Oneindig Fietsen

Oneindig Fietsen

Ze reden met zijn zessen in hun nieuwe, blauworanje outfit, de Amerongse Berg op, wat voor hen niet meer dan een klein heuveltje was, na de trainingen de afgelopen maanden in Limburg, de Ardennen de Vogezen en de Franse Alpen. Als extra training hadden ze besloten om op deze zonnige woensdagavond in mei, een rondje van negentig kilometer te rijden in een zo hoog mogelijk tempo, waarbij ze elkaar consequent afwisselden om het tempo vast te kunnen houden.

Vijf van hen woonden in Barneveld. Maarten woonde er net buiten, op een boerderij richting Kootwijkerbroek. De vijf Barnevelders hadden een baan, keurig van negen tot vijf ergens in Amsterdam, Amersfoort en Utrecht. Maarten was als zelfstandige boer, min of meer baas over zijn eigen tijd, alhoewel de koeien, de kippen en de overige werkzaamheden op de boerderij, ruimschoots meer dan acht uur per dag in beslag namen. Hij had twee boerenknechten, zijn vrouw werkte mee en zijn twee oudste zoons, die beide in vijf Atheneum zaten. Toch had hij de laatste tijd het gevoel dat het hem allemaal teveel werd. Hij was vaak moe, behalve als hij op de fiets zat, dan voelde hij zich sterk, gemotiveerd en nooit te moe om er nog een extra schepje bovenop te doen. Zo was het ook vandaag, al dacht hij onderweg te vaak aan de boerderij en piekerde hij over het steeds weer terugkerende, zeurende gevoel dat hij er geen zin meer in had. Dat deed hij anders nooit.

Ze joegen met zijn zessen in een perfect treintje de Amerongse Berg af naar Overberg en vandaar ging het met veertig kilometer per uur over de A12 richting Scherpenzeel. Als ze dit tempo vasthielden, bleven ze binnen de twee-en-een-half uur en dat was een flinke opsteker, omdat ze coûte que coûte de Alpe d’Huez zes keer wilden beklimmen tijdens het grote evenement in juni. De trainingen op de steile hellingen gedurende de weekenden waren steeds beter gegaan en ze stonden versteld van hun vooruitgang. De zes vrienden hadden afgesproken in alle gevallen bij elkaar te blijven tijdens de epische beklimmingen van de mythische Alp. Geen van hen deed voor de ander onder, al was er maar een de sterkste.
In Barneveld namen ze, met dik verdiende high fives, afscheid van elkaar na een rit van eenennegentig kilometer in twee uur en achtentwintig minuten, een record.

Maarten fietste Barneveld uit en merkte na een kilometer of twee dat het leek alsof het steeds mistiger werd. Na een tijdje reed hij in een dichte, schijnbaar ondoordringbare mist, dromend over de beklimming van de ene na de andere berg, onderwijl een op het eerste oog onbekende berg beklimmend. Toen hij boven was en de mist geheel verdwenen was, zag hij dat hij bovenop de col du Galibier stond. Het ging lekker vond Maarten en hij racete van de Galibier naar beneden over de col du Lautaret langs La Grave en verder. Links rees de majestueuze La Meije op, glimmend in de zon door het smeltende ijs en het water dat naar beneden gleed over de door de natuur glad geslepen rotsen. Volop genietend, denderde Maarten verder in de richting van Le Bourg-d’Oissans, het in alle seizoenen druk bezochte dorp aan de voet van l’Alpe d’Huez.

Vijf dagen later werd Maarten begraven. Zijn vrienden stonden er terneergeslagen bij, vol ongeloof over het feit dat hun pas vierenveertigjarige vriend, de sterkste van hen allen, er niet meer was. Op de kist lag zijn fietshelm.
Op het moment dat de kist langzaam in de groeve zakte, bereikte Maarten voor de zoveelste, zesde keer de finish van l’Alpe d’Huez.

meander

Geef een reactie