Archief van
Categorie: Columns

Een opinie, of een beleving, weergeven in een kort verhaal met een meestal impliciete boodschap.

Organische intimiteit

Organische intimiteit

De drie vrouwen liepen naar buiten. “Wat een geweldige film”, zei Caroline.
Sarah zei: “Vind je? Waardeloze film. Ik viel bijna in slaap.” De manier waarop ze het zei, toonde onverbloemd haar afkeer van de gedachte dat haar vriendinnen het wél leuk hadden gevonden.
“Wat?”, reageerde Ellen. “Sorry, maar dat is echt onzin. Je kunt de film minder goed vinden, maar waardeloos? Was het te spannend voor je?”
“Doe normaal”, reageerde Sarah geirriteerd. ‘Een slappe thriller. Een onwaarschijnlijke moordenaar snijdt de lijken van zijn prooien in stukken en verkoopt het vlees? En dan al die fouten in de film. Nee, dit was zonde van mijn geld, behalve dat het gezellig is met jullie.”
Caroline schudde haar hoofd en zei: “Die dingen gebeuren gewoon, weet je. Misschien niet hier, maar wel in Amerika, of Aziatische landen.”
“Nou”, zei Ellen, “dat valt geloof ik wel mee.”
“Het gebeurt”, zei Sarah, “maar heel zelden, toch? Laten we er over ophouden en ergens iets gaan drinken.” Caroline had er de pest in en vond dat haar avond was verziekt door Sarah’s negatieve gezeur. Ze zei er niets over, maar wilde naar huis.
“Ik ga absoluut nog iets drinken”, zei Sarah. Ellen zuchtte, want zij was de chauffeur en zat er weer fijn tussenin. Sarah loste het probleem op. “Breng Caroline maar naar huis, Ellen. Ik kom wel thuis.”
Ellen had ook nog wel wat willen drinken, maar wist dat Caroline niet van plan was te blijven en desnoods met het openbaar vervoer naar huis zou gaan. Als die eenmaal gepikeerd was, was ze onvermurwbaar. “Prima”, zei Ellen. “Morgen even bellen?”
Sarah omhelsde haar vriendinnen en keek ze na tot ze uit zicht waren. Daarna bestelde ze na enig twijfelen een taxi. “Centrum, graag”, zei ze tegen de chauffeur.
“Waar precies?”, vroeg de vrouw, terwijl ze zich omdraaide.
Sarah wendde haar blik af en antwoordde: “Dat zeg ik straks wel.”

Twintig minuten later stapte ze uit op het Schillerplein. Sarah betaalde voor de taxirit, draaide zich om en liep doelgericht op het chique Grand Café Le Meilleur af. Ze was zich ten zeerste bewust van haar goede figuur en elegante voorkomen en wist dat mannen en enkele vrouwen haar nakeken. Sarah droeg een stijlvol, modieus setje dat de meeste mensen niet konden betalen. Haar op maat gemaakte, bijpassende, halfhoge hakken voldeden aan de mode van deze zomer.
Bij de entree vroegen ze niet eens om haar identiteitskaart, alhoewel ze er zelden kwam. Ze mocht zo doorlopen, terwijl het gros van de mensen die trachten binnen te komen, werden geweigerd, zonder dat werd gezegd waarom. Als er al iemand vragen stelde of begon te zeuren, zei een van de portiers: “Only for members”, hetgeen niet waar was. De selectiemethode aan de deur was het beste te omschrijven als elitaire profilering. Om de privacy te garanderen waren er geen camera’s. Er kwamen nu eenmaal veel bekende mensen en die stelden dat niet op prijs.

Sarah werd verwelkomd door een gastvrouw die vroeg of ze aan een tafeltje wilde zitten of aan de bar. “Aan de bar graag”, zei Sarah.
“Mag ik u namens Le Meilleur een welkomstdrankje aanbieden?”, vroeg de jonge, opvallend sexy geklede vrouw, die vermoedelijk een studente was en een baantje had gevonden waar ze goed kon verdienen.
“Bloody Mary virgin, alstublieft”, zei Sarah, terwijl ze op een barkruk ging zitten.
“Ik weet niet of we dat wel hebben”, zei de gastvrouw giechelend.
“Nu wel, meisje”, zei Sarah gedecideerd. Ze negeerde de studente verder en observeerde de gasten. Het was druk aan de bar, maar de krukken naast haar waren leeg.
Ze kreeg haar virgin, Bloody Mary en betaalde direct, contant. Ze gaf de studente geen tip. Die verdiende genoeg, vond Sarah.

Op het veel te kleine podium stonden vijf, nagenoeg tegen elkaar aangeplakte jazzmuzikanten met achter hen de percussionist, die in de gelukkige omstandigheid verkeerde dat hij door zijn instrumentarium meer ruimte had, maar niet veel. Ondanks de gecomprimeerde opstelling van de jazzers, speelden ze fantastisch. De solo van de saxofonist liet het publiek stilvallen. Op het moment dat zijn solo eindigde met een lang eindschot dat rimpelloos overging in de totaliteit van het ensemble, barstte een verantwoord gejuich los dat het keurige applaus nagenoeg overstemde.

Aan de overkant van de bar stond een knappe kerel, vond Sarah. Ze had gezien dat hij zojuist afscheid had genomen van een aantal vrienden. De man ging weer zitten en keek na een tijdje af en toe naar haar. Ze deed alsof ze het niet zag, maar hij stond op en liep naar haar toe. De man bleef naast haar kruk staan en zei: “ Ik had nog geen zin om naar huis te gaan en zag u zitten. Alleen, of vergis ik mij?”
“U vergist zich niet”, zei Sarah.
Hij zei: “Mag ik naast u plaatsnemen? Indien u dat niet op prijs stelt, ga ik weer.”
“De kruk is vrij en wie ben ik om te zeggen dat u daar niet zou mogen zitten?”, was Sarah’s reactie.
Hij glimlachte, stak zijn hand uit en zei: “Martin, aangenaam kennis te maken.”
“Ik ben Sarah. Fijn eens een galante man te ontmoeten.” Mooie man, dacht Sarah. Lang, sterk, goed getraind. Leuk speelgoed.
‘Wat drink je?”, vroeg Martin.
“Een Bloody Mary.” Ze liet het woord virgin achterwege.
“Ik bedoel wat wil je drinken, want je glas is bijna leeg.”
“Ik wil wel een Screwdriver”, zei ze.
Martin lachte en zei: “Jij durft. Ik neem een Dark ’N Stormy.”
Sarah lachte en zei: “Pas maar op.”
Martin vertelde dat hij chirurg was en vroeg wat zij deed. “Ik ben kunstenares en maak sculpturen, vooral van menselijke figuren en soms van dieren”, zei Sarah. Martin was onder de indruk en niet alleen van het feit dat ze beelden maakte. Hij dacht: jammer dat ik haar niet eerder ben tegengekomen. Ze spraken over hun favoriete muziek tot de drankjes op waren. Sarah en Martin keken elkaar even aan. Martin betaalde, waarna ze vertrokken.

Sarah had geen idee waar Martin woonde, maar als zijn huis net zo groot en duur was als zijn auto, dan moest het welhaast een klein paleisje zijn. De moderne Bentley bleek elektrisch te rijden. Ze had haar hand op zijn been gelegd. Hij keek een keer naar haar en dacht: ongelofelijk wat een lichaam. Martin zei: “Blijf je, of breng ik je naar huis?”
Sarah antwoordde: “Wat denk je, Martin.” Haar hand gleed een stukje langs zijn been.

Na ongeveer vijftien minuten waren ze er. De hekken gingen automatisch open en de verlichting langs de bijna honderd meter lange oprijlaan sprong aan. De moderne, vrij recent gebouwde, bijna geheel witte woning in Bauhaus stijl werd zacht verlicht. De auto schoof naar beneden van een afrit. Ze reden een ondergrondse garage in waar nog drie auto’s stonden. Een four wheel drive Jeep, een pick-up en een Smart.
De garagedeur sloot zich automatisch. Martin stapte uit, liep om de auto heen en hield de deur voor haar open. Ze liepen de garage uit en kwamen in een ander deel van de ondergrondse ruimte. Er stond een roestvrijstalen werkbank waar je omheen kon lopen. Aan de muur achter de werkbank hingen tal van gereedschappen en aan de korte zijde van de vierkante ruimte stonden twee grote vriezers. De vloer was betegeld en voorzien van twee afvoerputjes. Naast de vriezers was een ingebouwde muurkast, waarin vier jachtgeweren hingen. Sarah stelde geen vragen, maar vroeg zich wel af waar Martin deze ruimte voor gebruikte. Martin had haar stille verwondering opgemerkt, of hij kwam spontaan met een toelichting. Hij zei: “Ik jaag regelmatig, samen met mijn vrienden. Hier slachten we de dieren. Dat doen we zelf, omdat de meeste van mijn vrienden, net als ik, chirurg zijn. Appeltje eitje.”

Ze stapten in een lift en gingen naar de eerste verdieping, waar ze in een schitterende woonkamer kwamen met grote ramen en veel planten. Sarah zei dat ze wel een dubbele espresso wilde. Dat vond Martin een prima plan. “Twee dubbele espresso’s. Komen er aan.” Hij liep naar de lichte, open keuken om de espresso’s te maken.
Sarah keek om zich heen. Er hingen twee jachttrofeeën. Een van een eland en een van een vos. Ze vond de koppen van de dieren uit de toon valen vergeleken met de rest van de strakke rechthoekige inrichting met louter zwarte, grijze en witte tinten. Haar blik werd getrokken door een opvallend schilderij. Nee, het was een foto. Een verbeelding van de lijkschouwing van de anatomische les van Dr. Tulp met onder meer Martin als een van de studenten. Zou dat lijk echt zijn?, dacht Sarah.
Martin kwam met de twee koffies aan lopen en vroeg: “Wil je..”
Sarah onderbrak hem en zei: “Laten we de espresso meenemen.”

Ze liepen een spiraalvormige, houten trap op en kwamen in een ruimte van minstens honderd vierkante meter met aan de rechterzijde bij een groot raam een prachtig, blauw waterbed. Aan de andere kant van de kamer was een in de vloer verzonken bad voor zeker acht personen. Tussen bad en bed stond, met de rug naar de kamer, een drie meter brede, beige, leren bank met zicht op een wand met een bijzonder groot televisiescherm.
Sarah liep naar het bad, zette haar espresso op een marmeren plateautje aan de rand van het bad en liet met een enkele beweging haar jurk van haar lichaam zakken. Ze droeg er niets onder. Sarah stapte in het bad en zei: “Waar blijf je en hoe zet je dit bad aan?” Ze zag geen kranen.
Martin, lachte hard en vroeg: “Heb je haast?” Hij pakte een afstandsbediening uit een nis in de muur en drukte op twee knoppen. Vanuit de wanden en de bodem vulde het bad zich vrij snel. Martin gaf haar de afstandsbediening en legde uit hoe ze de waterstroom harder en zachter, warmer en kouder en aan of uit kon zetten. “Ik ben zo terug” zei hij, waarna hij wegliep. Twee minuten later was Martin terug in een zwarte badjas. Hij trok zijn badjas uit, legde die naast het bed, liep naar de andere kant van de kamer en stapte bij Sarah in bad. Hij vroeg welke badolie ze wilde.
“Lavendel, heb je dat?” Onderwijl keek ze naar zijn gespierde lichaam. Dit wordt geweldig, dacht ze. Een mooi model voor een van mijn sculpturen.
“Druk maar vier keer op de groene knop”, zei Martin.
Sarah deed wat hij zei en zag dat het water zich mengde met de gewenste badolie. de geur van lavendel vulde de ruimte, maar niet overheersend. Ze ging tegen hem aanliggen en speelde met hem. Hij liet haar merken dat hij dat bepaald niet vervelend vond.

Nadat ze elkaar meer dan een kwartier hadden opgewonden, stapten ze uit bad en droogden elkaar af.
Sarah liep voor hem uit naar het bed. Martin zei dat hij nog even iets moest pakken en liep naar een andere kamer. Ze pakte haar tas die bij de deur stond en zette die naast het bed. Plots klonk er klassieke muziek uit alle hoeken van de kamer. Niet te zacht en niet te hard.
Martin kwam binnen en stond een tijdje naar haar te kijken. “Wat doe je? Waarom kijk je zo?”, vroeg Sarah. Ze voelde dat de sfeer veranderd was, maar zei er niets over.
Martin glimlachte, haalde zijn schouders een beetje op en antwoordde: “Ik kijk naar jouw uitzonderlijk mooie lichaam en naar de structuur van de beenderen. Schitterend.”
“Dat heeft nog nooit iemand gezegd”, zei Sarah, “maar…, dankjewel. Kom je?”
Martin ging naast haar liggen. Als in slow motion speelden ze aanvankelijk het liefdesspel. Het tempo werd langzaam opgevoerd. De Hongaarse muziek bepaalde gaandeweg het tempo, zweepte hen op en bracht hen meer en meer in extase. Ze verloren zichzelf en elkaar. Juist op het moment dat ze voor de derde keer samen de top beklommen, klonk het angstig: “Wat doe je?”
Gelach, homerisch gelach. Zij schreeuwde tegen hem. Hij schreeuwde tegen haar. Het gelach ging over in gegrom. Plotseling ging het razend snel. “Wat wil je? Wat doe je? Hou op, hou op!” Toen was het afgelopen en werd het stil.

Anderhalf uur later was de slaapkamer helemaal schoon en was de badkamer aan de beurt. Daarna werd in de ondergrondse ruimte in iets meer dan een uur het lichaam snel en vakkundig ontleed. Lever, nieren, hart, longen, ogen en andere nuttige lichaamsdelen werden ingepakt en in separate koelboxen gedaan. Koelboxen die uit de vriezer kwamen en waren voorzien van koelelementen. Een geluk bij een ongeluk dat die boxen allemaal leeg waren geweest, omdat het een volkomen ongeplande buitenkans was gebleken. De koelboxen werden geseald en daarna op de tafel schoongespoten. Vervolgens werden ze ontsmet en na tien minuten nog eens schoongespoten. De zes grotere boxen met overbodige lichaamsresten stonden links en ondergingen een zelfde routine. Alle boxen werden op een karretje gezet dat aan de andere kant van de ruimte stond. Daarna werd de werkplek schoongemaakt, ontsmet en nog eens schoongemaakt.
Zo, dat was dat. Niets was aan het toeval overgelaten. De badkamer rook inmiddels naar dennengeur en de ondergrondse ruimte rook, net als aan het begin van de avond, naar niets. Lichten uit, de spullen bezorgen en dan naar huis. De boxen stonden inmiddels achter in de Jeep en moesten binnen twee uur worden afgeleverd. De hekken sloten zich toen de Jeep het terrein af was gereden en rustig in de nacht verdween.

Drie uur later stond de schoongemaakte Jeep weer op zijn plek. Nog eens twee uur en een nachtbus later stapte ze in de lift van haar appartement. Het was maar drie stappen van de lift naar de deur van haar appartement op de achtste verdieping. Sarah deed de deur open, stapte naar binnen, legde haar spullen in de gang, schopte haar schoenen uit en liep naar de kamer van haar twee kinderen, die heerlijk lagen te slapen. De oppas lag in diepe rust op de bank in de woonkamer. Sarah glimlachte. Wat een superavond. Lekkere seks en onverwacht honderdzeventigduizend euro verdiend.

 


Wordt ook orgaandonor en registreer u HIER.

 

 

Meander

 

‘Organische Intimiteit’: © Meander; 17 augustus 2019.  


Hart: Internet.


Meer verhalen van Meander? Klik HIER.

Waar zij liep

Waar zij liep

zag haar lopen                  

op Jacobspad                    

in vage verte                

‘t frêle silhouet                 


zag haar lopen                  

bij Kobbeduinen                  

in schreeuwende zon                   

was zij het die scheen                  


zag haar lopen                    

op Westerstrand                    

dansend op horizon

wonderschoon ballet


zag haar niet meer

paden en stranden

schandalig leeg

omdat ze verdween                


loop waar zij liep

zij niet geweten

ondanks dat het nooit

kan haar niet vergeten      

 

Meander

 

‘Waar ze liep’: © Meander; Almere; 6 augustus 2019.  


Foto: ‘Jacobspad; © Meander; 6 augustus 2019.


Meer gedichten over Hart & Ziel? Klik HIER.

 

Stier Van Schier

Stier Van Schier

het robuuste, stoere, zwarte dier                     


bezag trots zijn kudde en revier                        


bevruchtte vurig iedere koe                   


genoot er van en werd nimmer moe                 


hij was niet voor niets dé Stier van Schier           

 

stier

 

Meander

 


“Stier van Schier”: © Meander; Schiermonnikoog; 4 augustus 2019.


Foto: Sayaguesastier op Schier: © Meander; Schiermonnikoog; 4 augustus 2019.


Voor meer gedichten van Meander op en over Schiermonnikoog, klik HIER. 


Meer informatie van Natuurmonumenten over grazers in de duinen op Schiermonnikoog? Klik dan HIER.

‘De Stier van Schier’ is een ode met een knipoog aan het grote, sterke, zwarte, stoere, robuuste dier (een Sayaguesa), die in de duinen graast en loopt en zorg draagt voor een groeiende kudde grazers. De grazers zorgen er voor dat het duinlandschap niet dichtgroeit met planten en struiken. Natuurmonumenten organiseert in samenwerking met de gemeente het natuurbeheer van Schiermonnikoog. een Sayaguesa.

Roekeloze Rekel

Roekeloze Rekel


een roekeloze rekel uit Wier                        


gaf om volvette muizen geen zier                


de sluwe schavuit               


beet in menig kuit                   


lachend en louter voor zijn plezier                 

 

 

 

Meander

“Roekeloze Rekel”: © Meander; Almere; 2 juli 2019.  


Tekening; Internet; FieryBirdyThing Deviant Art.


Voor meer gedichten, klik HIER .


Meer informatie over de Vos, klik HIER.


Over het plaatsje Wier in Friesland, klik HIER.


“Roekeloze Rekel”, geschreven naar aanleiding van een vrouw op een fiets in de Onlanden bij Groningen. Zij vond dat ze gestalkt werd door een vos. Zij dacht dat hij het op haar sappige kuitjes had voorzien, of op haar knokige enkeltjes. Maar de vos dacht slechts: “Wat moet dat mens hier?


Bericht over vrouw die gestalkt werd door een vos in natuurgebied de Onlanden (Groningen): Klik HIER.

Het jongetje dat de zon wilde vangen

Het jongetje dat de zon wilde vangen

Tijn vroeg: “Waarom is de zon eerst daar? Hij wees naar het oosten. “En waarom is ie dan de hele dag boven ons hoofd? Gaat ie ’s avonds onder ons huis door?” Hij wilde weten hoe het precies zat met de zon. Zes jaar en gebrand op het begrijpen van de zon. “Kan ik de zon pakken?”
“Tijn, hou even op met dat gevraag. Hoe dat gaat met de zon en de aarde, heb ik al eens verteld. Onze aarde draait om de zon en ze allebei zijn heel erg groot.”
Tijn haalde zijn schouders op en dacht dat zijn moeder maar iets zei, omdat er iets was dat hij niet mocht weten. Dat deed ze wel vaker, vond hij. Hij schudde zijn hoofd. Het was zijn moeder, maar ze begreep het niet.
De zon en de maan waren dingen, een soort lampen vond Tijn. Dingen en lampen kun je pakken, bedacht hij.

Tijn stond ‘s avonds op het balkon van hun vakantiehuis op het duin en keek naar de zon die langzaam in de Noordzee verdween. De zon was heel heet had zijn moeder gezegd. Dus, dacht Tijn, gaat ie even zwemmen in de zee en als de zon weer koud genoeg is, dan komt ie weer terug. De zon is slim, want hij gaat altijd ’s nachts zwemmen. De maan niet, die zie je soms ook overdag.
“De maan is dommer dan de zon, mama”, zei Tijn tegen zijn moeder, die in een stoel een boek zat te lezen.
Zijn moeder zei: “Dommer dan de zon? Dingen kunnen niet dom of slim zijn.”
“Duhhuh, jij snapt er niks van”, reageerde Tijn.
“Leg eens uit dan?”
Tijn zei: “Dat is te moeilijk voor jou.”
Zijn moeder lachte en zei: “Het is al veel te laat. De zon is al onder gegaan. Naar bed, jongeman.”

Tijn kon niet slapen. Hij dacht lang en diep na over hoe hij zijn moeder kon laten zien dat hij gelijk had. Hij stond op en liep naar het raam. Maan was helemaal rond en helder. Eens kijken of Maan mij kan helpen, dacht Tijn.
“Hé, Maan. Kom eens hier?” Maan reageerde niet.
“Maa-aan, kijk nou even en kom eens hier.” Tijn wist wel dat dingen niet konden praten, tenminste dat had zijn moeder gezegd, maar dat was vast ook niet waar.
“Waarom maak je me wakker? Ik hang hier net lekker”, klonk plotseling een hoge stem, die van ver weg leek te komen.
“Wie is dat?”, vroeg Tijn. Hij vroeg zich af of het Maan wel was, want die was nog steeds heel ver weg.
“Ik, je riep me toch?”, vroeg Maan, terwijl ze gaapte.
“Ja, ik wil wat weten”, zei Tijn, alsof het de gewoonste zaak van de wereld was dat je met de maan sprak, terwijl maar heel weinig kinderen dat konden.
“Nou, vraag maar, anders hang ik hier morgen nog”, zei Maan.
Tijn vroeg: “Hoe kan ik Zon vangen? Ik wil weten wat hij doet en kijken of hij echt zo heet is?”
Maan antwoordde: “In de eerste plaats is Zon een meisje, dus geen hij, maar een zij. In de tweede plaats wil Zon niet gevangen worden. Daar heeft Zon geen tijd voor, want dan komen er grote problemen.”
“O ja, een meisje? Dat denk ik niet, want Zon is heel erg groot en sterk, zegt mijn moeder.”
Maan zei extra duidelijk: “Een meisje. En…, je mag haar niet vangen.”
“Maar het kan wel’, zei Tijn.
“Ik ga jou niet vertellen hoe dat moet, want Zon en ik zijn vrienden. We kunnen niet zonder elkaar.”
“Wat ben jij een stomme Maan zeg. Ik wil Zon maar één keertje heel eventjes vangen.”
“Succes, Tijn, ik ga weer zonnen?”
“Zonnen? Er is helemaal geen Zon”, zei Tijn.
Maan zei niets meer en verdween even later langzaam achter de wolken.
“Eigen schuld”, riep Tijn. “Nu ben je weg.”

Tijn ging weer op zijn bed liggen en piekerde zich suf. Het werd al een klein beetje licht. Hij stapte uit zijn bed, trok zijn kleren aan, sloop naar beneden, trok zijn laarzen aan, pakte zijn emmertje, zocht even naar zijn schepnet en keek of de deur op slot was. De sleutel zat in de deur. Tijn draaide de sleutel zachtjes om, deed de deur nog zachter open, liep naar buiten en deed de deur nog veel zachter weer dicht.

Tijn rende zo hard hij kon de weg af naar het strand. Hij liep vanaf de strandopgang eerst een stuk langs het strand en toen naar de branding. Hier was niemand die hem tegen kon houden. Er was trouwens nergens iemand te zien, wat wel raar was, maar het kwam Tijn goed uit.
Zon kwam op, ging boven zijn hoofd naar de andere kant en zou straks onder gaan. Het leek veel sneller te gaan dan anders. Tijn zette zijn emmertje neer en wachtte tot de zon bijna onder ging. Het schepnet werd alvast uitgestoken, precies onder Zon. Zon werd eerst donkergeel, toen oranje en uiteindelijk zelfs een beetje rood. Tijn wachtte tot Zon in zijn schepnet zakte. Vlak voordat het eerste stukje van Zon bijna in het water wilde verdwijnen, trok hij het schepnet naar zich toe en kiepte Zon in de emmer. Dat ging een beetje ruw, want hij wilde zijn handen niet branden. De emmer was te klein voor Zon, zodat deze bovenop de emmer bleef liggen.

“Au, ben je helemaal gek geworden”, schreeuwde Zon tegen Tijn. “Blijf van me af.”
“Ik gooi je zo terug in het water, Zon”, zei Tijn.
“Niks er van jongetje, je zet me nu terug en absoluut niet gooien!”, commandeerde Zon.
“Ik heet Tijn en je hoeft niet zo te schreeuwen, want dat is onbeleefd, zegt mijn moeder. Als je niet aardig doet, neem ik je mee naar huis.”
Zon zwol op van boosheid en werd nog roder. Ze viel bijna van de emmer. “Laat mij vrij! Nu!”, riep ze.
“Ik wil je wat vragen. Daarna laat ik je gaan”, zei Tijn.
Zon aarzelde, dacht even na en zei toen ongeduldig: “Nou, schiet maar op met je vragen.” Zon werd iets rustiger, want als ze hier niet weg zou komen, ging er van alles vreselijk mis.
Tijn vroeg: “Waarom ga je iedere dag over ons heen? Ga je ’s avonds zwemmen, omdat je het te warm hebt? Ga je onder ons huis door?”
“Ik heb het nooit te warm. Ik moet om de aarde draaien om te zorgen dat jullie overdag licht hebben en in de nacht kunnen slapen”, zei Zon. ‘Wat is een huis?”
“Om de aarde draaien?”, vroeg Tijn verbaasd? “Mijn moeder zegt dat de aarde om jou draait.”
“Nou mooi niet”, zei Zon.
“O”, zei Tijn. “En Maan? Die zegt dat jullie vrienden zijn.”
“Ja, maar eigenlijk is ze mijn kleine zusje, maar dat snapt ze nog niet. Daar is ze te klein voor.”
Tijn zei: “Nee, dat is niet waar. Toch?”
Zon zei: “Ja, dat is wel waar en nu moet ik weg, anders begint de dag morgen veel later. Heb je nog meer vragen?”
“Ja, maar dat kan een andere keer wel. Of wacht even, nog één vraagje.”
“Toe dan maar”, zei Zon, die begreep dat ze beter mee kon werken.
Tijn vroeg: “Zijn wij nu ook vrienden?”
“Vrienden?”, bulderde Zon. “Je hebt me gevangen.”
Tijn keek naar Zon, zei “Sorry”, en vroeg nog een keer: “Zijn we nu vrienden?”
Zon dacht even na en zei: “Als je me nu laat gaan en belooft me nooit meer te vangen, dan zijn we vrienden.”
“Voor altijd?”
“Voor altijd.”
“Goed. Ik beloof het”, zei Tijn.
Tijn wilde de Zon een boks geven, maar dat kon natuurlijk niet. Hij voelde voorzichtig met zijn rechterhand aan haar roodoranje huid. Ze was wel warm, maar hij brandde zijn handen niet.
“Ik ga”, zei Zon, die niet langer wilde wachten en voor Tijn iets kon doen, sprong Zon in zee. Ze zwom zo snel ze kon naar de verte voor ze zich helemaal in de zee liet zakken. Tijn keek nog een tijdje naar de plek waar zijn nieuwe vriendin in de zee was verdwenen. Het werd donker en Tijn viel in slaap.

Toen Tijn de volgende ochtend wakker werd, rende hij naar beneden en riep hij tegen zijn moeder, die het ontbijt aan het maken was: “Ik heb Zon gevangen. Ze draait om de aarde en het is een meisje. Ze weet niet wat een huis is en Maan en Zon zijn vrienden en Zon is nu ook mijn vriend, eh, vriendin.”
Tijns moeder glimlachte en zei: ‘Dat is mooi, schat. Maar vond de zon dat wel fijn? Is ze niet boos geworden?  Kijk maar eens naar buiten.” Het regende pijpenstelen en een felle flits werd gevolgd door een knetterende donderslag. Er was geen Zon te zien.
Tijn schudde zijn hoofd, keek naar zijn moeder en zei: “Jij snapt er echt helemaal niks van, mam.”

 

 

Meander

 

Een spontaan verhaaltje over de zevenjarige Tijn, die de Zon wilde vangen. Geschreven naar aanleiding van een ontmoeting op een terras aan het strand met een bijdehand en gezond eigenwijs, fantasierijk ventje en met zijn moeder, die hij behoorlijk in verlegenheid wist te brengen. Tijn en ik spraken met elkaar over zon en onzon.


“Het jongetje dat de zon wilde vangen”: ©Meander; 22 juli 2019.  


Foto: “De zon”; twintig minuten voor zonsondergang: © Meander; 25 juli 2018.  

Meer informatie over de Zon? Klik HIER.

Staren over zee

Staren over zee

ze stond te staren over zee                      

vanaf de top der duinen                      

tranen gleden naar benee                     

om hetgeen verloren was                      


ze stond te staren over zee                        

besloot om te gaan struinen                       

nam haar leven met zich mee                      

met daarop die scherpe kras                  


ze bleef maar staren over zee          

al slenterend op het strand                      

raakte zo van lieverlee                      

bij de branding aanbeland


ze stond te staren over zee

op verschuivende limiet

en dacht, toe neem mij toch mee

breng me weg van mijn verdriet


ze stond te staren over zee

met in hart en ziel haar lief

ervoer eenheid van hun twee

glimlachte, wist intuïtief


ze staarden samen over zee

hij van ergens wie weet waar

allerliefste staarde mee

zij naar hem en hij naar haar


ze stond te staren over zee

keerde haar rug naar ‘t water

had er rust en vrede mee

tot straks mijn lief, tot later

 

 

Meander

“Staren over Zee (zij)”: © Meander; Veerboot op het Wad; 18 juli 2019.  


Foto: Liefde van de zee: © Meander; 14 juni 2019.  


Voor verhalen en gedichten over Hart & Ziel, klik HIER.


Voor verhalen en gedichten over Zee, Kust, Strand en meer, klik HIER.

 

Meander is nieuwsgierig naar uw beleving van dit gedicht, uw ervaringen, uw liefde voor uw lief. Wat voelt u? Wat denkt u? Een gedicht dat tot nadenken stemt, vrede brengt, of rust? Is het verlies van de ultieme liefde ooit acceptabel, of slechts een feit waarmee we moeten leven? Kunt u het leven van de liefde vieren, ook als hij of zij is gegaan naar wie weet waar?
Meander verzamelt graag alle reacties om wellicht op grond van die reacties een nieuwe poëtische weergave van de verloren liefde te kunnen verwoorden, verbeelden, schetsen, impliciet laten beleven.

Dit is een variant op het origineel, omdat de ervaring vanuit verschillend perspectief kan worden gedacht. Dit gedicht is uit haar perspectief.

Staren over Zee

Staren over Zee

hij stond te staren over zee                      

vanaf de top der duinen                      

tranen gleden naar benee                     

om hetgeen verloren was                      


hij stond te staren over zee                        

besloot om te gaan struinen                       

nam zijn leven met zich mee                      

met daarop die ene kras                  


hij bleef maar staren over zee              

al slenterend op het strand                      

raakte zo van lieverlee                      

bij de branding aanbeland


hij stond te staren over zee

op verschuivende limiet

en dacht, toe neem mij toch mee

breng me weg van mijn verdriet


hij stond te staren over zee

met in hart en ziel zijn lief

ervoer eenheid van hun twee

glimlachte, wist intuïtief


ze staarden samen over zee

zij van ergens wie weet waar

allerliefste staarde mee

zij naar hem en hij naar haar


hij stond te staren over zee

keerde zijn rug naar ‘t water

had er rust en vrede mee

tot straks mijn lief, tot later

 

 

Meander

“Staren over Zee (hij)”: © Meander; Veerboot op het Wad; 18 juli 2019.  


Foto: Liefde van de zee: © Meander; 14 juni 2019.  


Voor verhalen en gedichten over Hart & Ziel, klik HIER.


Voor verhalen en gedichten over Zee, Kust, Strand en meer, klik HIER.

 

Meander is nieuwsgierig naar uw beleving van dit gedicht, uw ervaringen, uw liefde voor uw lief. Wat voelt u? Wat denkt u? Een gedicht dat tot nadenken stemt, vrede brengt, of rust? Is het verlies van de ultieme liefde ooit acceptabel, of slechts een feit waarmee we moeten leven? Kunt u het leven van de liefde vieren, ook als hij of zij is gegaan naar wie weet waar?
Meander verzamelt graag alle reacties om wellicht op grond van die reacties een nieuwe poëtische weergave van de verloren liefde te kunnen verwoorden, verbeelden, schetsen, impliciet laten beleven.

Dijktoeristen

Dijktoeristen

Fragment van schilderij; Bootjes kijken op de dijk; Theo Onnes


wat zullen we gaan doen?
niet nog eens naar het strand
waarom zou dat niet kunnen?
even een dag geen zand               

laten we gaan fietsen
wat nemen we dan mee?
stoelen en de verrekijker
drinken en eten voor ons twee               

na een uurtje fietsen
was zij het al weer zat
en wilde ergens zitten
desnoods maar aan het Wad

ik stop even met fietsen
wil je zitten? op de dijk?
het maakt mij niet uit waar
je zit daar wél te kijk

fietsen op slot gezet
de stoeltjes neergepoot
kleedje voor de zekerheid
daar kwam al de eerste boot

door de verrekijker turen
het Wad zorgvuldig afgespeurd
klippers en aken bespieden

wanneer was zij nu aan de beurt?

geef mij eindelijk die kijker
ja, ja heel even wachten nog
geduld zwaar op de proef gesteld
het duurde veel te lang, ja toch?

 

dijktoeristen
Schilderij; Theo Onnes; Bootjes kijken op de dijk

 

geef die verrekijker nou
alleen dit ene scheepje nog maar
zuchtend deed ze even later
verveeld haar armen over elkaar

gezellig samen op de dijk
zijn grijze sokken in sandalen
en maar roepen, kijk dan, kijk
hij zag niet dat zij zat te balen

ze werd boos en deed een greep
doch duwde hem per ongeluk om
ze pakte snel de verrekijker
o, wat keek haar mannetje dom

Jan en Greet een lekker stel
vijftig jaren echtelijk twisten
maar liefde vergeeft alles snel
zelfs voor kekke dijktoeristen

 

 

Meander

“Dijktoeristen”: © Meander; 18 juli 2019 0.04 uur


Schilderij: © Theo Onnes; Bootjes kijken op de dijk


Meer over Theo Onnes weten? Klik dan HIER.

 

 

 

 

Schiersong

Schiersong

als schiere liederen schallen                        


over het schiere duin en strand                      


schiere songwriters weer knallen                        


met ballades van eigen hand                    


melancholie van een sopraan                      


schier gevoel met een schaterlach                        


muzikanten laten zich gaan                        


met schiere noten, elke dag

 

 

Meander

“Schiersong”: © Meander; Almere; mei 2019 


Poster:© Schiersong; 2019 

Schiersong is het jaarlijks in juli georganiseerde festival voor singer-songwriters en een dichter. Inmiddels een traditie, maar wel eentje die bewust binnen een bepaalde omvang wordt gehouden.


Voor meer over Schiersong, klik HIER.


Meer gedichten en verhalen over Schier en van Schier? Klik HIER.

Zonder, met elkaar

Zonder, met elkaar

zolang gekwelden                    

zichzelf niet ervaren                     

strijden met onbestaand                        

de lege pijn voelen                          

niet de hunne                              

onbegrepen beleven                      

is vriendschap                  

kennen van samen                      

van onsstanders                     

van lotgenoten                           

liefde van het lot                          

het meer van niets                       

het genoeg van weinig                      

wat ons bindt                        

en sterker maakt


niet het dan zonder                        

maar het nu zonder                   

gedeelde waarde                        

van jou en van mij                          

van hen… van ons                  

 

 

Meander

“DichtBij”: © Meander; Almere; 12 juli 2019 0.04 uur


Foto Ochtendrood:
© Meander; Almere; 10 juli 2019 5.17 uur

 

Opgedragen aan en geschreven voor: Lily May Parker naar aanleiding van haar gedicht “IJslagen.”

 

Dicht-Bij

Dicht-Bij

alle“bij”                   
bij zijn…                       
bijeen                        
bijzonder                       
bij elkaar                          

dichtbij
bij de bijvrouw
tijdens bijslaap

het bijzijn
van menig
werkbij
in bijwerken
van bijzaken
en bijklussen
die daarbij

in hun bijrol
zoemen:

als bijen
met bijen
vrijen
vrijen bijen
allebij
en komen er
veel bijtjes bij

 

Meander

 

“DichtBij”: © Meander; Almere; mei 2019.  

Foto Bijen: Internet.

Meer weten over honingbijen? Klik HIER.

Zomerzwaluwen

Zomerzwaluwen

één zwaluw maakt nog lang geen zomer                       


zegt menig wijsneus ieder jaar weer                            
         


wie echter oplet weet wel beter                          


waar één zwaluw is, daar zijn er meer                

 

 

zomerzwaluwen

zomerzwaluwen

 

 

Meander

“Zomerzwaluwen”: © Meander; Almere; 24 juni 2019.  


Foto’s: Boerenzwaluwen: © Meander; 23 juni 2019.  


Voor verhalen en gedichten over Zee, Kust & Strand, klik HIER .


Meer informatie over de Boerenzwaluwen? Klik HIER.

“Zomerzwaluwen” een kort gedicht (met foto’s als bewijs), waarmee de volkswijsheid over geen zomer vanwege die ene zwaluw, op eenvoudige wijze en beeldend wordt gelogenstraft.

Stoere Scholekster

Stoere Scholekster

rust door ‘t zacht geruis                    


en als scholekster luid fluit                    


weet je…, ik ben thuis                

                 

 

Scholekster

 

Scholekster

 

 

Meander

“Scholekster”: © Meander; Schiermonnikoog; 23 juni 2019.  


Foto’s: Scholeksters: © Meander; Schiermonnikoog; 22 juni 2019.  


Voor verhalen en gedichten over Zee, Kust & Strand, klik HIER .


Meer informatie over de Scholekster?, Klik HIER.

“Stoere Scholekster”, is een haaikoetje over de rust van de natuur. Ook al zorgt het schelle gefluit van de scholekster dat je weet dat je thuis bent. Deze uitbundige en stoere vogel geeft je op een bijzondere manier rust. De zwart-wit gevederde vogels met hun fel oranje lange snavels, zijn pittige dieren die duidelijk laten merken dat ze er zijn. Ze zijn slim, want ze lokken je weg van hun nest. Ze zijn vurig als ze dat nest moeten verdedigen tegen aanvallers. Hun scherpe snavel  is een geducht wapen en niet alleen om de hardste schelpen open te breken.

 
Paal 3

Paal 3

zonovergoten

voorbij duinenrij

op onovertroffen

aanlokkelijk strand


van strandvonderij

op palen gebouwd

eigenzinnig gekleurd

onthaast rustpunt


unieke culturele

vrijzinnige pleisterplaats

magnifiek tableau

in onbelemmerde horizon

 

 

Meander

“Paal 3”: © Meander; Almere; 21 juni 2019.  


Foto: “Paviljoen Paal 3”: © Meander; Almere; 21 juni 2019.  


Voor verhalen en gedichten van Schier, klik HIER .


Voor Paviljoen Paal 3, Klik HIER

Tot Morgen

Tot Morgen

aarde verbergt zon                


om haar morgen weer te zien


in al haar glorie 
                         

 

 

Meander

“Tot Morgen”: © Meander; Almere; 14 juni 2019.  


“Foto zon op weg naar morgen”: © Meander; 14 juni 2019


Meer gedichten over Zee, Kust en Strand? Klik HIER!

 

De Garnalenvisser

De Garnalenvisser

verwaaide nevels onthullen                    

contouren van manoeuvres                    

in slenken en geulen                  

gewillig gevormde                 

weerslag der getijden                


gekende wateren                 

van ‘ t wispelturig Wad                 

door schippershand                

vermetel bevaren                     

voor dagelijks brood


geconcentreerd gevoelen

van eeuwenlange ervaring

brengt telkens tijdigheid

om schamele schepsels

onbezwaard te wekken


ongeschonden ochtendlicht

toont volstrekte helderheid 

wijl garnalenvisser sleept

noeste arbeid en geduld

vullen het ruim gestaag


in schiere eenzaamheid

het Wad als meeste thuis

een lot dat vrijheid brengt

kotter keert de steven

gestuurd door schippers wil

 

 

 

Meander

“De Garnalenvisser”: © Meander; Almere; 13 juni 2019.  


“Foto Garnalenvisser  op het Wad”: © Meander; juli 2018.


Meer gedichten over Zee, Kust en Strand? Klik HIER!

 

 

 

Vals excuus voor 937 aardbevingen sinds Rutte regeert.

Vals excuus voor 937 aardbevingen sinds Rutte regeert.

Rutte zei drie keer sorry afgelopen week voor de situatie in Groningen, na weer een zware aardbeving in Groningen.
Een vals, veel te bescheiden, vaker gehoord sorry. Zolang hij regeert (14 oktober 2010) zijn er 937 bevingen geweest in Groningen. Dat is 68% van alle bevingen die in Groningen hebben plaatsgevonden (1369) tot en met vandaag.

Het gasdebat was een farce, een herhaling van teksten uit eerdere gasdebatten. De meest gehoorde zin, al sinds het aantreden van Kamp, is: “We gaan er nu echt wat aan doen.”
De werkelijkheid is, dat deze regering de adviezen van de Onderzoeksraad voor de Veiligheid en het Staatstoezicht op de Mijnen negeert.

Meer dan 100.000 schademeldingen sinds Rutte regeert. Volgens mij ben je dan over-verantwoordelijk en is het zeggen van sorry eigenlijk een belediging.

Rutte en zijn vrienden: “We gaan er wat aan doen. Voor het kerstreces hoort u van ons.” Kerstreces van welk jaar is nog niet bekend.
“We gaan het stuwmeer wegwerken. Dat laatste overigens niet in het belang van de Groningers, maar in het belang van onze opdrachtgever, Shell. U accepteert een aanbod van 5.000 euro en dan zoekt u het verder zelf maar uit, of een bod van 11.000 euro en dan doet een aannemer zijn werk. Accepteert u niet, dan moet u waarschijnlijk vrij lang wachten.”
Het onvermogen en de onwil van de Rutteregeringen leidt derhalve tot chantage.

Vandaag weer een beving van 2.5. Die van 4.0 of meer komt er aan, meneer Rutte. Gaat u dan 4 keer sorry zeggen en daarna lekker op de fiets naar huis om heerlijk te slapen zonder nachtmerries?

 

Meander

“Vals excuus voor 937 bevingen sinds Rutte regeert: © Meander; Almere; 9 juni 2019.

Foto lachende Rutte: Internet.


Meer lezen over Groningen en het onrecht dat Groningen wordt aangedaan? Klik HIER.

Te Laat (slot)

Te Laat (slot)

Het laatste hoofdstuk uit het boek “Te Laat” dat Folkert Buiter in 2014 schreef en dat in 2015 is uitgekomen bij uitgeverij Boekscout.
Dit hoofdstuk wordt nu door mij geplaatst op mijn pagina Meander, omdat iedereen denkt dat dit niet kan gebeuren. We bedoelen eigenlijk dat we het niet willen, maar het kan wel, dus praten we er niet over.
Na weer een zinloos Kamerdebat op 4 juni 2019 over “wat we gaan doen” maar al zeven jaar niet doen, vond ik het tijd om de betekenis van (on)veiligheid, van de mogelijke gevolgen van wat we niet (kunnen) weten, te publiceren.
 Natuurlijk is het een boek, een menging van fictie en non-fictie, maar als…
Overdreven? Niet het aantal slachtoffers telt, maar het feit dat er slachtoffers kunnen zijn en meer nog dat er al decennia steeds meer slachtoffers zijn.


192    Drie Juli

Tom was wakker geworden, zag Anneke liggen en trok haar naar zich toe, waardoor ze wakker werd. Op dat moment hoorden ze een zwaar, dof gegrom overgaand in gerommel en voelden ze een trilling. Het was snel weer stil.
‘Dat was een aardbeving’, zei Tom ‘en het was een stevige.’
Zes minuten later hoorden ze een keiharde knal en toen? Toen begon alles te bewegen. Het bed trilde, de kasten kraakten en schudden, er vielen foto’s op de grond. Beneden hoorden ze dingen op de grond vallen.
‘Jelle, Sophie’, riep Tom. Hij rende de kamer uit. De kinderen waren al wakker en liepen direct mee naar beneden. De aardbeving was na bijna 20 seconden voorbij.
‘Ik haal wel kleren’, zei Anneke. ‘We moeten ons eerst aankleden.’ Het was weer stil, maar Tom begreep dat hij aan het werk moest. Zo te zien was er niets mis met het huis. Er lagen dingen op de grond. Twee gebroken glazen en een vaas met bloemen, die in stukken lag. Toen hij in voorkamer kwam, zag hij dat de boekenkast half leeg was. De boeken lagen op de grond. Hij zei tegen Anneke: ‘Wil jij bij de kinderen blijven, dan ga ik als een speer naar het bureau, als dat lukt.’
Buiten hoorden ze geroep en sirenes.
‘Pas goed op jezelf’, zei Anneke. Ze gaf hem een kus.
Sophie pakte zijn arm en zei bang: ‘Pap, kun je niet blijven? Kom je wel terug?’
Hij zag de angst in haar ogen. ‘Ik kom terug, schat. De aarde is wel even uitgeschud.’ Helaas was dat niet waar, omdat de grote klap de hele ondergrond in beweging had gebracht. Op diverse plaatsen in Groningen volgden naschokken.

Tom liep naar buiten, stapte in zijn auto en zag dat veel mensen buiten stonden. Hij zette het zwaailicht op de auto en deed de sirene aan. Op het eerste gezicht zag hij geen direct opvallende schade, maar hij dacht aan zijn eigen huis, dat toch vrij stevig was en besefte dat het goed mis was als de mensen in Haren al op straat stonden.
Dit was een hele zware aardbeving, maar niet hier, dacht Tom. Op de radio was nog geen informatie, maar op de politieradio gonsde het van de meldingen. Onderweg zag hij een lange scheur in de vluchtstrook op de A28. Naarmate hij dichterbij Groningen kwam, zag hij meer en meer schade. Hier en daar lagen stenen en dakpannen op straat. Binnen een kwartier was hij bij het bureau, waar het wemelde van de collega’s. Toen hij uitstapte kwam de commissaris op hem af.
‘Vier punt vier’, zei de commissaris, ‘tenminste dat zegt het GON.’
‘Waar is het epicentrum?’, vroeg Tom.
Daan zei: ‘Weten we nog niet.’ Op dat moment klonk weer gerommel en trilden de ramen. Ze voelden de grond enkele seconden sidderen.
‘Ook dat nog’, zei Tom. ‘Een flinke naschok.’ Ze liepen naar binnen. Daan vroeg aan de balie wat ze wisten en vroeg Ria om de collega’s bij elkaar te roepen in de kantine. Tom belde het gemeentehuis om het rampenplan aardbevingen in werking te stellen. De gemeentesecretaris nam op en zei: ‘Ik geef je de burgemeester.’
Tom zei tegen Karel dat hij het crisisteam met alle deskundigen moest formeren volgens het draaiboek. ‘Ik bel met Den Haag en de nationale korpsleiding. Coördinatiekamer in het gemeentehuis. Wil je Koos Boelen vragen om te komen?’
‘Koos is onderweg’, zei Karel. ‘We waren al bezig. Coördinatiecentrum is in het provinciehuis, want het gemeentehuis heeft teveel schade om de veiligheid te garanderen.’
‘Ik bel je zo terug’, zei Tom. Hij keek na nog een serie telefoontjes, ongerust naar de geschokte blik van Daan, die uit de kantine kwam.
Daan zei: ‘De hele provincie is getroffen. Er is sprake van meer dan tien doden en honderden gewonden. Ingestorte woningen, boerderijen, bedrijven en andere gebouwen. Er zijn kapotte wegen en bruggen en de dijk van het Eemskanaal bij Hoeksmeer en Woltersum is op twee plaatsen bezweken.’
Tom zei: ‘Jij gaat naar het provinciehuis. Het is waarschijnlijk veel erger dan we nu weten’, zei Tom. ‘Ik zal de nationale korpsleiding vragen het leger in te zetten. Ga nou maar, ik ga bellen.’ Vijftien minuten later was er een gigantische machine in werking gesteld. Een machine die groter was dan in het oorspronkelijke rampenplan was voorzien.

Na alle telefoontjes belde Tom weer met Karel en zei: ‘Alle overbodige personen buiten de deur houden en de pers mededelen dat hinderen als een misdaad wordt gezien. Het leven van mensen gaat voor de vrijheid van pers. Hulpverleners uit het hele land worden gewaarschuwd, inclusief het leger. Onze buren in Duitsland zijn al op de hoogte en komen helpen. Brandweerkorpsen uit Leer, Oldenburg en andere plaatsen zijn onderweg naar Delfzijl. We weten nog niet veel, maar een deel van de noordzijde van de Grote Markt ligt plat, verderop in de stad zijn zes cafés ingestort. In het noorden van Stad is een flat ingestort. Loppersum, Stedum, Middelstum en omliggende dorpen, zijn zwaar getroffen.’ Karel vloekte en riep dat hij Den Haag en de EMN voor de rechter zou slepen.
‘Later Karel, emoties weg nu en volg het draaiboek. Wees maar blij dat de beving niet een paar uur eerder plaats vond, dan waren er nu honderden doden in die cafés’, zei Tom.

Tom liep naar de projectkamer die nog in gebruik was voor het onderzoek. Hij zei: ‘Christine, jij vervangt mij op het bureau. Ik blijf bereikbaar, maar ga kort voor overleg naar het provinciehuis.’ Hij gaf haar drie nummers van officieren die de leiding hadden over drie compagnies militairen, die met zwaar materieel kwamen helpen. ‘Middelstum, Stedum, Loppersum, Ten Boer, Ten Post en omliggende dorpen, daar moeten ze naar toe. Verder informatie volgt’. Hij draaide zich naar Annabelle en zei: ‘Laat alle politiemensen die nog niet aanwezig zijn oppiepen. Geef dat ook door aan Leeuwarden en Assen.’
Annabelle zei dat veel plaatsen telefonisch onbereikbaar waren. ‘Des te noordelijker, des te minder communicatie’, zei ze, ‘maar we zullen er alles aan doen.’

Tom vertrok, omdat overleg met het coördinatieteam nodig was. Ze wisten nog te weinig. Een telefoonteam belde alle gemeenten en vier helikopters werden ingezet om de schade in beeld te brengen, hoorde Tom onderweg. Er werden SAR-helikopters uit het hele land ingevlogen en Defensie stuurde acht grote helikopters. Dat was het laatste nieuws, voordat Tom de kamer binnen liep. Hij verdrong met moeite zijn woede om de ramp die voorkomen had moeten worden.

Karel kwam een minuut nadat Tom was gearriveerd op het provinciehuis lijkbleek binnenlopen en zei dat er sprake was van meer dan zestig doden en honderden gewonden. Alle ziekenhuizen in het land waren geïnformeerd. Het GON corrigeerde de eerdere melding en zei dat om vier uur tweeënvijftig een aardbeving met een magnitude van vijf punt een had plaatsgevonden in de buurt van Westeremden. Een zware naschok van drie punt negen bij Middelstum en een van drie punt zeven bij Schildwolde waren de eerste beving binnen een half uur gevolgd. Vlak voor de zware aardbeving was er een klap van twee punt negen geweest bij Garmerwolde ten noordoosten van de stad Groningen. Sinds de zware beving waren er nog zes andere naschokken verspreid over Groningen geweest, waarvan er een ten Noorden en een ten zuiden van Delfzijl.
‘Hoe zit het met de dijk bij het Eemskanaal?’, vroeg Daan.
De dijkgraaf zei: ‘Het waterschap is samen met bedrijven al bezig, maar behalve de twee kleine doorbraken, zijn er vier grote, zwakke plekken. Het water stroomt de polder al in en de gaten zullen groter worden. Ze gaan met helikopters zand en stenen brengen. Het kost minstens drie dagen om de gaten te dichten. Al die tijd stroomt het water de polders in.’ Ze zuchtte diep en zei: ‘We hebben teams naar de zeedijk bij de Eemshaven en bij Delfzijl gestuurd, omdat er meldingen zijn van tientallen scheuren, verzakkingen en van water dat onder de dijk door loopt.’

Vanuit Delfzijl kwam de melding dat het chemiepark de aardbevingen goed had doorstaan. De brandweer op locatie was versterkt met korpsen uit Duitsland. Het chemiepark werd in de loop van de dag gecontroleerd op schade en lekken. Ze stelden vast dat er chloor lekte en nog twee andere stoffen. Het was niet veel en het probleem werd snel opgelost, maar bij verdere controle bleek dat veel installaties en opslagtanks waren ontzet. De tanks werden leeggepompt. Het was maar net goed gegaan besefte iedereen. De omgeving van Delfzijl was aan een ramp ontsnapt. De zorgen waren echter niet voorbij, omdat de zeedijk lekte en grote verzakkingen vertoonde. Als de dijk doorbrak, zelfs al was het maar een beetje, dan liep het chemiepark ernstig gevaar.

In de loop van de dag werd steeds duidelijker hoe groot de ramp was. Achtenzeventig doden, minstens zeshonderd gewonden en een onbekend aantal vermisten. Oude, historische boerderijen, woningen, scholen en bedrijfsgebouwen waren ingestort, of grotendeels vernield. Een school waarvan de gemeente al jaren volhield dat er geen reden tot zorg was, zolang er geen aardbeving kwam, was volledig ingestort, terwijl de werkzaamheden voor de versteviging pas enkele weken geleden waren begonnen. De dakconstructie had het begeven en was op de eerste verdieping gekomen, die door dat extra gewicht as ingestort. In andere plaatsen waren drie scholen volledig vernield en was een onbekend aantal scholen ernstig beschadigd. Goedkope woningen uit de jaren zestig en zeventig hadden het nagenoeg allemaal begeven.
In veel plaatsen waren mensen de straat op gegaan na de eerste beving bij Stad, waardoor honderden levens gespaard bleven. Verschillende mensen hadden hun thuis met eigen ogen in elkaar zien zakken. Hier en daar waren branden uitgebroken, maar er was onvoldoende capaciteit om alle branden te bestrijden.

Enkele kleinere dijken waren bezweken, maar de veelal kleine gaten konden snel worden gerepareerd. Zwaar beschadigde wegen en bruggen belemmerden de hulpverlening. De telecommunicatie lag er in het noorden van de provincie grotendeels uit, omdat installaties en antennes waren vernield. Helikopters en legervoertuigen werden ingezet om gewonden te vervoeren en evacueerden mensen uit het gebied dat onder dreigde te lopen. De waterstand zou niet boven de anderhalve meter komen, maar het gevaar was groot. De stroming van het water was onvoorspelbaar en bleek woningen die teveel waren aangetast door de aardbevingen, mee te sleuren.
De dijk van het Eemskanaal lekte op meer plaatsen en dreigde op twee plaatsen bij Appingedam door te breken. Eenheden van het leger en vrijwilligers werkten onafgebroken aan de versteviging van de dijk. Ze legden zandzakken neer die werden gebracht met grote vrachtauto’s. De vrachtwagens moesten omrijden, omdat de weg langs het kanaal zwaar beschadigd was. Tractoren met wagens er achter, brachten de zandzakken en andere materialen via de landerijen naar de zwakke plekken, omdat er aan de zwakke kant van de dijk geen wegen waren. Vier helikopters vlogen af en aan met stenen en grote gevlochten matten, die ze uit Den Oever haalden uit het depot voor de Afsluitdijk.

De tweede dag zagen de passagiers en piloten van de helikopters dat de aardbeving meer schade had aangericht dan men zou verwachten. Die verwachting was echter gebaseerd op aardbevingen in een rotsachtige omgeving.
Uit de eerste verhalen van slachtoffers en getuigen bleek dat na de zware klap de grond gedurende ongeveer vijftien seconden in golven licht op en neer had bewogen. Er waren kleinere gebouwen geweest die, als schepen op zee, licht heen en weer deinden. Na een paar bewegingen storten ze in, of kwamen ze scheef te staan, omdat ze gedeeltelijk de grond in zakten. Liquefactie was de oorzaak van deze beweging. De slappe bovenlaag was op sommige plaatsen in beperkte mate vloeibaar of bewegelijk geworden, maar voldoende om aanzienlijke schade aan te richten. Vooral dijken hadden veel last van dat effect door hun vorm en samenstelling.

Naarmate de dag vorderde, werd bekend dat meer dan vierduizend panden onbruikbaar waren geworden. Drie beroemde borgen waren veranderd in ruïnes. Veel dorpen rond Loppersum en Middelstum leken op een slagveld. Van Huizinge stonden alleen de grotere gebouwen nog overeind. De kerk was gedeeltelijk ingestort, net als de kerken in Zeerijp en Stedum. Van de kerktoren in Middelstum, die al enigszins uit het lood stond, was de bovenzijde afgevallen. In Loppersum waren vijfhonderd panden verwoest, maar dat viel in het niet bij de vierendertig doden in Loppersum en de vele gewonden. Het was de omgeving waar juist minder gas had moeten worden gewonnen, maar waarvan iedereen sinds kort wist dat er stiekem meer gas was gewonnen dan ooit tevoren. Er heerste paniek, ongeloof en onvoorstelbaar veel verdriet. Dit was onmogelijk hadden veel experts jarenlang gezegd, zelfs niet bij een zware aardbeving.

Tijdens de derde dag sloeg de stemming om in woede, blinde woede, vooral omdat men vond dat de criminele gaswinning de grote boosdoener was. Het rampenteam zag zich genoodzaakt het leger in te schakelen om alle EMN-locaties en kantoren te bewaken. Dit was al voorzien in een eerder draaiboek. Bij de rellen vielen gewonden aan beide zijden. Het waren de vrijwilligers die het voor elkaar kregen dat beide partijen zich terugtrokken. Er werd niemand gearresteerd om de situatie te de-escaleren. Diverse militairen en agenten hadden geweigerd om op te treden tegen de woedende bevolking, omdat ze zich solidair voelden met de slachtoffers.
Koos Boelen nodigde de woordvoerders van de verschillende groepen uit, wat een hele klus was, omdat de communicatie moeizaam bleef. In het bijzijn van Machteld de Corte en de burgemeester van Groningen zei hij dat de EMN alle schuld op zich nam en toegaf dat zij verantwoordelijk waren. De burgemeester van Groningen zei tegen de vertegenwoordigers, dat ruzie maken en vechten niets opleverde. ‘We moeten samen de schouders er onder zetten. De EMN heeft toegezegd dat alle kosten voor haar rekening komen.’ Machteld dacht daar anders over en zou straks de premier bellen en hem vertellen wat er nodig was en wat het kabinet te doen stond. Ze duldde geen enkele belemmering meer.

De verbindingen waren na vier dagen met noodmaatregelen hersteld.
Een nieuwslezer zei tijdens het nieuws van 1 uur ‘s middags: ‘De trieste balans op de deze dag is honderdzeventien doden, waaronder helaas veel kinderen. Er worden bijna tweehonderd mensen vermist.’ De nieuwslezer had het even moeilijk, maar herstelde zich en ging verder: ‘Iedereen wordt opgeroepen om de lijst met vermisten te bekijken. Meldt het de politie als iemand ten onrechte op de lijst staat. Er zijn meer dan vierduizend gewonden, van wie ongeveer vijfhonderd zeer ernstig. Bijna zesduizend ingestorte, of grotendeels beschadigde woningen en andere gebouwen. De schade wordt op dit moment geraamd op zeventien miljard euro.’ Er werden beelden getoond van Middelstum en Zeerijp. Een vader zat op een stapel stenen van zijn ingestorte huis met zijn handen in zijn hoofd, omringd door buren. De presentator zei, dat de man aan het werk was in de Eemshaven toen het huis, met daarin zijn gezin, was ingestort. ‘Zijn vrouw en vier kinderen liggen onder het puin’, zei een aangeslagen verslaggever die ter plaatse was.
De berichtgeving, maar vooral het laten zien van de beelden, hadden nationaal een woedende reactie uitgelokt. Het regende, op twitter en andere sociale media, bedreigingen en scheldpartijen aan het adres van de regering en de EMN.

Anneke’s huis was deels ingestort, zoals veel andere woningen in Ten Post. Het zou minstens een jaar kosten voor het weer hersteld was. De woning van Peter en Mehveş was zwaar beschadigd, maar stond er nog. Peter en Mehveş waren teruggekomen van hun vakantie in Limburg.
‘Hoe krijgen we het ooit weer goed?’, vroeg Tom.
‘Dit komt niet meer goed’, zei Anneke. ‘Veel mensen hebben familie, vrienden en dorpsgenoten verloren en heel Groningen ondervindt nog jarenlang de gevolgen van deze aardbevingen.’
Henriëtte, die gisteren was gekomen, zei: ‘Mensen zullen vertrekken, omdat men bang is voor meer rampen. Wie weet wanneer de volgende klap komt en wat dan?’
Het was alsof Tom zijn zus hoorde praten, die had gisteren tegen hem gezegd: ‘Niemand praat er over en niemand wil er over praten, maar iedereen vraagt zich af hoe zwaar de volgende klap zal zijn en wanneer die komt.’ Haar huis stond nog, maar het kostte kapitalen om het te herstellen. Ze had gezegd: ‘We leven nog en we zijn niet gewond.’ Zijn andere zus woonde in Den Haag. Ze had dagelijks gebeld, maar was uiteindelijk na drie dagen naar haar zus in Winsum gegaan, omdat ze iets wilde doen.
Anneke zei: ‘Je zou haast denken dat dit de bedoeling was. Een grote klap en een deel van de bevolking vertrekt. Het meest absurde is, dat de installaties van de EMN blijkbaar nergens last van hebben.’

De inmiddels vijfduizend militairen, duizenden hulpverleners en nog veel meer vrijwilligers verzetten bergen werk. Na enkele dagen werden onder het puin nog steeds overlevenden gevonden. De huiveringwekkende lijst met vermisten kromp, terwijl de verdrietige lijst met slachtoffers groeide. De internationale gemeenschap had massaal hulp aangeboden en professionele hulpverleners uit de hele wereld waren gekomen. Na een week was duidelijk dat het zoeken, helpen en vooral het opruimen nog maanden zou gaan duren. De beelden op televisie bleven onwerkelijk. Beelden die men gewend was van Pakistan, Turkije, of Italië. Dat dit in Nederland kon gebeuren, daar had niemand rekening mee gehouden.

In Den Haag werden plannen gemaakt voor de herfst en de winter. De premier zei dat er onbeperkt budget was om Groningen weer op te bouwen. Alle gebouwen en de infrastructuur moesten zo stevig worden, dat een aardbeving tot kracht zeven er geen vat op kon krijgen. Hij zei dat het jaren zou duren, voordat al het werk klaar was en dat niemand zeker wist of er meer zware aardbevingen zouden volgen. Het was duidelijke taal, waar de slachtoffers helaas niets aan meer aan hadden.

Na drie maanden werd er nog steeds opgeruimd. De eerste herstelwerkzaamheden waren begonnen. Sinds die derde juli waren er nog dertig bevingen geweest, waarvan de zwaarste een kracht had van drie punt één. Moeder Aarde had hard ingegrepen.
De gaswinning lag stil en zou pas volgend jaar op basis van goede en volledige plannen weer op gang worden gebracht. Gas uit het buitenland werd het eerste jaar tegen kostprijs ingekocht en met renteloze leningen van het IMF gefinancierd. De eerste velden met zonnecollectoren kwamen in januari in productie en de bezwaren tegen windmolens leken te zijn verdampt. Nederland zou drastisch moeten omschakelen, zoveel was wel helder.
Meer dan tien procent van de bevolking was weggetrokken naar Twente, de Achterhoek, Zuid-Drenthe, Brabant en Flevoland. Slechts een klein deel trok naar de Randstad. Nog steeds vertrokken er Groningers, omdat ze zich in Groningen niet meer veilig voelden.

Eind oktober zei Tom tegen Anneke: ‘Marinus, Peter, Daan en ik willen met de premier spreken. Alle afspraken moeten zo snel mogelijk en goed worden vastgelegd. Over een jaar ziet de wereld en de politiek er weer anders uit. Daarom moeten alle toezeggingen in overeenkomsten worden vastgelegd. We zien al terugtrekkende retoriek van de regeringspartijen en de oliemaatschappijen Tetra en Keroga hebben aangekondigd dat ze via de rechter de gaswinning willen afdwingen.’
‘Wat doe je als de regering zich niet aan de toezeggingen houdt’
‘Dat verwacht ik niet, maar mocht dat onverhoopt zo zijn, dan zal ik op mijn manier op televisie uitleggen wat de houding van de regering is, vier maanden na de ramp’, zei Marinus.
‘Dat is regelrecht oproepen tot een opstand’, zei Masha.
‘Ja, en?’, vroeg Marinus. ‘Ze hebben het vijftig jaar laten liggen. Die kans krijgen ze niet nog een keer.’
‘De politieke partijen zitten al weer in hun bankjes alsof er niets is gebeurd. Ze stellen vragen, willen een parlementaire enquête en roepen dat er koppen moeten rollen’, zei Peter, die er niet gerust op was.
‘Ze leren het nooit’, zei Tom. ‘Ze proberen ellende van anderen om te zetten in electoraal gewin.’
Anneke zei: ‘Ondanks al het verdriet kunnen we niet meer doen dan werken aan de toekomst. In Groningen samen met onze vrienden.’

Tom keek naar Anneke en naar zijn kinderen. Hij dacht aan al die mensen die familie en vrienden waren kwijtgeraakt. Hij hoorde in gedachten Annabelle, die de teamvergadering was uitgerend eind juni en voelde dat de tranen over zijn wangen liepen. ‘We zijn te laat’, had Annabelle woedend geschreeuwd. ‘Te laat!’ Een paar dagen later had ze gelijk gekregen.

Meander

 

“Te Laat (slot): © Meander; Almere; november 2014


Vernielde klok door scheur: © Meander / Jedego Media; Almere; april 2015


Meer lezen over Groningen en het onrecht dat Groningen wordt aangedaan? Klik HIER.

Een Wiebesliedje

Een Wiebesliedje

Voor de Groningers, om de moed er in te houden een “wiebesliedje.”
(Kan worden gezongen op de muziek van Willempie)
Oppassen dat je niet in slaap wordt gewiebesd.


#wiebesliedje

 

wiebesje hoor je overal
wiebesje niks is hem te mal
hij belooft zo veel
zijn mond vol meel
maar nakomen doet hij niet

wiebesje van de bevinkjes
wil echt geen versterkinkjes
zijn regerinkje
is van de shell
nou dan weet een ieder ‘t wel

wiebesje maakt een groots gebaar
maar daarin schuilt het gevaar
sigaar uit eigen doos
‘t gebaar is loos
wiebesje is niet waar

wiebesje hoor je overal
wiebesje niks is hem te mal
hij belooft zo veel
zijn mond vol meel
maar nakomen doet hij niet

 

Geschreven door: Eerstziendangeloven.

 

Meander

 

 

“wiebesliedje: © Meander; Almere; 3 juni 2019.


Tegel komt van internet.


Meer lezen over Groningen en het onrecht dat Groningen wordt aangedaan? Klik HIER.

#Wiebesje

#Wiebesje

Er was eens een staatssecretarisje dat de puinhoopjes bij de belastingdienst zou opruimen. Met veel bravoure ging het kereltje aan het werk, vooral verbaal. Praatje na praatje. Waar Piet Hein bekend staat om de slogan: ”zijn naam is klein, zijn daden bennen groot”, kwam het staatssecretarisje niet eens tot daadjes van enige omvang, behoudens een regelingetje voor vertrekkende ambtenaartjes bij de belastingdienst met als gevolg dat het een belastingdienstje werd.
Voor vriendjes belemmerde hij de inning van de erfbelasting, opdat een erfenisje weer een erfenis werd. Dan was er nog een ict-netwerkje dat niet wilde functioneren en slechte computertjes, enzovoortjes, enzovoortjes. Maar het #wiebesje lulde zich met steun van zijn vriendjes overal onderuit en werd bij gebleken ongeschiktheid gepromoveerd tot ministertje van economische zaakjes in een volgend kabinetje.

Vanaf dat momentje werd #wiebesje verantwoordelijk voor de gevolgen van de aardbevingen die weer het gevolg waren van de gaswinning. In de woorden van het ministertje: ik hou me bezig met de probleempjes van bevinkjes door gaswinninkjes in een provincietje in het noorden van ons landje. Dank nog voor de honderden miljardjes die we in het Haagje naar binnen hebben getankt.
De bravoure was gebleven en met een bergje aan praatjes beleefde #wiebesje kortstondig het statusje van heldje. De gaswinning zou in 2030 naar nul gaan. Het bestuurdertje wist toen hij dat zei, dat een volgend kabinetje dat weer kon veranderen en dat hij het nu in zijn voordeel kon gebruiken. Niet veel later kwamen de aapjes uit de mouwtjes van het ministertje. De versterking werd stilgelegd en gereduceerd tot minder dan een versterkinkje. Eerst omdat minder gas winnen minder bevinkjes tot gevolg had, vond hij, wilde hij, of wenste hij, dit politicusje. Later waren die argumentjes niet meer belangrijk, immers die paar scheurtjes stelden in de oogjes van het #wiebesje niets voor. Het tempo werd een tempootje en uiteindelijk was niets doen het mottootje.
Daarna werden schadeherstel en schadebehandeling getraineerd met allerlei overbodige en keer op keer herhaalde onderzoekjes uitgevoerd door zinloze adviseurtjes en er werden alweer nieuwe instituutjes bedacht en opgericht. Organisatietjes die alles goed en beter dan ooit zouden aanpakken. Inmiddels hebben veel mensen de strijd opgegeven en zijn ze akkoord gegaan met minimale aanbiedinkjes van het NAMmetje dat volgens toezegginkjes van het ministertje op een afstandje zou worden gezet. Het werd een afstandje binnen grijpbereik, alweer zo’n onwaarheid van #wiebesje. Er zijn bijna 19.000 schadegevallen te behandelen en het ministertje zit er al twee jaartjes. Er verandert niets en er is sinds 2012 niets veranderd. Het staatje, het shelletje en hun vriendjes bruuskeren de rechtsstaat en minimaliseren het voor Groningers tot een minuscuul rechtsstaatje.

Het brutale ventje had de onbeschoftheid om leugentje na leugentje uit zijn mondje te persen tijdens zijn rituele bezoekje na een “bevinkje” in Westerwijtwerdtje op 24 mei. Hij deed al zoveel, hoe kon hij nog meer doen? In het kielzogje van het mannetje liep een ander ministertje mee, het ollongrennetje, die het baasje moet worden van, let wel, alweer een nieuw nog op te richten instituutje voor de versterking. Nog meer uitstel (ik kan hier geen uitstelletje van maken) conform de niet zo kleine wensjes van de maatjes van het ministertje.
Groningen gaat dezelfde weg als de belastingdienst en wordt als het aan ministertje #wiebesje ligt, net zo gesloopt als het belastingdienstje. Op die manier blijft er niet meer dan een Groninkje over. De 417 miljardjes die het Haagje binnen harkte uit Groningen zijn al lang op dus er zijn geen centjes meer voor dat ene lastige provincietje dat weerstand blijft bieden.
Een goede vriend van #wiebesje betitelde het ministertje binnen de kortste keertjes na het bevinkje als “Shit Happens” en hij kon het weten deze Ton. Helaas kan het #wiebesje als ministertje zijn gangetje blijven gaan, omdat in het Haagje niemand geïnteresseerd is Groningen met haar schamele aandeeltje van vijf zeteltjes in het parlementje van ons landje.

Al met al was het een beroerd en bewogen weekje waarin het #wiebesje eerlijk zei wat hij vond en daarvoor later weer zijn niet zo heel oprechte, maar gedwongen excuusjes maakte in een vlogje naast zijn autootje in een bermpje langs een weggetje. We zullen dit ministertje maar niet meer serieus nemen. Meer dan een scheetje in een papieren zakje is hij niet.

Iemand een #wiebesje flikken, betekent voortaan: “veel beloven en niets doen”, of hij is een beetje een #wiebesje, wil zeggen dat je die persoon niet serieus kunt nemen.

 

 

Meander

“#wiebesje: © Meander; Almere; 30 mei 2019.


Grafiek schademeldingen komt van schadedoormijnbouw.nl van de TCMG.


Meer lezen over Groningen en het onrecht dat Groningen wordt aangedaan? Klik HIER.

Vrij vrij in vrijheid

Vrij vrij in vrijheid

vrij                

vrij vrij              

vrij van last                

ongedwongen                

onafhankelijk                  

onbeperkt                 

onbelemmerd              

onbezwaard             

ongebonden               

onbegrensd               


vrij vrij              

vrijelijk              

vrijmoedig

vrijdenkend

vogelvrij

als vrijbuiter

vrij blijvend

voor vrijheid                 


vrij vrij                 

vrijuit            

vrijpostig           

vrijend

op vrijplaats

van vrijheid                


vrij laten

vrij zijn

vrij vrij

in vrijheid

 

 

 

Meander

“Vrij…en…”: © Meander; Almere; 5 mei 2019.  


“Foto ”: © Meander; Meeuw zwevend op thermiek van MS Midsland op de Waddenzee; 1 september 2018.


Meer gedichten over Harte & Ziel? Klik HIER!

Meer vrijheid? Klik HIER!

 

Even is het stil

Even is het stil

even is het stil                  

even maar              

ieder jaar             

even is het stil          

even allemaal             

voor toen

voor nu             

even is het stil

even voor vrijheid

die zij ons gaven

even voor velen

die onschuldig waren

even is het stil

even gedenken

delend het verdriet

even is het stil

even ieder jaar

even maar, maar…

even voor altijd

altijd met elkaar

even is het stil

 

Meander

“Even is het stil”: © Meander; Almere; 4 mei 2019.  


“Foto ”: Internet

 

 

Overgewichtig

Overgewichtig

overwicht                 

onderwicht                    


onderricht                   

door allicht                

‘t eigenwichtig wicht                 

dat overzicht                

overbelicht              


onderbelicht                     

overdicht                 

en wellicht                        

onverricht                  

uit het zicht                     

ontzwicht

 

 

Meander

 

“Overgewichtig”: © Meander; Almere; 28 april 2019.  


“Foto ”: Internet.

Rake Noten

Rake Noten

 

vol verve worden nobele noten gekraakt                            


feilloos de laagste en hoogste tonen geraakt                    


vol vuur rijgt ze harmonisch aaneen                                 


stapelt palet aan klanken opeen                                    


tot overweldigende muziek die je raakt                     

 

 

Meander

 

 

KIJK en LUISTER naar “Feelin’ Good’, gespeeld en gezongen door Jaïnda. Klik HIER.


“Rake Noten”: © Meander; Almere; 5 april 2019.  


“Foto Jaïnda”: © Meander; Almere; januari 2019.


“Video“: © Meander; Almere; januari 2019.

 

Meer gedichten van Meander lezen? Klik dan HIER.

Kutgedicht

Kutgedicht

je kent haar wel, Catharina,                         


ooit een bekende tsarina,
                          


maar onbegrepen door de tsaar,                          


die riep dagelijks tegen haar:                        


‘waarom doe je zo vaag, Ina?’                      

 

Meander

 

Waarom Cathar(Ina) zo vaag deed? Klik HIER om daar meer over te lezen.


Meer gedichten met als thema Hart & Ziel van Meander lezen? Klik dan HIER.