Winterkoninkje

Winterkoninkje

Wilma zat achter het raam aan de achterzijde van haar woning naar de vogels te kijken. Rechtsachter in de tuin zat een groep mussen, die de door Wilma gestrooide broodkruimels verorberden. Op de schutting verscheen een ekster, die niets van belang zag en daarom vertrok naar een volgende tuin. Een pimpelmees vloog van de appelboom naar een van de vetbollen, die Wilma’s dochter in de bomen had gehangen.

De tuin was niet breed, maar met ruim eenendertig meter uitzonderlijk diep voor de eengezinswoning van Wilma. Achterin stonden een appelboom en een lariks.De rest van de tuin stond vol met struiken en vaste planten. Langs de schuttingen met de buren had haar man ooit klimop, kamperfoelie en een wingerd geplant, waardoor de schuttingen nagenoeg geheel bedekt bleven, zelfs in de winter. Het terras achter het huis was vrij klein, wat gecompenseerd werd door een zitje in het midden van de tuin bij een kleine vijver.

Gerrit was twee jaar geleden overleden na langdurig ziek te zijn geweest. De ziekte van Parkinson had hem gesloopt. Wilma was er wel verdrietig om en mistte hem iedere dag, maar ze was vol goede moed verder gegaan, want dat had ze met Gerrit afgesproken. Ze was negenenzeventig, kerngezond en was betrokken bij veel activiteiten in het dorp. Thuis zat ze in de winter graag voor het raam te kijken naar alle levendigheid in haar tuin. Zodra het weer dat toeliet, zat ze buiten. De diversiteit aan vogels was groot, wat mede te danken was aan de inrichting van de tuin en het nabijgelegen Orderbos aan de westzijde van Apeldoorn, op minder dan driehonderd meter van haar huis, dat beschutting bood aan verschillende vogelsoorten.

Ze keek de tuin weer in en zag een muisje wegschieten. Direct daarop kwam haar winterkoninkje tevoorschijn. Haar favoriete tuinbewoner. Het was een klein, parmantig vogeltje dat druk in de weer was om in de lage struiken eten te vinden en voorbereidingen te treffen voor de lente. Een winterkoninkje hield er, als hij de kans daartoe kreeg, meerdere vrouwtjes op na. Dit diertje leefde vermoedelijk al een paar jaar in haar tuin, want de de ongeveer vijftien nestjes zaten ieder jaar op dezelfde plaats. Vorig jaar had het winterkoninkje maar liefst drie koninginnen gehad. Dat was maar goed ook, want slechts vier van de twintig jongen hadden het overleefd. Slecht weer, een sperwer en de eksters hadden hun tol geëist.

Af en toe schoot het winterkoninkje de struiken of de klimop in, beducht op gevaar en reagerend op iedere potentiële dreiging. Brutaal kijkend, vloog het diertje met opgeheven staart naar het plateau, waar Wilma een paar keer per dag brood en zaden neerlegde, maar het plankje was leeg. Het lichtbruine vogeltje fladderde naar een potje dat, vastgeklemd in een houten houder, op zijn kant lag aan de rand van de vijver. In het potje zat vet en in het vet zaten insecten en maden. Het winterkoninkje had flinke trek, want hij hakte er op los, zijn staart omhoog geheven waardoor hij groter leek. Hij had het zo druk met eten, dat zijn aandacht voor de omgeving verslapte, net op het verkeerde moment.

Sperwer en Winterkoninkje

Op tweehonderd meter hoogte vloog een sperwer boven de tuinen, in de wetenschap dat daar vaak iets te halen was. Hij had de mussen wel gezien, maar dat was wederzijds, dus die vlogen als de wiedeweerga, al tsjilpend tussen de struiken. De sperwer vloog door, maakte een grote bocht en kwam terug. Het winterkoninkje brandde op zijn netvlies en hij vloog nog eens over de tuinen.

Wilma volgde het winterkoninkje, dat even naar een struik vloog om zijn snavel te ontvetten. Even later vloog het beestje terug naar de pot met lekkernijen. Wilma pakte haar verrekijker om het prachtige vogeltje nog beter te bekijken. Wat een prachtig dier, dacht ze. Zo mooi, met dat streepje bij zijn ogen en zo alert. Toch was het winterkoninkje niet alert genoeg.

De sperwer zag het winterkoninkje de struiken in glippen, maar gaf niet op. Met een lange, grote bocht om uit zicht te blijven, verdween de schitterende roofvogel om een minuut later terug te keren. Het winterkoninkje zat alweer bij de het potje en de sperwer zette  de aanval in. Met grote snelheid scheerde de schitterende roofvogel langs de tuinen van de buren, maakte een scherpe bocht en dook naar beneden.

Wilma schrok van de sperwer en riep: “Nee!” Ze trok wit weg en hapte naar adem. De roofvogel was naar beneden gekomen net op het moment dat ze haar verrekijker weglegde. Ze zat te trillen in haar stoel. De sperwer was schielijk weggevlogen met zijn buit in zijn klauwen. Van het winterkoninkje was geen spoor meer te bekennen. Wilma stond op en liep naar de tuindeur, ontdaan door wat zich voor haar ogen had afgespeeld. Ze stond een tijdje in de deuropening, liep een stukje de tuin in en merkte dat het helemaal stil was. Ze liep weer naar binnen. Jammer, dacht ze verdrietig, wat is de natuur toch wreed.

Wilma liep naar de keuken om een thee te zetten. Ze merkte ze dat ze duizelig was en ze voelde haar hart tekeergaan, daarom ging ze even in haar fauteuil zitten. Wilma merkte dat ze wegzakte, alsof ze in slaap viel. De natuur was nog wreder dan ze had gedacht.

De klimop bewoog  licht en het winterkoninkje kwam aarzelend tevoorschijn. Het hipte over de grond en vloog een paar keer snel terug, de klimop in, tot het zich zeker genoeg voelde en zich weer koning van de tuin waande.
En de sperwer? Die had vandaag een onfortuinlijke muis als lunch.

 

meander

Winterkoninkje als metafoor voor de kracht het kleine.

Winterkoninkje; Troglodytes Troglodytes
Winterkoninkje; De Tuinen
Sperwer; Vogelbescherming
Sperwer; Filmpje

3 gedachten over “Winterkoninkje

  1. Heel spannend geschreven. Ik zat als op mijn stoel genageld. Gelukkig voor het Winterkoninkje, zo jammer voor Wilma. …..en wat zijn die Winterkoninkjes toch leuk!

Geef een reactie