

‘Klaar’: © Meander; 8 januari 2020.  


Foto: 
© Meander; 22 september 2019.

 

Niet Meer

Niet Meer

Waterkoude wind blies door de gaten van zijn flinterdunne, versleten jas. Door uitputting overmand, na twee jaar zwerven op straat, had hij de kerstmenigte gemeden. Het was bijna middernacht, vlak voor het nieuwe jaar. Een enkele straatlantaarn verlichtte zijn weg, terwijl hij langs het spiegelende water naar een brug liep. Hij had nog wat geld, maar wilde slechts rust. Slapen wilde hij, heel lang slapen. Hij nestelde zich tegen een schuine wand onder de brug. Een half uur later knalde links en rechts het vuurwerk, maar zijn gebroken ogen zagen het niet. Het nieuwe jaar had hem niet meer bereikt.

 

 

Meander

 

‘Niet Meer’: © Meander; 24 december 2019 


Tekening: 
© Meander; 24 december 2019 


Meer verhalen van Meander? Klik HIER.

 

Wat zou het kindeke zeggen

Wat zou het kindeke zeggen

wat zou het kindeke zeggen              

van vrouwenonderdrukking              

van eeuwige homohaat                

van het misbruik door de kerk

van waar de kerk voor staat              


wat zou het kindeke zeggen            

van het gebrek aan delen            

van ongekende hebberigheid            

van het gebrek aan naastenliefde          

van beperking van iemands vrijheid        


het kindeke zou zwijgen              

verstomd van verbijstering                  

om het angstig egoïsme              

om zoveel godslastering

 

 

Meander

“Wat zou het kindeke zeggen”: © Meander; 25 december 2019


Bewerking foto Internet: 25 december 2019

 


Meer gedichten van Meander? Klik HIER.

Zee kust kerst

Zee kust kerst

zee kust kerst                

verdwenen vlokken           

vergeten vriezen          

nooit meer dooien        

zee kust warmte        


zee kust kerst            

wassend water

krimpend land                     

teveel niet genoeg          

zee kust minder            


zee kust kerst            

hoe vaak nog

voor wie nog

waarom nog

zee kust zee    

 

Meander      

“Zee Kust Kerst”: © Meander; 2 december 2019


Bewerking foto Internet: 2 december 2019

 


Meer gedichten over Zee, Kust en Strand van Meander? Klik HIER.

Altijd Kerst

Altijd Kerst

Adjoa, was een rank meisje met lang donker haar en glanzende, bruine ogen. Ze zat op haar hurken. Haar veel jongere broertje rolde een zelfgemaakte bal van oude lappen in haar richting. De moeder van de kinderen was druk bezig om het schamele eten dat ze had kunnen verzamelen, te bereiden. Ze was er, zoals altijd, al meer dan een uur mee bezig.

Het meisje pakte haar broertjes hand en wandelde met hem door het dorp. Het kleine kereltje keek voortdurend om zich heen, tot hij de oude man zag zitten. Het ventje zwaaide uitbundig naar de man, wiens lange zilverwitte haren hen tegemoet leken te schijnen. De man knikte en wenkte hem, maar het jongetje durfde niet.
Zijn zusje zei: “Ga maar, Thabo, niet bang zijn.” Ze duwde haar broertje naar voren. “Geef maar een hand.” Aarzelend stak het ventje zijn hand uit.
De man nam de kleine hand van de jongen in zijn door zon, werk en ouderdom verweerde hand. “Dag, Thabo, dag Adjoa”, zei de man.
“Dag, nna nna nna” zei Adjoa. Thabo zei niets, keek vooral naar beneden en af en toe een beetje naar boven. Hij gluurde door zijn wimpers naar de voor hem zo indrukwekkende verschijning.

De man draaide zich om, pakte iets uit zijn tas en hield het omhoog, waarop de ogen van het ventje begonnen te schitteren, maar Thabo durfde het niet aan te nemen. De oude man legde het in het kleine handje van het manneke en duwde daarna de vingertjes dicht. Een brede glimlach verscheen op het gezicht van de jongen. En de oude man? Die glimlachte mee. Hij gaf Adjoa er ook een. Toen de oude man niet naar hem keek, stopte Thabo de lekkernij snel in zijn mond, alsof hij bang was het weer kwijt te raken. Het meisje bedankte de man en bewaarde het geschenk in een zak van haar versleten rode jurkje. Voor straks, dacht ze.
Ze liepen verder, nagekeken door hun opa, de oudste van het dorp, die al zoveel gezien en gehoord had.

De auto schoof nog een stukje door op de gladde ondergrond, nadat John hard geremd had. De meiden gilden het uit van plezier en riepen: “Nog een keer, Nog een keer.”
“Uitstappen”, zei hun vader. De deuren gingen open en ze sprongen uit de grote, zwarte Jeep. De drie meisjes, gekleed in warme winterjassen, renden op hun snowboots door de sneeuw naar de deur en riepen: “Mama, mama, open, open.” Hun moeder deed even later de deur open en ontving onder luid gejoel een lading sneeuwballen. Ze lachte om haar drie deugnieten. John gaf zijn vrouw een kus en vroeg haar of de boom al was gebracht.
“Die staat klaar. Jullie kunnen aan het werk. Het is de grootste en het wordt de mooiste kerstboom ooit.”
“Yeahhh”, juichten de meisjes.

stxmco001christmas_tree_and_presents

Olivia hielp haar man de overvolle tassen vol geschenken naar binnen te brengen. Ze moesten wel drie keer lopen. “Het lijkt wel of het ieder jaar meer wordt”, zei ze.
Christel, Brenda en Emerald waren te oud om nog in Santa te geloven, maar de cadeaus wilden ze niet missen. Het is ieder jaar weer een hele uitdaging om aan alle wensen te voldoen, dacht Olivia.
De koelkast zat barstensvol. In de oven stond een in cellofaan verpakte, grote kalkoen, die morgen zou worden gebraden.

Vanavond gingen ze met zijn allen naar de kerk om kerstavond te vieren. Het werd een belangrijke avond met veel zakelijke gasten na het kerkbezoek. Gelukkig hoefde ze niet zelf te koken voor de dertig gasten. Dat had ze uitbesteed aan een cateraar. John zei tegen Olivia: “Wat hebben we het goed.” Zijn vrouw was van mening dat ze het verdienden. Ze hadden er per slot van rekening hard voor gewerkt.

Drie avonden later zou Olivia tegen haar man zeggen dat ze blij was dat het er weer op zat. “Wat is het ieder jaar weer een gedoe. Druk, veel eten, van hot naar haar rijden. Heel gezellig, maar wel vermoeiend.” Overmorgen gingen ze naar de stad om de cadeaus die ze niet leuk vonden, te ruilen.

Adjoa en Thabo liepen direct naar hun moeder toen ze thuis kwamen. Ze vertelden wat ze van ‘nna nna nna’ hadden gekregen. Adjoa liet het aan haar moeder zien. “Voor ons samen, mama”, zei ze. “De oudste verwent jullie teveel”, zei haar moeder. “Kom we gaan eten.”
Ze waren snel klaar met eten, want het was niet veel. Na het eten veegde het meisje de houten bordjes en de van blikken gemaakte pannen schoon en zette ze weg.

Het kleine ventje was moe geworden. Zijn moeder ging zitten, nam haar tweejarige zoon op schoot en trok haar dochter tegen zich aan. Ze vertelde een verhaal over een kindje dat was geboren in een stal. Het lag in een voerbak voor dieren.
Dat vond Adjoa zielig. “Waarom had hij geen huis, zoals wij?”, vroeg ze.
“Zijn vader en moeder waren gevlucht voor een keizer, die kleine kinderen vermoordde”, antwoordde haar moeder. Thabo was ondertussen in slaap gevallen.
Ashanti vertelde verder over het kindje, over de toekomst van het kind en wat hij de mensen leerde. “Daarom vieren we ieder jaar kerst”, zei ze, “omdat het kind is geboren voor iedereen. Kerst is het feest van de liefde.”

Adjoa zei: “Mam, het zou altijd kerst moeten zijn.” Haar moeder aaide haar dochter over haar bol en keek, zittend in de deur van haar hutje in de kleine oase, voor zich uit, naar de kale, droge woestijn met die ene verdorde, half afgebroken boom en talloze, verdroogde graspollen.
Haar ogen waren vochtig. Ze dacht aan haar overleden kinderen en ze dacht aan haar man, die was gesneuveld, in de nog immer voortdurende oorlog. Haar ogen waren vochtig en een traan zakte langzaam over haar wang. Ze trok Adjoa dicht tegen haar aan en zei: “Ja schat, het zou altijd kerst moeten zijn.”

 

 

Logo Meander

 

war-child

warchild.nl

 

‘Altijd Kerst’: © Meander; 21 december 2014.  


Foto’s: Internet


Meer kerst van Meander? Klik op “Was het maar geen kerst”, of “Chadi en de kerstman.”

Chadi en de Kerstman

Chadi en de Kerstman

Chadi maakte zich geen illusies, maar hij was niet van plan nu al op te geven. Het was bijna kerst. De toegang tot de grote kerstmarkt voor kerstbomen, kerstversieringen, kerstcadeaus en een keur aan etenswaren was gratis. Hij zou en moest naar binnen, want je kon overal hapjes proeven en gratis warme chocomel, koffie en thee krijgen.

De belangstelling was groot en des te dichter hij bij de deur kwam, des te drukker het werd. Ouders met kwetterende kinderen, twee groepen ouderen die met de bus waren gebracht en achter hem een groep nerveuze meiden in jurkjes met glitters en lampjes. De meer dan dertig meisjes droegen engelenvleugeltjes op hun rug en waren letterlijk schitterend opgemaakt. Zelfs in hun haar hadden ze lampjes. De danseressen, wist Chadi, want dat had hij in het gratis kerstkrantje gelezen.

Chadi schuifelde onopgemerkt met zijn boodschappenkarretje naar binnen. Het karretje was leeg, omdat hij al zijn spullen had opgeborgen in een kluisje op het station. Het kluisje had hem twee euro gekost, maar als hij zijn karretje vol wist te laden, was het dat meer dan waard. Chadi keek vanuit een ooghoek naar twee beveiligers, die hem naar zijn gevoel iets te indringend bekeken.

Eenmaal binnen liep hij op zijn gemak rond, al was hij op zijn hoede voor plotselinge aandacht van mannen of vrouwen met dat irritante, zilveren V-tje op hun revers. Hij viel vooral op door zijn versleten jas en zijn afgetrapte sneakers die contrasteerden met zijn korte, donkere, verzorgde haar en zijn gladgeschoren gezicht. Sommige mensen keken nieuwsgierig naar Chadi, maar lieten hem met rust. Na een gratis espresso en een stuk amandelstaaf, verkende hij de mogelijkheden om het karretje gevuld te krijgen.

Binnen een half uur zat zijn karretje halfvol, al bestond een derde uit nutteloze folders. Kip, vis, zes krentenbollen, proefflesjes- en pakjes met sap en zelfs een broodje ham waren in de tas verdwenen. Plotseling stond hij oog in oog met Hans en zijn collega van handhaving.
“Dag, Chadi. Boodschappen doen voor de kerst?”, vroeg Hans.
‘Ja, man. Ik mag hier toch zijn?”, reageerde Chadi nerveus.
“Zeker, Chadi, je mag hier zijn. Je moet langs de achterste stands lopen, want daar geven ze veel weg, maar eerst kun je beter even naar die grote stand gaan.” Hans wees naar rechts. “Die met al die kerstbomen en gouden slingers. Fijne kerst, Chadi.”
De totaal verbouwereerde Chadi dacht even dat hij voor de gek gehouden werd, maar begreep dat Hans het meende. “Jullie ook”, zei Chadi nogal luid, waarop hij naar de stand liep die Hans had aangewezen.

Een dame op de stand vroeg wat ze voor hem kon doen.
“Niets”, zei Chadi. “Ik kom voor gratis spullen. Geld om iets te kopen, heb ik niet.”
“Dan ben je hier aan het goede adres”, zei de jonge vrouw. Ze had donkerblond, lang, krullend haar en was gekleed in een soort van kerstpakje met groene en rode kleuren. Op haar hoofd droeg ze een rood, scheef hangend kerstmutsje met een wit vilten randje. De rouge op haar wangen was bewust overdreven om het effect van een betoverende kerstfee te bewerkstelligen.
“O”, zei Chadi verbaasd en argwanend. “Waarom?”
“Ik ben Anita. Wij zijn hier voor mensen die onze hulp nodig hebben. We doen dat namens verschillende organisaties. Tijdens de kerst doen we wat extra’s. Wat heb je nodig?”
“Een huis”, zei Chadi, “en werk.”
“Heb je geen uitkering?”
“Ja en ze helpen me wel, maar ik kom niet verder.”
Anita zei: “Helaas hoor ik dat vaker. Huizen en werk regelen wij niet, maar andere dingen wel. Heb je kleding nodig?”
“Een broek, een shirt en een trui,”, zei Chadi, die schrok van zijn eigen antwoord. “Sorry”, zei hij.
“En een goede winterjas, denk ik”, vulde Anita aan, zonder acht te slaan op zijn excuus.
“Kan dat allemaal zomaar?”, vroeg Chadi verbaasd.
“Niets kan zomaar, maar soms is het nodig”, zei ze.

Een half uur later had Chadi nieuwe kleding, een winterjas en stevige schoenen. In plaats van dat hij er was uitgegooid door de beveiliging, werd hij geholpen als een koning. In een extra tas die hij had gekregen, zat een pakketje sokken, ondergoed, twee handdoeken, tandpasta en bonnen voor dertig maaltijden. Chadi had het over zich heen laten komen, maar was er nu bij gaan zitten. Hij had vochtige ogen en wilde iets zeggen, maar kwam niet meer uit zijn woorden. Anita zag het en vroeg of ze iets voor hem kon doen.
“Nog meer?”, vroeg Chadi stamelend. “Wat kan ik doen? Wat kan ik terugdoen?”
“Niets, dat hoeft niet. Wil je een warme chocomel, of een glühwein?”
Chadi vroeg “Mag ik muntthee?” Anita liep weg, Chadi keek haar na en vroeg zich af of hij droomde.

Chadi en de Kerstman

Anita kwam terug met muntthee en een glühwein. Ze had tegen haar collega’s gezegd dat ze even niet beschikbaar was. Ze moest er aan trekken, maar ze kwam er achter dat Chadi al drie jaar op straat zwierf, sinds hij uit huis was gezet door zijn ouders. Hij was negentien jaar en was niet meer naar school gegaan, toen hij op straat kwam te staan. Hij sliep meestal bij het Leger des Heils, maar soms ook op straat.
Chadi vertelde welke stomme dingen hij had gedaan en dat hij zijn ouders wel begreep, maar nu niet meer wist hoe hij er uit moest komen.
Anita liep even weg, sprak met een collega en kwam met nog een muntthee terug en een gevulde koek.

“Wil je ons af en toe helpen in het magazijn?”, vroeg Anita.
“Hoe kom ik daar?”
“Wij regelen het vervoer, als je wilt helpen.”
“Ik wil wel. Heb ik wat te doen.”
Anita keek hem een tijdje aan, kwam op een idee, aarzelde en keek naar haar bekertje glühwein.
“Wat is er”, vroeg Chadi. “Je wilt iets zeggen, maar het lijkt alsof je het niet durft.”
Anita keek hem met een waarderende glimlach aan en zei: “We hebben de komende tijd bij inzamelacties een Kerstman nodig. Een aardige, gezellige, lieve Kerstman. Eentje die naar kinderen luistert, kleine cadeautjes geeft en winkelende mensen oproept om producten te kopen voor het voedselloket.”
“Denk je dat ik dat kan?”, vroeg Chadi. “Nee, man, dat kan ik niet.”
Anita zei: “Dat denk ik niet alleen, dat weet ik wel zeker.” Morgen contact opnemen met de sociale dienst, dacht ze. Deze jongen moet snel geholpen worden.

Op 23 december zat Chadi, voor de vierde keer, verkleed als Kerstman, met een heel dik kussen voor zijn buik gebonden, in een supermarkt, samen met vier vrijwilligers van het Voedselloket.
Het was druk en de Kerstman kwam ogen en oren tekort. Tegen vieren werd het iets rustiger. Een echtpaar, met drie kinderen in de leeftijd van drie tot acht jaar, kwam aanlopen. De jongste, een klein meisje, rende op hem af en stak haar handen in de lucht. Hij moest haar wel optillen.

Ineens zat ze bij hem op schoot, zijn jongste nichtje, die hij alleen mar had gezien toen ze nog een klein babytje was. Chadi’s zus en haar man lachten om hun kleine meid. Chadi deed zijn uiterste best om een goede Kerstman te zijn, riep een paar keer “HoHoHo”, gaf de kinderen een cadeautje en nam een tekening aan van de oudste.
“Achterop staat mijn verlanglijstje”, zei Nouh.
“Dankjewel, Nouh”, zei de Kerstman.
“Zie je wel, mama”, zei de jongen. “De Kerstman weet alles. Hij kent zelfs mijn naam”

Durya, Chadi’s oudste zus, had bedenkelijk naar de Kerstman gekeken. Ze bedankten de Kerstman en liepen verder, nagekeken door Santa Chadi. Er was geen tijd om er nog langer bij stil te staan, want de drukte nam weer toe. Hij moest opletten, want hij wilde geen kind overslaan en mocht niet vergeten de ouders een donatie te vragen voor het voedselloket.

Een kwartier later, toen Chadi naar achteren liep om te gaan eten, kwam Durya ongemerkt aanlopen. Ze pakte de Kerstman bij zijn arm en vroeg zachtjes, met tranen in haar ogen: “Chadi?”

 

Logo Meander

 

Doneer aan het Voedselloket of de Voedselbank in uw woonplaats, alstublieft.

 

Voedselloket Almere Papa

“Chadi en de Kerstman”: © Meander; 9 december 2016


Tekening: 
Internet

 

FedEx

FedEx

een kekke koerier uit IJsselstein                  


verplaatste dozen bij het dozijn                


smoesde eens per week               


naar Poort voor een break              


om even bij háár te kunnen zijn             

 

 

Meander

 

“Fedex”, een korte limerickachtige verwoording van de voorzichtige dans van twee mensen, waarvan de één dozen inpakt met leuke dingetjes en de ander de dozen gezwind bezorgt bij klanten, die haast níet kunnen wachten. Hoe een toevallige ontmoeting tot een real live experience voor hen en voor de bezoekers van Take a Break is geworden.


“Fedex”: © Meander; 26 november 2019


Foto: Internet.


Meer gedichten van Meander? Klik HIER.

 

Sneller dan licht

Sneller dan licht

sneller

 

 

Meander

 

‘Sneller dan het licht’ een tegeltje dat alles zegt.
We kunnen alles dat een hogere snelheid heeft dan licht, niet waarnemen. Het is al voorbij, voordat het gebeurd is. Het is daar waar het licht aan de waarneming ontsnapt en dat is niet alleen in een zwart gat, waar licht schijnbaar vertraagd tot het stil staat of…???
De bewering is dat de tijd er stil staat, maar het is het licht dat schijnbaar niet beweegt, waardoor het stil lijkt te staan, voordat het verdwijnt.
Kan er toch iets zijn dat het licht in snelheid overtreft? Zeker weten zullen we het nooit, omdat we het niet kunnen zien.


‘Sneller dan licht’: © Meander; 30 september 2019.  


Afbeelding: 
Internet.


Meer berichten van Meander? Klik HIER.


Voor meer informatie, klik HIER.

Zij, die dichters

Zij, die dichters

zij                   

beklemde inktdopers              

naarstige woordenzoekers              

genoopte dwangschrijvers             

dagelijkse dagboekers              

verloren in niets                


zij                

levend in dromen

verhalen liefde

schreeuwen verdriet

verafgoden natuur

verwoorden gevoel            


zij

in talloze spiralen

heen en terug

op schreden

oordelend

beoordelend            


zij

over loslaten

over jezelf zijn

over grenzen

over samen

of niet


zij

zijn wij

als van hen

schrijft 

geketende pen

ultieme vrijheid

 

Meander


‘Zij, die dichters’: © Meander; 27 augustus 2019.  


Plaatje: Brainy Quote; Internet 


Meer gedichten van Meander? Klik HIER.

Vals excuus voor 937 aardbevingen sinds Rutte regeert.

Vals excuus voor 937 aardbevingen sinds Rutte regeert.

Rutte zei drie keer sorry afgelopen week voor de situatie in Groningen, na weer een zware aardbeving in Groningen.
Een vals, veel te bescheiden, vaker gehoord sorry. Zolang hij regeert (14 oktober 2010) zijn er 937 bevingen geweest in Groningen. Dat is 68% van alle bevingen die in Groningen hebben plaatsgevonden (1369) tot en met vandaag.

Het gasdebat was een farce, een herhaling van teksten uit eerdere gasdebatten. De meest gehoorde zin, al sinds het aantreden van Kamp, is: “We gaan er nu echt wat aan doen.”
De werkelijkheid is, dat deze regering de adviezen van de Onderzoeksraad voor de Veiligheid en het Staatstoezicht op de Mijnen negeert.

Meer dan 100.000 schademeldingen sinds Rutte regeert. Volgens mij ben je dan over-verantwoordelijk en is het zeggen van sorry eigenlijk een belediging.

Rutte en zijn vrienden: “We gaan er wat aan doen. Voor het kerstreces hoort u van ons.” Kerstreces van welk jaar is nog niet bekend.
“We gaan het stuwmeer wegwerken. Dat laatste overigens niet in het belang van de Groningers, maar in het belang van onze opdrachtgever, Shell. U accepteert een aanbod van 5.000 euro en dan zoekt u het verder zelf maar uit, of een bod van 11.000 euro en dan doet een aannemer zijn werk. Accepteert u niet, dan moet u waarschijnlijk vrij lang wachten.”
Het onvermogen en de onwil van de Rutteregeringen leidt derhalve tot chantage.

Vandaag weer een beving van 2.5. Die van 4.0 of meer komt er aan, meneer Rutte. Gaat u dan 4 keer sorry zeggen en daarna lekker op de fiets naar huis om heerlijk te slapen zonder nachtmerries?

 

Meander

“Vals excuus voor 937 bevingen sinds Rutte regeert: © Meander; Almere; 9 juni 2019.

Foto lachende Rutte: Internet.


Meer lezen over Groningen en het onrecht dat Groningen wordt aangedaan? Klik HIER.

Te Laat (slot)

Te Laat (slot)

Het laatste hoofdstuk uit het boek “Te Laat” dat Folkert Buiter in 2014 schreef en dat in 2015 is uitgekomen bij uitgeverij Boekscout.
Dit hoofdstuk wordt nu door mij geplaatst op mijn pagina Meander, omdat iedereen denkt dat dit niet kan gebeuren. We bedoelen eigenlijk dat we het niet willen, maar het kan wel, dus praten we er niet over.
Na weer een zinloos Kamerdebat op 4 juni 2019 over “wat we gaan doen” maar al zeven jaar niet doen, vond ik het tijd om de betekenis van (on)veiligheid, van de mogelijke gevolgen van wat we niet (kunnen) weten, te publiceren.
 Natuurlijk is het een boek, een menging van fictie en non-fictie, maar als…
Overdreven? Niet het aantal slachtoffers telt, maar het feit dat er slachtoffers kunnen zijn en meer nog dat er al decennia steeds meer slachtoffers zijn.


192    Drie Juli

Tom was wakker geworden, zag Anneke liggen en trok haar naar zich toe, waardoor ze wakker werd. Op dat moment hoorden ze een zwaar, dof gegrom overgaand in gerommel en voelden ze een trilling. Het was snel weer stil.
‘Dat was een aardbeving’, zei Tom ‘en het was een stevige.’
Zes minuten later hoorden ze een keiharde knal en toen? Toen begon alles te bewegen. Het bed trilde, de kasten kraakten en schudden, er vielen foto’s op de grond. Beneden hoorden ze dingen op de grond vallen.
‘Jelle, Sophie’, riep Tom. Hij rende de kamer uit. De kinderen waren al wakker en liepen direct mee naar beneden. De aardbeving was na bijna 20 seconden voorbij.
‘Ik haal wel kleren’, zei Anneke. ‘We moeten ons eerst aankleden.’ Het was weer stil, maar Tom begreep dat hij aan het werk moest. Zo te zien was er niets mis met het huis. Er lagen dingen op de grond. Twee gebroken glazen en een vaas met bloemen, die in stukken lag. Toen hij in voorkamer kwam, zag hij dat de boekenkast half leeg was. De boeken lagen op de grond. Hij zei tegen Anneke: ‘Wil jij bij de kinderen blijven, dan ga ik als een speer naar het bureau, als dat lukt.’
Buiten hoorden ze geroep en sirenes.
‘Pas goed op jezelf’, zei Anneke. Ze gaf hem een kus.
Sophie pakte zijn arm en zei bang: ‘Pap, kun je niet blijven? Kom je wel terug?’
Hij zag de angst in haar ogen. ‘Ik kom terug, schat. De aarde is wel even uitgeschud.’ Helaas was dat niet waar, omdat de grote klap de hele ondergrond in beweging had gebracht. Op diverse plaatsen in Groningen volgden naschokken.

Tom liep naar buiten, stapte in zijn auto en zag dat veel mensen buiten stonden. Hij zette het zwaailicht op de auto en deed de sirene aan. Op het eerste gezicht zag hij geen direct opvallende schade, maar hij dacht aan zijn eigen huis, dat toch vrij stevig was en besefte dat het goed mis was als de mensen in Haren al op straat stonden.
Dit was een hele zware aardbeving, maar niet hier, dacht Tom. Op de radio was nog geen informatie, maar op de politieradio gonsde het van de meldingen. Onderweg zag hij een lange scheur in de vluchtstrook op de A28. Naarmate hij dichterbij Groningen kwam, zag hij meer en meer schade. Hier en daar lagen stenen en dakpannen op straat. Binnen een kwartier was hij bij het bureau, waar het wemelde van de collega’s. Toen hij uitstapte kwam de commissaris op hem af.
‘Vier punt vier’, zei de commissaris, ‘tenminste dat zegt het GON.’
‘Waar is het epicentrum?’, vroeg Tom.
Daan zei: ‘Weten we nog niet.’ Op dat moment klonk weer gerommel en trilden de ramen. Ze voelden de grond enkele seconden sidderen.
‘Ook dat nog’, zei Tom. ‘Een flinke naschok.’ Ze liepen naar binnen. Daan vroeg aan de balie wat ze wisten en vroeg Ria om de collega’s bij elkaar te roepen in de kantine. Tom belde het gemeentehuis om het rampenplan aardbevingen in werking te stellen. De gemeentesecretaris nam op en zei: ‘Ik geef je de burgemeester.’
Tom zei tegen Karel dat hij het crisisteam met alle deskundigen moest formeren volgens het draaiboek. ‘Ik bel met Den Haag en de nationale korpsleiding. Coördinatiekamer in het gemeentehuis. Wil je Koos Boelen vragen om te komen?’
‘Koos is onderweg’, zei Karel. ‘We waren al bezig. Coördinatiecentrum is in het provinciehuis, want het gemeentehuis heeft teveel schade om de veiligheid te garanderen.’
‘Ik bel je zo terug’, zei Tom. Hij keek na nog een serie telefoontjes, ongerust naar de geschokte blik van Daan, die uit de kantine kwam.
Daan zei: ‘De hele provincie is getroffen. Er is sprake van meer dan tien doden en honderden gewonden. Ingestorte woningen, boerderijen, bedrijven en andere gebouwen. Er zijn kapotte wegen en bruggen en de dijk van het Eemskanaal bij Hoeksmeer en Woltersum is op twee plaatsen bezweken.’
Tom zei: ‘Jij gaat naar het provinciehuis. Het is waarschijnlijk veel erger dan we nu weten’, zei Tom. ‘Ik zal de nationale korpsleiding vragen het leger in te zetten. Ga nou maar, ik ga bellen.’ Vijftien minuten later was er een gigantische machine in werking gesteld. Een machine die groter was dan in het oorspronkelijke rampenplan was voorzien.

Na alle telefoontjes belde Tom weer met Karel en zei: ‘Alle overbodige personen buiten de deur houden en de pers mededelen dat hinderen als een misdaad wordt gezien. Het leven van mensen gaat voor de vrijheid van pers. Hulpverleners uit het hele land worden gewaarschuwd, inclusief het leger. Onze buren in Duitsland zijn al op de hoogte en komen helpen. Brandweerkorpsen uit Leer, Oldenburg en andere plaatsen zijn onderweg naar Delfzijl. We weten nog niet veel, maar een deel van de noordzijde van de Grote Markt ligt plat, verderop in de stad zijn zes cafés ingestort. In het noorden van Stad is een flat ingestort. Loppersum, Stedum, Middelstum en omliggende dorpen, zijn zwaar getroffen.’ Karel vloekte en riep dat hij Den Haag en de EMN voor de rechter zou slepen.
‘Later Karel, emoties weg nu en volg het draaiboek. Wees maar blij dat de beving niet een paar uur eerder plaats vond, dan waren er nu honderden doden in die cafés’, zei Tom.

Tom liep naar de projectkamer die nog in gebruik was voor het onderzoek. Hij zei: ‘Christine, jij vervangt mij op het bureau. Ik blijf bereikbaar, maar ga kort voor overleg naar het provinciehuis.’ Hij gaf haar drie nummers van officieren die de leiding hadden over drie compagnies militairen, die met zwaar materieel kwamen helpen. ‘Middelstum, Stedum, Loppersum, Ten Boer, Ten Post en omliggende dorpen, daar moeten ze naar toe. Verder informatie volgt’. Hij draaide zich naar Annabelle en zei: ‘Laat alle politiemensen die nog niet aanwezig zijn oppiepen. Geef dat ook door aan Leeuwarden en Assen.’
Annabelle zei dat veel plaatsen telefonisch onbereikbaar waren. ‘Des te noordelijker, des te minder communicatie’, zei ze, ‘maar we zullen er alles aan doen.’

Tom vertrok, omdat overleg met het coördinatieteam nodig was. Ze wisten nog te weinig. Een telefoonteam belde alle gemeenten en vier helikopters werden ingezet om de schade in beeld te brengen, hoorde Tom onderweg. Er werden SAR-helikopters uit het hele land ingevlogen en Defensie stuurde acht grote helikopters. Dat was het laatste nieuws, voordat Tom de kamer binnen liep. Hij verdrong met moeite zijn woede om de ramp die voorkomen had moeten worden.

Karel kwam een minuut nadat Tom was gearriveerd op het provinciehuis lijkbleek binnenlopen en zei dat er sprake was van meer dan zestig doden en honderden gewonden. Alle ziekenhuizen in het land waren geïnformeerd. Het GON corrigeerde de eerdere melding en zei dat om vier uur tweeënvijftig een aardbeving met een magnitude van vijf punt een had plaatsgevonden in de buurt van Westeremden. Een zware naschok van drie punt negen bij Middelstum en een van drie punt zeven bij Schildwolde waren de eerste beving binnen een half uur gevolgd. Vlak voor de zware aardbeving was er een klap van twee punt negen geweest bij Garmerwolde ten noordoosten van de stad Groningen. Sinds de zware beving waren er nog zes andere naschokken verspreid over Groningen geweest, waarvan er een ten Noorden en een ten zuiden van Delfzijl.
‘Hoe zit het met de dijk bij het Eemskanaal?’, vroeg Daan.
De dijkgraaf zei: ‘Het waterschap is samen met bedrijven al bezig, maar behalve de twee kleine doorbraken, zijn er vier grote, zwakke plekken. Het water stroomt de polder al in en de gaten zullen groter worden. Ze gaan met helikopters zand en stenen brengen. Het kost minstens drie dagen om de gaten te dichten. Al die tijd stroomt het water de polders in.’ Ze zuchtte diep en zei: ‘We hebben teams naar de zeedijk bij de Eemshaven en bij Delfzijl gestuurd, omdat er meldingen zijn van tientallen scheuren, verzakkingen en van water dat onder de dijk door loopt.’

Vanuit Delfzijl kwam de melding dat het chemiepark de aardbevingen goed had doorstaan. De brandweer op locatie was versterkt met korpsen uit Duitsland. Het chemiepark werd in de loop van de dag gecontroleerd op schade en lekken. Ze stelden vast dat er chloor lekte en nog twee andere stoffen. Het was niet veel en het probleem werd snel opgelost, maar bij verdere controle bleek dat veel installaties en opslagtanks waren ontzet. De tanks werden leeggepompt. Het was maar net goed gegaan besefte iedereen. De omgeving van Delfzijl was aan een ramp ontsnapt. De zorgen waren echter niet voorbij, omdat de zeedijk lekte en grote verzakkingen vertoonde. Als de dijk doorbrak, zelfs al was het maar een beetje, dan liep het chemiepark ernstig gevaar.

In de loop van de dag werd steeds duidelijker hoe groot de ramp was. Achtenzeventig doden, minstens zeshonderd gewonden en een onbekend aantal vermisten. Oude, historische boerderijen, woningen, scholen en bedrijfsgebouwen waren ingestort, of grotendeels vernield. Een school waarvan de gemeente al jaren volhield dat er geen reden tot zorg was, zolang er geen aardbeving kwam, was volledig ingestort, terwijl de werkzaamheden voor de versteviging pas enkele weken geleden waren begonnen. De dakconstructie had het begeven en was op de eerste verdieping gekomen, die door dat extra gewicht as ingestort. In andere plaatsen waren drie scholen volledig vernield en was een onbekend aantal scholen ernstig beschadigd. Goedkope woningen uit de jaren zestig en zeventig hadden het nagenoeg allemaal begeven.
In veel plaatsen waren mensen de straat op gegaan na de eerste beving bij Stad, waardoor honderden levens gespaard bleven. Verschillende mensen hadden hun thuis met eigen ogen in elkaar zien zakken. Hier en daar waren branden uitgebroken, maar er was onvoldoende capaciteit om alle branden te bestrijden.

Enkele kleinere dijken waren bezweken, maar de veelal kleine gaten konden snel worden gerepareerd. Zwaar beschadigde wegen en bruggen belemmerden de hulpverlening. De telecommunicatie lag er in het noorden van de provincie grotendeels uit, omdat installaties en antennes waren vernield. Helikopters en legervoertuigen werden ingezet om gewonden te vervoeren en evacueerden mensen uit het gebied dat onder dreigde te lopen. De waterstand zou niet boven de anderhalve meter komen, maar het gevaar was groot. De stroming van het water was onvoorspelbaar en bleek woningen die teveel waren aangetast door de aardbevingen, mee te sleuren.
De dijk van het Eemskanaal lekte op meer plaatsen en dreigde op twee plaatsen bij Appingedam door te breken. Eenheden van het leger en vrijwilligers werkten onafgebroken aan de versteviging van de dijk. Ze legden zandzakken neer die werden gebracht met grote vrachtauto’s. De vrachtwagens moesten omrijden, omdat de weg langs het kanaal zwaar beschadigd was. Tractoren met wagens er achter, brachten de zandzakken en andere materialen via de landerijen naar de zwakke plekken, omdat er aan de zwakke kant van de dijk geen wegen waren. Vier helikopters vlogen af en aan met stenen en grote gevlochten matten, die ze uit Den Oever haalden uit het depot voor de Afsluitdijk.

De tweede dag zagen de passagiers en piloten van de helikopters dat de aardbeving meer schade had aangericht dan men zou verwachten. Die verwachting was echter gebaseerd op aardbevingen in een rotsachtige omgeving.
Uit de eerste verhalen van slachtoffers en getuigen bleek dat na de zware klap de grond gedurende ongeveer vijftien seconden in golven licht op en neer had bewogen. Er waren kleinere gebouwen geweest die, als schepen op zee, licht heen en weer deinden. Na een paar bewegingen storten ze in, of kwamen ze scheef te staan, omdat ze gedeeltelijk de grond in zakten. Liquefactie was de oorzaak van deze beweging. De slappe bovenlaag was op sommige plaatsen in beperkte mate vloeibaar of bewegelijk geworden, maar voldoende om aanzienlijke schade aan te richten. Vooral dijken hadden veel last van dat effect door hun vorm en samenstelling.

Naarmate de dag vorderde, werd bekend dat meer dan vierduizend panden onbruikbaar waren geworden. Drie beroemde borgen waren veranderd in ruïnes. Veel dorpen rond Loppersum en Middelstum leken op een slagveld. Van Huizinge stonden alleen de grotere gebouwen nog overeind. De kerk was gedeeltelijk ingestort, net als de kerken in Zeerijp en Stedum. Van de kerktoren in Middelstum, die al enigszins uit het lood stond, was de bovenzijde afgevallen. In Loppersum waren vijfhonderd panden verwoest, maar dat viel in het niet bij de vierendertig doden in Loppersum en de vele gewonden. Het was de omgeving waar juist minder gas had moeten worden gewonnen, maar waarvan iedereen sinds kort wist dat er stiekem meer gas was gewonnen dan ooit tevoren. Er heerste paniek, ongeloof en onvoorstelbaar veel verdriet. Dit was onmogelijk hadden veel experts jarenlang gezegd, zelfs niet bij een zware aardbeving.

Tijdens de derde dag sloeg de stemming om in woede, blinde woede, vooral omdat men vond dat de criminele gaswinning de grote boosdoener was. Het rampenteam zag zich genoodzaakt het leger in te schakelen om alle EMN-locaties en kantoren te bewaken. Dit was al voorzien in een eerder draaiboek. Bij de rellen vielen gewonden aan beide zijden. Het waren de vrijwilligers die het voor elkaar kregen dat beide partijen zich terugtrokken. Er werd niemand gearresteerd om de situatie te de-escaleren. Diverse militairen en agenten hadden geweigerd om op te treden tegen de woedende bevolking, omdat ze zich solidair voelden met de slachtoffers.
Koos Boelen nodigde de woordvoerders van de verschillende groepen uit, wat een hele klus was, omdat de communicatie moeizaam bleef. In het bijzijn van Machteld de Corte en de burgemeester van Groningen zei hij dat de EMN alle schuld op zich nam en toegaf dat zij verantwoordelijk waren. De burgemeester van Groningen zei tegen de vertegenwoordigers, dat ruzie maken en vechten niets opleverde. ‘We moeten samen de schouders er onder zetten. De EMN heeft toegezegd dat alle kosten voor haar rekening komen.’ Machteld dacht daar anders over en zou straks de premier bellen en hem vertellen wat er nodig was en wat het kabinet te doen stond. Ze duldde geen enkele belemmering meer.

De verbindingen waren na vier dagen met noodmaatregelen hersteld.
Een nieuwslezer zei tijdens het nieuws van 1 uur ‘s middags: ‘De trieste balans op de deze dag is honderdzeventien doden, waaronder helaas veel kinderen. Er worden bijna tweehonderd mensen vermist.’ De nieuwslezer had het even moeilijk, maar herstelde zich en ging verder: ‘Iedereen wordt opgeroepen om de lijst met vermisten te bekijken. Meldt het de politie als iemand ten onrechte op de lijst staat. Er zijn meer dan vierduizend gewonden, van wie ongeveer vijfhonderd zeer ernstig. Bijna zesduizend ingestorte, of grotendeels beschadigde woningen en andere gebouwen. De schade wordt op dit moment geraamd op zeventien miljard euro.’ Er werden beelden getoond van Middelstum en Zeerijp. Een vader zat op een stapel stenen van zijn ingestorte huis met zijn handen in zijn hoofd, omringd door buren. De presentator zei, dat de man aan het werk was in de Eemshaven toen het huis, met daarin zijn gezin, was ingestort. ‘Zijn vrouw en vier kinderen liggen onder het puin’, zei een aangeslagen verslaggever die ter plaatse was.
De berichtgeving, maar vooral het laten zien van de beelden, hadden nationaal een woedende reactie uitgelokt. Het regende, op twitter en andere sociale media, bedreigingen en scheldpartijen aan het adres van de regering en de EMN.

Anneke’s huis was deels ingestort, zoals veel andere woningen in Ten Post. Het zou minstens een jaar kosten voor het weer hersteld was. De woning van Peter en Mehveş was zwaar beschadigd, maar stond er nog. Peter en Mehveş waren teruggekomen van hun vakantie in Limburg.
‘Hoe krijgen we het ooit weer goed?’, vroeg Tom.
‘Dit komt niet meer goed’, zei Anneke. ‘Veel mensen hebben familie, vrienden en dorpsgenoten verloren en heel Groningen ondervindt nog jarenlang de gevolgen van deze aardbevingen.’
Henriëtte, die gisteren was gekomen, zei: ‘Mensen zullen vertrekken, omdat men bang is voor meer rampen. Wie weet wanneer de volgende klap komt en wat dan?’
Het was alsof Tom zijn zus hoorde praten, die had gisteren tegen hem gezegd: ‘Niemand praat er over en niemand wil er over praten, maar iedereen vraagt zich af hoe zwaar de volgende klap zal zijn en wanneer die komt.’ Haar huis stond nog, maar het kostte kapitalen om het te herstellen. Ze had gezegd: ‘We leven nog en we zijn niet gewond.’ Zijn andere zus woonde in Den Haag. Ze had dagelijks gebeld, maar was uiteindelijk na drie dagen naar haar zus in Winsum gegaan, omdat ze iets wilde doen.
Anneke zei: ‘Je zou haast denken dat dit de bedoeling was. Een grote klap en een deel van de bevolking vertrekt. Het meest absurde is, dat de installaties van de EMN blijkbaar nergens last van hebben.’

De inmiddels vijfduizend militairen, duizenden hulpverleners en nog veel meer vrijwilligers verzetten bergen werk. Na enkele dagen werden onder het puin nog steeds overlevenden gevonden. De huiveringwekkende lijst met vermisten kromp, terwijl de verdrietige lijst met slachtoffers groeide. De internationale gemeenschap had massaal hulp aangeboden en professionele hulpverleners uit de hele wereld waren gekomen. Na een week was duidelijk dat het zoeken, helpen en vooral het opruimen nog maanden zou gaan duren. De beelden op televisie bleven onwerkelijk. Beelden die men gewend was van Pakistan, Turkije, of Italië. Dat dit in Nederland kon gebeuren, daar had niemand rekening mee gehouden.

In Den Haag werden plannen gemaakt voor de herfst en de winter. De premier zei dat er onbeperkt budget was om Groningen weer op te bouwen. Alle gebouwen en de infrastructuur moesten zo stevig worden, dat een aardbeving tot kracht zeven er geen vat op kon krijgen. Hij zei dat het jaren zou duren, voordat al het werk klaar was en dat niemand zeker wist of er meer zware aardbevingen zouden volgen. Het was duidelijke taal, waar de slachtoffers helaas niets aan meer aan hadden.

Na drie maanden werd er nog steeds opgeruimd. De eerste herstelwerkzaamheden waren begonnen. Sinds die derde juli waren er nog dertig bevingen geweest, waarvan de zwaarste een kracht had van drie punt één. Moeder Aarde had hard ingegrepen.
De gaswinning lag stil en zou pas volgend jaar op basis van goede en volledige plannen weer op gang worden gebracht. Gas uit het buitenland werd het eerste jaar tegen kostprijs ingekocht en met renteloze leningen van het IMF gefinancierd. De eerste velden met zonnecollectoren kwamen in januari in productie en de bezwaren tegen windmolens leken te zijn verdampt. Nederland zou drastisch moeten omschakelen, zoveel was wel helder.
Meer dan tien procent van de bevolking was weggetrokken naar Twente, de Achterhoek, Zuid-Drenthe, Brabant en Flevoland. Slechts een klein deel trok naar de Randstad. Nog steeds vertrokken er Groningers, omdat ze zich in Groningen niet meer veilig voelden.

Eind oktober zei Tom tegen Anneke: ‘Marinus, Peter, Daan en ik willen met de premier spreken. Alle afspraken moeten zo snel mogelijk en goed worden vastgelegd. Over een jaar ziet de wereld en de politiek er weer anders uit. Daarom moeten alle toezeggingen in overeenkomsten worden vastgelegd. We zien al terugtrekkende retoriek van de regeringspartijen en de oliemaatschappijen Tetra en Keroga hebben aangekondigd dat ze via de rechter de gaswinning willen afdwingen.’
‘Wat doe je als de regering zich niet aan de toezeggingen houdt’
‘Dat verwacht ik niet, maar mocht dat onverhoopt zo zijn, dan zal ik op mijn manier op televisie uitleggen wat de houding van de regering is, vier maanden na de ramp’, zei Marinus.
‘Dat is regelrecht oproepen tot een opstand’, zei Masha.
‘Ja, en?’, vroeg Marinus. ‘Ze hebben het vijftig jaar laten liggen. Die kans krijgen ze niet nog een keer.’
‘De politieke partijen zitten al weer in hun bankjes alsof er niets is gebeurd. Ze stellen vragen, willen een parlementaire enquête en roepen dat er koppen moeten rollen’, zei Peter, die er niet gerust op was.
‘Ze leren het nooit’, zei Tom. ‘Ze proberen ellende van anderen om te zetten in electoraal gewin.’
Anneke zei: ‘Ondanks al het verdriet kunnen we niet meer doen dan werken aan de toekomst. In Groningen samen met onze vrienden.’

Tom keek naar Anneke en naar zijn kinderen. Hij dacht aan al die mensen die familie en vrienden waren kwijtgeraakt. Hij hoorde in gedachten Annabelle, die de teamvergadering was uitgerend eind juni en voelde dat de tranen over zijn wangen liepen. ‘We zijn te laat’, had Annabelle woedend geschreeuwd. ‘Te laat!’ Een paar dagen later had ze gelijk gekregen.

Meander

 

“Te Laat (slot): © Meander; Almere; november 2014


Vernielde klok door scheur: © Meander / Jedego Media; Almere; april 2015


Meer lezen over Groningen en het onrecht dat Groningen wordt aangedaan? Klik HIER.

#Wiebesje

#Wiebesje

Er was eens een staatssecretarisje dat de puinhoopjes bij de belastingdienst zou opruimen. Met veel bravoure ging het kereltje aan het werk, vooral verbaal. Praatje na praatje. Waar Piet Hein bekend staat om de slogan: ”zijn naam is klein, zijn daden bennen groot”, kwam het staatssecretarisje niet eens tot daadjes van enige omvang, behoudens een regelingetje voor vertrekkende ambtenaartjes bij de belastingdienst met als gevolg dat het een belastingdienstje werd.
Voor vriendjes belemmerde hij de inning van de erfbelasting, opdat een erfenisje weer een erfenis werd. Dan was er nog een ict-netwerkje dat niet wilde functioneren en slechte computertjes, enzovoortjes, enzovoortjes. Maar het #wiebesje lulde zich met steun van zijn vriendjes overal onderuit en werd bij gebleken ongeschiktheid gepromoveerd tot ministertje van economische zaakjes in een volgend kabinetje.

Vanaf dat momentje werd #wiebesje verantwoordelijk voor de gevolgen van de aardbevingen die weer het gevolg waren van de gaswinning. In de woorden van het ministertje: “ik hou me bezig met de probleempjes van bevinkjes door gaswinninkjes in een provincietje in het noorden van ons landje. Dank nog voor de honderden miljardjes die we in het Haagje naar binnen hebben getankt.”
De bravoure was gebleven en met een bergje aan praatjes beleefde #wiebesje kortstondig het statusje van heldje. De gaswinning zou in 2030 naar nul gaan. Het bestuurdertje wist toen hij dat zei, dat een volgend kabinetje dat weer kon veranderen en dat hij het nu in zijn voordeel kon gebruiken. Niet veel later kwamen de aapjes uit de mouwtjes van het ministertje. De versterking werd stilgelegd en gereduceerd tot minder dan een versterkinkje. Eerst omdat minder gas winnen minder bevinkjes tot gevolg had, vond hij, wilde hij, of wenste hij, dit politicusje. Later waren die argumentjes niet meer belangrijk, immers die paar scheurtjes stelden in de oogjes van het #wiebesje niets voor. Het tempo werd een tempootje en uiteindelijk was niets doen het mottootje.
Daarna werden schadeherstel en schadebehandeling getraineerd met allerlei overbodige en keer op keer herhaalde onderzoekjes uitgevoerd door zinloze adviseurtjes en er werden alweer nieuwe instituutjes bedacht en opgericht. Organisatietjes die alles goed en beter dan ooit zouden aanpakken. Inmiddels hebben veel mensen de strijd opgegeven en zijn ze akkoord gegaan met minimale aanbiedinkjes van het NAMmetje dat volgens toezegginkjes van het ministertje op een afstandje zou worden gezet. Het werd een afstandje binnen grijpbereik, alweer zo’n onwaarheid van #wiebesje. Er zijn bijna 19.000 schadegevallen te behandelen en het ministertje zit er al twee jaartjes. Er verandert niets en er is sinds 2012 niets veranderd. Het staatje, het shelletje en hun vriendjes bruuskeren de rechtsstaat en minimaliseren het voor Groningers tot een minuscuul rechtsstaatje.

Het brutale ventje had de onbeschoftheid om leugentje na leugentje uit zijn mondje te persen tijdens zijn rituele bezoekje na een “bevinkje” in Westerwijtwerdtje op 24 mei. Hij deed al zoveel, hoe kon hij nog meer doen? In het kielzogje van het mannetje liep een ander ministertje mee, het ollongrennetje, die het baasje moet worden van, let wel, alweer een nieuw nog op te richten instituutje voor de versterking. Nog meer uitstel (ik kan hier geen uitstelletje van maken) conform de niet zo kleine wensjes van de maatjes van het ministertje.
Groningen gaat dezelfde weg als de belastingdienst en wordt als het aan ministertje #wiebesje ligt, net zo gesloopt als het belastingdienstje. Op die manier blijft er niet meer dan een Groninkje over. De 417 miljardjes die het Haagje binnen harkte uit Groningen zijn al lang op dus er zijn geen centjes meer voor dat ene lastige provincietje dat weerstand blijft bieden.
Een goede vriend van #wiebesje betitelde het ministertje binnen de kortste keertjes na het bevinkje als “Shit Happens” en hij kon het weten deze Ton. Helaas kan het #wiebesje als ministertje zijn gangetje blijven gaan, omdat in het Haagje niemand geïnteresseerd is in Groningen met haar schamele aandeeltje van vijf zeteltjes in het parlementje van ons landje.

Al met al was het een beroerd en bewogen weekje waarin het #wiebesje eerlijk zei wat hij vond en daarvoor later zijn niet zo heel oprechte, maar gedwongen excuusjes maakte in een vlogje naast zijn autootje in een bermpje langs een weggetje. We zullen dit ministertje maar niet meer serieus nemen. Meer dan een scheetje in een papieren zakje is hij niet.

Iemand een #wiebesje flikken, betekent voortaan: “veel beloven en niets doen”, of: hij is een beetje een #wiebesje, wil zeggen dat je die persoon niet serieus kunt nemen.

 

 

Meander

“#wiebesje: © Meander; Almere; 30 mei 2019.


Grafiek schademeldingen komt van schadedoormijnbouw.nl van de TCMG.


Meer lezen over Groningen en het onrecht dat Groningen wordt aangedaan? Klik HIER.

Kostbaar Onbedoeld

Kostbaar Onbedoeld

over leven                       

over waarom                    

over doel                   

over moeten               

over reden                 

over zin                        


het leven

zonder waarom

als doel

zonder moeten

zonder reden

als zin           


leven

jouw entiteit

jouw zijn

kostbaar

onbedoeld

toeval

 

 

Meander

 

“Kostbaar onbedoeld”: © Meander; Almere; 12 januari 2019.  


Meer gedichten over hart & ziel van Meander lezen? Klik dan HIER.


Inzichten over het waarom van het leven? Klik dan HIER.

 

Fundamentalist

Fundamentalist

de puur telepathische                                


vastgoedmakelaar is,                                 


funda mentalist

 

 

Meander

 

 

“Fundamentalist”: © Meander; Almere; 7 januari 2019.                            


Een absurdijn van Meander.                            


Meer absurdijnen lezen? Klik dan HIER.

Nieuwjaar?

Nieuwjaar?

boze geesten worden verdreven                         

vanaf klokslag twaalf, middernacht                      

het nieuwe jaar gaan we beleven                      

met veel meer dan ‘t vorige bracht                       


natuurlijk moeten we feesten en dansen                   

omdat leven die adem nodig heeft                       

samen vieren we alle nieuwe kansen                    

die het nieuwe jaar ons hopelijk geeft                  


keihard knalt het vuurwerk al jaren

vele kinderen die dagelijks sterven                 

nieuwjaar brengt voor hen geen bedaren

dichter wil uw feest van hoop niet bederven


maar sta soms stil bij een harde knal                  

voor hen gaat het om dood of leven

vier het feest en dans en leef vooral                     

zullen zij nieuwjaar nog beleven?


de vluchtelingen in Nederland

hoe ervaren zij deze traditie?

ontvluchtten de oorlog in hun land

horen het ontploffen van munitie                  


dichter wenst u een bijzonder jaar

als het lukt, graag iets meer met elkaar                           

 

Meander

“Nieuwjaar”: © Meander; Almere; 31 december 2018.


“Nieuwjaar”, een gedicht over viering van jaarwisseling en verwelkoming van het nieuwe jaar, maar niet zonder het besef dat in Jemen in 3 jaar bijna 100.000 kinderen stierven, omdat we niet willen ingrijpen. Niet ingrijpen om onze belangrijke, economische en terroristische ‘vriend’ Saoedie-Arabië niet te schofferen.
Geschreven mede naar aanleiding van de toename van het gebruik van zwaar, illegaal, gevaarlijk vuurwerk door mensen die geen idee hebben van wat het doet met vluchtelingen die een oorlog zijn ontvlucht.

Klimaatdictaat

Klimaatdictaat

Het foute klimaatdictaat is de nieuwste schande van Nederland. Het bedrijfsleven gesteund door de vier politieke partijen die regeren, legt de rekening van de verduurzaming volledig bij de gewone Nederlander.

Dat energie geld kost en duurzame energie ook, kan geen discussie zijn. De lasten om de verduurzaming te betalen worden echter wederom oneerlijk verdeeld. Met name de inkomens tot 50.000 euro per jaar worden het meest belast. Er wordt geschermd met teruggaven aan het einde van het jaar, maar eerst gaan de kosten fors omhoog. Na een paar jaar wordt die teruggave natuurlijk afgeschaft.

Wie zijn de voordeelplukkers? Dat zijn zoals altijd bij dit kabinet met daarin een prominente rol voor de VVD, de grotere bedrijven. Die profiteren niet alleen van alle nieuwe en extra werkzaamheden om de transitie te realiseren, maar ze hoeven ook niet mee te betalen.
Een slap bonus- malusstelsel dat per saldo geen effect heeft voor het gehele bedrijfsleven, moet de grote vervuilers aanzetten tot verduurzaming. Dat gaat niet gebeuren. Alle afspraken die tot nu toe zijn gemaakt met de grootste vervuilers zijn niet nagekomen.

Het bedrijfsleven betaalt een fooi voor de energie die ze gebruiken. Het gevolg is dat de energielasten van de burger sinds jaar en dag onnodig te hoog zijn. De energiebedrijven moeten hun geld nu eenmaal ergens vandaan halen. Kortom, de consument subsidieert het bedrijfsleven voor de energiekosten. En die lasten worden nog hoger voor de gewone burger.

Als de energiekosten van bedrijven niet verdrievoudigd worden , zullen ze geen enkele reden hebben om over te stappen op groene en goedkopere energie. De grote vervuilers en in hun kielzog de andere bedrijven, zullen een overstap jarenlang traineren en weigeren. Het betalen van de boetes is goedkoper dan meewerken voor de grote klimaatvernielers. Er is geen enkele financiële prikkel om mee te werken aan de verduurzaming van de eigen onderneming.
Wat die bedrijven wel doen, is in hoog tempo de duurzame energiemarkt veroveren. Het gevolg is dat duurzame energie voor huishoudens niet meer goedkoper is, maar duurder wordt.


Verkiezingen provinciale staten en indirect voor de Eerste Kamer

Bij de VVD is het feest en zijn ze op zoek naar talloze nieuwe kamerleden. De zittende kabinetsleden en kamerleden hebben zich met hun beleid verzekerd van een goed betaalde baan bij een van de door hen gesponsorde bedrijven. En D66, CDA en Christenunie? Die partijen verloochenen zichzelf, hebben geen oog voor het volk en drijven, samen met de VVD, de kiezer in de armen van partijen die ontkennen dat er een klimaatprobleem is.

Als u van uw kinderen en kleinkinderen, ja zelfs achterkleinkinderen en al uw toekomstige nakomelingen houdt, dan weet u wat u te doen staat in maart. Stem op die partijen die hebben aangetoond het milieu, het klimaat en de portemonnee van de burger serieus te nemen. Niet langer op leugens stemmen. Stem niet op lieden die de toekomst van uw nageslacht vernietigen ten behoeve van eigen kort gewin. U kunt er wat aan doen, wanneer u op 20 maart in het stemhokje staat.

Er is géén klimaatakkoord. Er dreigt een klimaatdictaat. En dan?

 

 

Meander

“Klimaatdictaat”: © Meander; Almere; 21 december 2018.


Milieubeweging stapt uit VAAL klimaat”akkoord”.


Milieuclubs tekenen klimaat”akkoord” niet

Was het maar geen kerst?

Was het maar geen kerst?

Doelloos liep Lenie door de volle winkelstraten van het stadscentrum. Het zou haar vijfde kerst zonder Tom worden. In het begin had ze, zei het moeizaam, kerst gevierd met vroegere buren, met vrienden en zelfs een keer in Enschede bij een tante, haar enige overgebleven familielid. Iedere keer als ze thuis was gekomen van die drukke dagen, voelde ze zich meer alleen dan ooit. Het was gezellig geweest, maar ze beleefde het niet echt. Ze was gegaan, omdat ze was uitgenodigd. Vorig jaar had ze alle uitnodigingen afgeslagen, zo ook dit jaar.
Lenie was een rijzige vrouw met donker haar en donkerbruine ogen. Haar oma was een Indonesische die met haar opa was getrouwd toen deze vanaf 1936 als majoor van het Nederlandse leger diende op Java. Ze zag er veel jonger uit dan je zou verwachten.

De muziekkapel van het Leger de Heils stond voor de Hema en speelde er lustig op los. Het ene kerstlied na het andere schalde door de straten van het centrum over de hoofden van de schuifelende, koopgrage massa. Voor de muzikanten stond de bekende driepoot met de ketel waar men een donatie in kon doen voor het kerstfeest van anderen. Lenie aarzelde, maar bleef even staan. Ze luisterde naar ‘Stille nacht’ en ongewild liep er een traan over haar rechterwang. Ze veegde het weg, pakte vijf euro en stopte het biljet in de ketel. Voor ze haar weg vervolgde, bleef ze nog een tijdje staan om te luisteren naar ‘White Christmas’ en naar ‘Jingle Bells’, het favoriete nummer van Tom.

Wat kom ik hier eigenlijk doen, dacht Lenie toen ze weer door de winkelstraten slenterde. Was het maar geen kerst. Ik hoef niets te kopen, ik heb geen afspraken tot begin januari, niemand krijgt van mij een cadeautje en niemand geeft mij een cadeautje. Ze liep terug via een andere straat en kwam langs boekhandel Stumpel. Lenie liep de boekhandel binnen en keek op verschillende tafels. Ze las graag en overwoog zichzelf een boek cadeau te doen. Ze zag een trilogie van een haar onbekende schrijver liggen. ‘Een psychologische thriller over vijf vrouwen’ stond op een bord achter drie stapels boeken. De omslagen van de boeken waren op de kleur na gelijk. In oplopende intensiteit waren de letters en silhouetten op de omslagen lichtrood tot dieprood gekleurd. Het complete setje koste bijna veertig euro. Dat vond Lenie erg duur, maar om een of andere reden stapte ze over dat bezwaar heen en pakte ze een complete trilogie.

Voor de kassa stond een lange rij. Na tien minuten wachten stond ze nog steeds op dezelfde plek. De andere rijen gingen veel sneller, omdat de man die vooraan hun rij stond een gesprek was begonnen met de jongedame achter de balie. Het jonge, nerveuze meisje wist niet hoe ze de man duidelijk moest maken dat er mensen stonden te wachten en keek wanhopig naar haar collega’s, maar die hadden het te druk met hun eigen werkzaamheden.
Lenie zag het, liep naar voren, tikte de man op de schouder en zei toen deze zich omdraaide: “Excuus, meneer, er staat een lange rij achter u. Wilt u alstublieft afrekenen?”
De man keek haar verbaasd aan, aarzelde even en vroeg haar toen: “Lenie? Lenie Schouwaert?”
Om te voorkomen dat het gesprek van de man met de jongedame zich naar haar verplaatste en de rij nog langer zou worden opgehouden, zei Lenie: “Ja. Wilt u afrekenen, dan spreek ik u straks.” Wie is die man?, dacht ze terwijl ze terugliep naar haar plek in de rij.

Lenie kreeg bedankjes van enkele mensen voor haar kordate optreden. Ze zocht na haar trilogie te hebben aangeschaft naar de voor haar onbekende man, die haar blijkbaar kende. De man zat met een vrouw in het koffiebarretje van de boekhandel. Hij stond op toen ze dichterbij kwam. “Lenie Schouwaert”, zei hij. “Ongelofelijk na al die jaren.” Hij omhelsde haar ongevraagd en zoende haar op beide wangen. Met een ruim handgebaar wees hij naar de vrouw. “Ken je Malou nog?”
Lenie keek beduusd van de een naar de ander. “Dag, Malou”, zei ze voorzichtig. “Jou herken ik nog”, zei ze, “maar wie ben jij dan?”, vroeg ze aan de man.
“Thomas Boersma. Herken je mij niet meer?”
Het was alsof Lenie een klap in haar gezicht kreeg. Thom en Tom, het populaire duo op de middelbare school dat van alles uitvrat en zonder enige zichtbare inspanning geslaagd was voor het vwo. Haar eerste liefde was deze Thomas geweest, maar na een paar maanden had Thomas het uitgemaakt en was Tom als vanzelfsprekend op haar pad gekomen. Ze liet zich op de dichtstbijzijnde stoel zakken. Tranen biggelden over haar wangen, omdat haar Tom op slag indringend aanwezig was.
Thomas wist even niet wat hij zeggen moest, maar Malou stond op, ging naast Lenie zitten, deed haar arm om diens schouder en vroeg: “Wat is er, Lenie. Waarom huil je?”
“Ik weet het niet”, snikte Lenie, die een zakdoek pakte, haar tranen droogde en langzaam weer rustig werd. Ze keek naar Thomas en zei: “Je ziet er zo anders uit, maar nu ik het weet herken ik je weer. Thomas wees op zijn verweerde gezicht, wees op zijn baard en zei: “Grijs, oud en een baard, dus zo eenvoudig is het niet om mij te herkennen.” Malou en Lenie lachten.
Malou zei: “Ik herkende hem eerst ook niet hoor.” Malou was klein, leek fragiel, maar was dat geenszins. Ze liep ieder jaar een aantal halve marathons en was trainer bij de plaatselijke atletiekvereniging.

Daar zaten ze, drie klasgenoten van de middelbare school die samen de laatste jaren van het vwo hadden doorlopen.
“Zijn jullie met elkaar getrouwd?”, vroeg Lenie onzeker.
Thomas lachte en zei: “Nee hoor. Malou en ik zijn elkaar tien minuten geleden tegengekomen en vlak daarna zag ik jou. Wat een merkwaardig toeval.”
“Woon je hier?”, vroeg Malou?
Lenie zei: “Al dertig jaar.”
“Dat kan niet”, zei Malou. “Ik woon hier eenentwintig jaar en heb je nog nooit gezien.”
“En ik woon hier drieëndertig jaar”, zei Thomas.
“Er wonen veel mensen en het hangt er maar vanaf waar je woont”, zei Malou. Ze bleken elk in een ander deel van de stad te wonen. De verwondering over het toeval maakte plaats voor hetgeen ze samen deelden.

Herinneringen die werden opgehaald, buitelden over elkaar heen. Ze bestelden een tweede en een derde koffie. Om deze kleine reünie te vieren, namen ze boterkoek bij de derde koffie. Thomas vroeg naar Tom en was ontdaan toen hij hoorde dat die meer dan vier jaar geleden was overleden. Hij vertelde dat zijn man vorig jaar was overleden.
“We zitten alle drie bijna in hetzelfde schuitje”, zei Malou. “Ik ben zeven jaar geleden gescheiden en sindsdien alleen.”
Lenie vroeg wat ze met kerst deden. Ze schrok van haar vraag, maar Thomas en Malou keken er niet van op. Thomas ging de eerste kerstdag naar zijn broer en had de tweede kerstdag geen afspraken. Malou had beide dagen al afgesproken. De eerste kerstdag met haar gezin. Ze had drie kinderen en vijf kleinkinderen. Tweede kerstdag zou ze met haar buren vieren.
“En jij?”, vroeg Malou aan Lenie.
Lenie zei: “Ik ga nergens naar toe. Het lukt me niet zonder Tom. De eerste drie jaar ging ik op alle uitnodigingen in om  maar niet alleen te zijn, maar dat voelde niet goed.”
“Ik heb een idee”, zei Malou, die net als vroeger overal oplossingen voor had en steevast de leiding nam.

Tweede kerstdag werd een geweldige dag. Van ‘s morgens vroeg tot ‘s avonds laat waren ze bij Malou. Ze gingen samen naar de winkel, deden inkopen, deelden de kosten, liepen elkaar te verdringen in de keuken en hadden veel plezier. Het was net alsof ze weer op school zaten.
Malou had haar buren niet afgezegd, maar ze uitgenodigd om er bij te zijn. Ze waren veel jonger dan de drie klasgenoten, maar daar merkte je niets van. Antoinette die links van haar woonde en Geert die aan de andere kant woonde, kenden elkaar van het conservatorium. Geert speelde piano en vroeg of hij op Malou’s piano mocht spelen. Antoinette zong en speelde viool. De prachtige muziek die ze ten gehore brachten, werkte aanstekelijk. Halverwege de avond zongen ze met zijn vijven het ene na het andere kerstlied en genoten allen van een onverwachte en bijzondere tweede kerstdag.
Het drietal sprak af de jaarwisseling bij Thomas te vieren en ze spraken af elkaar wekelijks op woensdag- morgen te ontmoeten in Book & Boon, de koffiebar in de boekhandel waar ze elkaar teruggevonden hadden.

 

Meander

“Was het maar geen kerst?”: © Meander; Almere; 15 december 2018.

“Foto Stumpel”: © Meander; Almere; 15 december 2018.


“The best Christmas (we’ve ever had)”


Andere kerstverhalen van Meander? Klik dan HIER voor “Altijd Kerst” of klik op “Chadi en de Kerstman.”

 

Ongedwongen

Ongedwongen

vrijheden worden geëist                          

vrijheden zijn geborgd                         

vrijheden om te geloven                         

te beleven tijdens leven                            

vrijheden om te hopen                          

te geloven in iets                        

nu en na het leven                             


rechten worden geclaimd

op grond van vrijheden

vrijheden worden ontnomen

op grond van vrijheden

misbruik wordt gepleegd

misbruik van macht                       

misbruik van mensen

op grond van vrijheden

misbruik van vrijheden


wat is godsdienstvrijheid

als wie vrijheid heeft

het een ander niet geeft

wat is vrijheid

als ze waanzin wordt

uit angst voor het niets

na het leven


behoud met vrijheid

de waanzin van geloof

voor uzelf

laat anderen hun vrijheid

zonder geloof

ongedwongen

 

Meander

 

“Ontketend”: © Meander; Almere; 2 december 2018.


Gelijke behandeling en discriminatieverbod in Grondwet. Klik dan HIER.


Vrijheid van meningsuiting in de Grondwet? Klik dan HIER.


Vrijheid van godsdienst in de Grondwet? Klik dan HIER.

Vrijheid of Waanzin

Vrijheid of Waanzin

vrijheden worden geëist                          

vrijheden zijn geborgd                         

vrijheden om te geloven                         

te beleven tijdens leven                            

vrijheden om te hopen                          

te geloven in iets                        

nu en na het leven                             


rechten worden geclaimd

op grond van vrijheden

vrijheden worden ontnomen

op grond van vrijheden

misbruik wordt gepleegd

misbruik van macht                       

misbruik van mensen

op grond van vrijheden

misbruik van vrijheden


wat is godsdienstvrijheid

als wie vrijheid heeft

het een ander niet geeft

wat is vrijheid

als ze waanzin wordt

uit angst voor het niets

na het leven


geniet uw vrijheid

zonder waanzin

laat anderen hun vrijheid

hun eigen zin

 

Meander

“Vrijheid of Waanzin”: © Meander; Almere; 27 november 2018.


Godsdienstvrijheid, of godsdienstwaanzin. Als waanzin de vrijheid claimt en uw vrijheid wordt beknot, omdat u tolerant moet zijn voor de intoleranten. Of… wordt de vrijheid gebruikt om waanzin te voorkomen en vrijheid te verspreiden?
Laat iedereen de vrijheid om te denken, te geloven en te voelen wat hij of zij wil, zonder dat hij of zij verwacht, eist, bevecht en afdwingt dat een ander dat ook doet en zonder dat wie dan ook moet leven volgens door een geloof bedachte regels. Niemand hoeft te geloven, maar dat schijnt bij fundamentalisten en intoleranten geen grond te hebben. Vrijheid is er nimmer om die van een ander te beknotten.


Gelijke behandeling en discriminatieverbod in Grondwet. Klik dan HIER.


Vrijheid van meningsuiting in de Grondwet? Klik dan HIER.


Vrijheid van godsdienst in de Grondwet? Klik dan HIER.

Overgeleverd aan de Overheid

Overgeleverd aan de Overheid

Groningers worden overgeleverd aan de willekeur, grillen en belangen van de overheid. Het wijzigen van de mijnbouwwet heeft maar één doel, het uitschakelen van de privaatrechter.

Als het kabinet zijn zin krijgt, wordt aan alle Groningers met aardbevingsschade definitief een kans op onafhankelijk recht ontnomen. Nu de gaswinning mogelijk op een eind loopt en in 2030 waarschijnlijk naar nul gaat, maar de schade nog jaren en jaren door zal gaan, wil de overheid af van het recht van de Groningers om hun schade te claimen bij de privaatrechter. Waarom? Dat is een goede vraag. Waarom zou de overheid dat willen?

De successen van bijvoorbeeld Leny en Hiltje Zwarberg, of de familie Ubels-Heite, zijn te danken aan het privaat recht. In het geval van Leny en Hiltje Zwarberg gaat het om duidelijke uitspraken van de rechter die evenzo kunnen gelden voor alle anderen. Met of zonder omgekeerde bewijslast is het evident dat wie schade veroorzaakt, die schade moet vergoeden. In het geval van de familie Ubels-Heite heeft het privaatrecht en de op grond daarvan veroorzaakte druk op de NAM geleid tot een schikking. Een schikking, mede gebaseerd op de wens van Albert Ubels en Annemarie Heite om hun leven terug te willen. En er zijn veel meer individuele en collectieve successen.

Waarom wil de overheid er dan vanaf? De overheid wil er vanaf, omdat scheiding der machten via het privaatrecht het beste tot uiting komt en de overheid geen invloed heeft op de uitspraken van de privaatrechter, tenzij ze de wet verandert. En dat is nu precies wat de regering wil. De wet veranderen, omdat de schadevergoedingen en versterkingen kunnen oplopen tot “ongewenst” hoge bedragen en de regering weinig instrumenten heeft om dat te voorkomen.
Na ruim 50 jaar gaswinning en bijna 300 miljard euro baten voor de rijksoverheid, wil de regering de versterking en schadevergoeding regelen via het publiek recht en op die manier beperken.

Er zijn mensen, zelfs deskundigen, die dat een goede weg vinden. Dat de overheid sinds augustus 2012 (aardbeving Huizinge) nauwelijks iets teweeg heeft gebracht, geen enkele afspraak over versterking van woningen heeft gehaald (bij lange na niet), wachtlijsten niet weg heeft kunnen werken en er van enige voortgang of versnelling geen sprake is, is de voorstanders van een publieke regeling ontgaan. Zij beroepen zich op het regelmatig gepresenteerde goede nieuws dat vervolgens in de praktijk weliswaar tot niets leidt, maar daar verdiepen ze zich niet. Ze nemen niet waar dat het aan uitvoering schort.

Alle oude schadegevallen moeten worden afgehandeld, maar dat gaat niet snel genoeg vindt minister Wiebes. Vanwaar die haast? Vanwaar de intimiderende druk die de NAM toepast? Het antwoord is simpel. Lopende zaken vallen niet onder een gewijzigde wet. Hetgeen nogmaals aantoont dat het wijzigen van de wet geen ander doel heeft dan de kosten van herstel en versterking te beperken.

De heer Wiebes (minister van Economische Zaken) heeft veel, heel veel beloofd, maar er is helemaal niets van gerealiseerd tot op heden en het lijkt er niet op dat zijn beloftes waar zullen worden gemaakt. Een van die beloftes is volstrekte onafhankelijkheid, hetgeen bij een publieke behandeling van de schademeldingen en versterkingen niet met droge ogen kan worden volgehouden. In de praktijk blijkt dat de NAM, die zich nergens meer mee mag bemoeien behalve met gaswinning, zich overal mee bemoeit en altijd ten nadele van de slachtoffers van de gaswinning in Groningen. Men is niet in staat om de benodigde versterking te organiseren en derhalve wordt de onafhankelijkheid uit het raam gegooid door adviseurs die met de NAM samenwerkten, of medewerkers van het CVW in te schakelen. Ondertussen wil men van de contra-expertise af.

Op een gehaaide manier worden de Groningers weer in het pak genaaid door een volgende minister en de door hem aangestelde, ja-knikkende paladijnen. Maatschappelijke organisaties die formeel niemand vertegenwoordigen en democratisch niet controleerbaar zijn, maar om onbegrijpelijke redenen altijd weer meegaan met de rijksoverheid, worden gebruikt als legitimatie. Bestuurders van diverse gremia lopen mee en worden beloond met een pot geld van 1,15 miljard euro die kan worden besteed aan overigens belangrijke projecten voor Groningen.

Henk Kamp zei al tegen de benadeelde Groningers en tegen de Tweede Kamer dat een gang naar de rechter moest worden voorkomen (Follow The Money; 3 augustus 2016). De mogelijkheid tot een gang naar de rechter werd gebruuskeerd, hetgeen geheel in strijd is met de uitgangspunten van ons recht. De overheid dient de toegang tot de rechter te bevorderen en niet te belemmeren. De verzekeraars willen Groningers die nog geen rechtsbijstandsverzekering hebben, nog steeds niet verzekeren. Zelfs de provincie Groningen is niet bereid om een fonds ter beschikking te stellen voor mensen die wel willen/moeten procederen, maar dat niet kunnen betalen.

Er is maar een weg om te winnen voor de Groningers en dat is de gang naar de privaat rechter, ongeacht een wetswijziging. Het selectief, regionaal uitschakelen van die delen van het Burgerlijk Wetboek die over schadevergoeding gaan, is in strijd met gelijke behandeling. Het is aan de Tweede Kamer en de Eerste Kamer om de foute (gelegenheids) wijzigingen van de Mijnbouwwet te voorkomen.

De regering kan en zal er alles aan doen om te voorkomen dat de begroting te zwaar wordt belast met consequenties van fouten uit het verleden en het heden. Die rekening wordt bij de Groningers neergelegd. Geld is belangrijker geworden dan recht en gelijkberechtiging. De trias politica wordt sluipend afgebroken en de Groningers worden overgeleverd aan de overheid, zonder enige zekerheid.

 

 

Meander

“Overgeleverd aan de Overheid”: © Meander; Almere; 3 november 2018.
Ik ben en blijf een Sardijn

Ik ben en blijf een Sardijn

Tijdens mijn wandeling door het centrum van Almere Stad deze dinsdagmiddag, schijnt de zon met volle kracht. Ze heeft wat in te halen na ruim twee dagen overvloedige regenval. Twijfelend of ik ergens zal gaan zitten, kijk ik al slenterend om mij heen. Als ik langs de boekhandel loop, zie ik dat het gezellig druk is in Boek & Boon, het barista-achtige cafeetje dat sinds een jaar in de boekhandel gevestigd is. De zon schijnt uitbundig naar binnen, maar er zijn enkele plekken aan de grote tafel waar ik in de schaduw kan gaan zitten, hetgeen mijn voorkeur heeft. Ik loop naar binnen, wil plaats nemen, maar zie een oude bekende aan de andere kant van de tafel. Hij leest een populair Nederlands krantje. Ik geef hem een hand en schiet bijna automatisch in de Suburbiaverhalenmodus. Tijdens het handen schudden worden door ons geen namen genoemd. Hoe hij heet, weet ik niet meer, maar daar kom ik wel achter. Eerst maar eens vragen of hij mij wil vertellen over zijn geschiedenis met Almere en eens aan hem vragen of Almere zijn thuis is. We gaan tegenover elkaar zitten.

GavinoIk ken hem van de ijskar, de kiosk en het paviljoen Di Lago aan het strand van Almere Haven. Het is een aimabele, niet zo grote man, met keurig gekamd, witgrijs haar, een gemêleerd licht- en donkergrijze snor en donkergrijze, borstelige wenkbrauwen. Hij kijkt je bedaard aan, door of over zijn bril. Gavino Seddaiu heeft een lichte, Mediterrane teint, hetgeen vanzelfsprekend is voor iemand die op Sardinië is geboren.

Ondanks de warmte door de zon, die volop door de grote ramen op Gavino schijnt, is zijn blauwe blouse volledig dichtgeknoopt en draagt hij een warm grijs vest. Hij spreekt uitermate charmant Nederlands, vooral dankzij het fraaie accent dat hem verbindt met zijn roots.

Op zijn negentiende is Gavino vertrokken uit Alà dei Sardi1, een dorpje met bijna tweeduizend inwoners op zevenhonderd meter hoogte in het Noorden van Sardinië. Hij vertrok omdat hij werk zocht. Er was op Sardinië in die tijd weinig werk.
In die tijd had je, als minderjarige, nog een handtekening van je vader nodig om te mogen vertrekken naar het buitenland. Zijn vader had aarzelingen, maar werkte mee. Tot zijn eenentwintigste is hij ieder kwartaal naar de vreemdelingendienst gegaan om aan te tonen dat hij in Nederland was. Toen hij eenentwintig jaar was kreeg Gavino een onbeperkte verblijfsvergunning. Hij is nog altijd Italiaan en is nooit genaturaliseerd. Door de open grenzen binnen de Europese Unie is het nu niet meer nodig om van nationaliteit te veranderen.

Gavino
Alà dei Sardi (N 40.39.05 E 09.19.41)

In 1964 is hij met drie vrienden van Alà dei Sardi per schip en per trein naar Milaan vertrokken, omdat het werk in het buitenland vanuit Milaan geregeld werd. Hij vertelt dat ze in Milaan twee dagen moesten wachten, maar er werd onderdak voor hen geregeld en ze kregen zakgeld. Ze werden in Milaan gekeurd om in aanmerking te kunnen komen voor een contract in Nederland. Je moest jong zijn, ongetrouwd en gezond.
Vanuit Milaan reisden ze naar Nederland, omdat in Nederland een tekort aan arbeidskrachten bestond in die jaren. In Utrecht hoorden ze waar ze konden gaan werken. Gavino en zijn vrienden kwamen terecht in Enschede. Hij werkte een jaar in de textiel.
Gavino: “Na een jaar wilde ik wat anders, maar ik wist niet precies wat en teruggaan kon niet. Ik kon met vakantie naar huis, maar dan had ik iedere keer een speciaal stempel nodig als vakantieganger. Als ik dat stempel niet had, zou ik bij terugkomst op Sardinië worden opgepakt, om na enkele weken in de gevangenis te worden doorgestuurd voor de militaire dienstplicht. Vrienden van mij is dat overkomen, omdat ze dachten dat ze er mee weg konden komen.” We bestellen een cappuccino en een thee en wachten even tot het gebracht is.

“Na Enschede ben ik gaan varen”, zegt Gavino, “maar drie maanden later was ik nog steeds zeeziek en ben ik weer aan wal gestapt. Ik kwam in Amsterdam terecht en ging op straat op zoek naar werk. Af en toe had ik een baantje, maar steeds voor korte tijd. Eind 1966 had ik een gesprek voor een baan in het Amstel Hotel en tot mijn grote verbazing werd ik aangenomen. Ik moest onderaan beginnen, al had ik enige ervaring in de keuken, maar ik wist toen ik begon in het Amstel Hotel niet eens wat sperzieboontjes waren”, zegt Gavino lachend.
“Na zestien maanden was het weer tijd voor iets anders. Dankzij een prachtig getuigschrift met als titel Demi-Chef, kon ik daarna overal aan de slag.”

In 1968 kwam Gavino in dancing Femina op het Rembrandtplein zijn vrouw tegen. Ze was er met twee vriendinnen. De dames hadden een briefje van vijfentwintig gulden, maar dat was te groot om te kunnen betalen. De barman nam het niet aan. Gavino stelde voor dat hij het voor ze zou gaan wisselen. De dames vertrouwden Gavino, die ze nog nooit eerder hadden ontmoet, blindelings. Toen hij zich even later meldde met het gewisselde geld, was hij in hun ogen een betrouwbare gentleman. En met Hellij, een van de drie, is hij later getrouwd.

“Ik ging bij het Esso Motor hotel werken”, vertelt Gavino. “Tegenwoordig is dat het Holiday Inn vlakbij de Rai. Daar heb ik twee jaar gewerkt om vervolgens over te stappen naar het Okura hotel. De onderdirecteur van het Amstel Hotel was directeur van Okura geworden. Hij zei dat hij mij in de bediening wilde hebben. Na een jaartje Okura wilde ik toch iets anders en heb ik tien jaar in de bar gestaan van Arti et Amicitiea3. Dat was een bijzondere en boeiende tijd. Er kwamen veel bekende Nederlanders. Vooral schrijvers, zoals Harry Mulisch met zijn stinkpijp, maar ook journalisten, belangrijke zakenmensen en politici. Een bekend televisieprogramma uit die tijd, “Welingelichte Kringen”, werd er wekelijks opgenomen.”
Gavino lacht even en zegt: “Iedereen had een eigen rekening op zijn achternaam, maar ik kon die namen niet zo goed onthouden en moest steeds weer vragen hoe ze heetten. Sommigen vonden dat vervelend, maar de meeste mensen lachten er om en gaven hun naam nog eens op. Ze begrepen dat de namen voor mij niet altijd duidelijk waren.”

Ik vraag Gavino om te vertellen over de verhuizing in 1982 naar Almere.
Gavino zegt: “We woonden in Amsterdam Noord en mijn vrouw wilde graag naar Almere. We hadden een bescheiden portiekwoninkje aan de Wieringerwaardstraat in Amsterdam. In Almere was ruimte en waren er huizen met tuinen. De woningen waren er groter en goedkoper dan in Amsterdam. We wilden al veel eerder naar Almere, maar onze zoon zat nog op de basisschool.” Er wordt gevraagd of we nog iets willen drinken, maar we willen beiden even niets. omdat we te diep in het verhaal zitten.

“Toen we op zoek gingen naar een huis in Almere”, vervolgt Gavino, “bleek dat de wachtlijst erg lang was en het kon wel drie jaar duren voor we een woning kregen. In die tijd was Han Lammers landdrost van de Zuidelijke IJsselmeerpolders en daarmee min of meer de baas van Almere. Lammers was een regelmatige bezoeker van Arti et Amicitiea. Ik sprak Lammers aan bij de bar en vroeg hem waarom ik zolang op een woning moest wachten. Hij erkende het probleem, maar zei dat hij er niets aan kon doen. Een half uur later tikte hij op mijn schouder en vroeg mij een velletje papier en een pen. Hij schreef iets op en vouwde het briefje dicht. Daarna deed hij het in een enveloppe die hij dichtplakte. Ik mocht het niet lezen. Lammers zei dat ik met die brief naar gebouw Meeresteinmoest gaan in Almere Stad. De volgende dag gingen mijn vrouw en ik naar Meerestein en een week later hadden we een huis in de Bosgouw in Almere Haven.”

Gavino
Meerestein in Almere Stad. Het gebouw uit 1977 is al in 1998 gesloopt om plaats te maken voor het nieuwe winkelcentrum van Almere Stad.

Ik loop naar het barretje van Boek & Boon en bestel twee thee, want nu zijn we er wel aan toe. Als ik weer zit, gaat Gavino verder: “Eind 1982 nam ik ontslag bij Arti et Amicitiea. Na het overlijden van de voorzitter werd het bestuurlijk chaotisch en er was veel onduidelijkheid. Daar kon ik niet tegen. Ik besloot als zelfstandig ondernemer verder te gaan. Een beetje ondernemer was ik al, want ik had sinds eind jaren zestig een vergunning om ijs te verkopen op vaste standplaatsen in het centrum van Amsterdam. Ik stond in het Vondelpark, op het Leidseplein en andere drukke stekkies in de stad. Meer dan vijf weken per jaar ijs verkopen zat er niet in, maar je kon er in korte tijd goed mee verdienen. Ik heb het negentien jaar gedaan. Pas toen het werk in Almere uitbreidde ben ik met het ijsverkopen in Amsterdam gestopt.”

“Wanneer ben je begonnen bij het strand van Almere Haven?”, vraag ik Gavino.
Gavino: “In 1983 kreeg ik voor de zomermaanden een vergunning voor een ijskarretje bij het strand van Almere Haven. Niet veel later werd ik gebeld door een ambtenaar van de Rijksdienst voor de Zuidelijke IJsselmeerpolders (ZIJP). Ze zochten een ondernemer om een kiosk uit te baten aan het strand van Almere Haven. We hadden een paar gesprekken in een groot wit gebouw in Lelystad. Er waren wel dertig gegadigden, maar ze wilden mij hebben.

Gavino
Kiosk Di Lago met Gavino Seddaiu (rechts)

“In 1984 begon ik met de kiosk aan het strandje net buiten de dijk van Almere Haven. Ik verkocht frites, broodjes, drankjes zonder alcohol, koffie, thee en ijs. Het was nog geen vetpot, want in de koude maanden had ik geen werk. Gelukkig had mijn vrouw een baan.”
We worden afgeleid door de manager van de baristabar die geïnteresseerd meeluistert. We raken in gesprek over het schrijven van verhalen en boeken. Ik ga na enkele minuten snel verder met Gavino, want de boekhandel gaat bijna dicht.

“Soms leek er niets te kunnen, vanwege de regeltjes”, zegt Gavino, “maar als het er op aan kwam, kon er vrij veel. Tijdens de strenge winter van 1985 en 1986 kon er twee weken worden geschaatst op het water aan het strand van Almere Haven. Almere wilde zichzelf promoten en er werd veel aandacht aan besteed, maar ik moest de vele bezoekers die dat trok vaak teleurstellen, omdat ik geen alcohol mocht verkopen. De mensen wilden een drankje dat paste bij het schaatsen en hen de snijdende kou deed vergeten. Natuurlijk was er erwtensoep en warme chocomel, maar geen Berenburg, glühwein of Jägermeister. De gemeente Almere (sinds 1986 gemeente) wilde de vergunning niet aanpassen, ook niet voor een paar weken.”

Gavino drinkt zijn kopje leeg en zegt: “Er was al twee dagen geschaatst toen er een agent langs kwam. Hij vroeg hoe het ging. Ik zei dat het prima ging , maar dat veel mensen om Berenburg en Jägermeister vroegen en dat ik nee moest verkopen. De agent deed zijn hand voor zijn ogen met de vingers wijd open en zei: ‘Ach, gewoon doen. Het wordt toch niet gehandhaafd, in ieder geval niet door mij, want zeg nou zelf wat is een koek en zopie zonder Berenburg?’
Het is grappig om te horen dat nu, 33 jaar later, Gavino nog steeds met zijn Sardijnse-Italiaanse tongval “Koekje en Zoopie” zegt. Hij heeft het nog even kort over de Friese schaatscultuur, waarop ik hem een boek beloof over acht eeuwen schaatsen in en rond Amsterdam. Ik heb er nog een paar liggen.
“Wat de gemeente wel goed deed”, zegt Gavino, “is het aanleggen van verlichting voor de ijsbaan. Dat werd snel geregeld.”

We praten over de kiosk met het kleine overdekt terras, waar een walmende en stinkende petroleumkachel het vaste publiek van ongeveer vijftien mannen en vrouwen een achttal jaren verwarmde. Er werd in die tijd nogal gezond en stevig gedronken, volgens Gavino.
In 1992 kwam er grond bij in erfpacht en mocht de kiosk worden uitgebreid naar het huidige paviljoen. Het paviljoen kreeg de naam Di Lago, wat ongeveer ‘van het meer’ betekent, omdat Gavino het woord “Di” beter vond klinken.
Gavino heeft spijt dat hij niet direct een groter paviljoen heeft gerealiseerd, want dat mocht. Hij had toen onvoldoende geld en leningen waren duur. Later had het ook nog gekund, maar het is er nooit van gekomen.

Di Lago bood Gavino de gelegenheid om langer open te zijn en met een volledige vergunning nam de omzet flink toe. Het draaide vanaf het begin goed. Door evenementen van de gemeente, het stoomfestival en de triatlon waren er dagen bij dat een halve maandomzet werd gedraaid. Het paviljoen werd steeds vaker gebruikt voor feesten en partijen, met de gemeente Almere en Almeerse bedrijven als belangrijke klanten.

Soms ging het mis, zoals in die ene zomer, toen op een dag niet ver van Di Lago een grote zeecontainer werd geplaatst. Bij navraag bleek dat de container bedoeld was voor de berging en verhuur van kano’s. Daar hadden ze een vergunning voor. Ze verkochten in strijd met de vergunning eten en drinken en daar had Di Lago last van. Gavino heeft een advocaat moeten inschakelen om zijn gelijk te halen. Niet lang na de rechtszaak was de container weer net zo plotseling verdwenen als ze gekomen was.

In april 2013 heeft Gavino Di Lago verkocht en is hij eindelijk met pensioen gegaan na bijna vijftig jaar hard werken. Een maand later is zijn vrouw helaas overleden.

“Ben je thuis in Almere, of wil je terug naar Sardinië”, vraag ik Gavino.
Hij denkt even na en zegt dan: “Ik woon al bijna vierenvijftig jaar in Nederland, waarvan zestien jaar in Amsterdam en zesendertig jaar in Almere. Als je meer dan vijftig jaar in een ander land woont, wordt je deel van dat land. Mijn zoon woont hier, ik heb hier mijn vrienden en de mensen kennen mij. Helaas zijn veel vrienden en bekenden de afgelopen jaren overleden, maar er zijn er nog genoeg over. In Alà dei Sardi ken ik alleen mijn broer. De andere familieleden zijn er niet meer. Ik ben al zo lang weg van Sardinië, dat bijna niemand mij daar nog kent, ook al ga ik er nog steeds ieder jaar naar toe.”

“Waar is je thuis?”, vraag ik hem nog eens.
Gavino’s antwoord is toch tweeledig: “Mijn thuis is Almere, maar…, ik ben en blijf een Sardijn.”

 

Meander

“Ik ben en blijf een Sardijn”: © Meander; Almere; 1 mei 2018.
Voetnoten:
1               Alà dei Sardi:  https://nl.wikipedia.org/wiki/Alà_dei_Sardi
2              Meerestein Almere:http://canonvanalmere.nl/meerestein
3              Arti et Amicitiae: http://www.arti.nl
4              Boek & Boon: Boek & Boon 

Foto’s
Di Lago: © Gavino Seddaiu
Gavino Seddaiu: © Meander; Almere; 1 mei 2018
Alà dei Sardi: Internet
Meerestein: Internet
Kiosk Di Lago met Gavino Seddaiu: © Gavino Seddaiu
“Ik ben en blijf een Sardijn” is het verhaal van Gavino Seddaiu over zijn Almere. Een verhaal in het kader van Almere mijn Thuis”, het thema van “Suburbia in de Buurt”, een project van theatergroep Suburbia.