Vies Ding

Vies Ding

“Weet je het zeker?”
“Wat?”
“Dat ze vieze dingen verkopen daar?”
“Absoluut.”
“Dan ga je er toch niet meer naar toe?”
“Waarom niet? Prima tent, lekker gekke eigenaar en heerlijk eten.”
“Je gaat toch geen vieze dingen eten?”
“Ik wel. Goed voor je weerstand, wat minder voor het gewicht, maar erg lekker.”
“Nou snap ik er helemaal geen ruk meer van.”
“Waarvan?”
“Eerst zeg je dat ze vieze dingen verkopen en dan zeg je dat het erg lekker is. Wat is het dan? Gebakken sprinkhanen, wormen?”
“Doe effe normaal man en wind je niet zo op.”
“Ik wind me niet op, maar het klopt niet wat je zegt.”
“Wel. Het zijn vieze dingen en ze zijn onweerstaanbaar. Loop maar even met mij mee, dan gaan we een vies ding eten bij Grandfetaria.”
“Ik pas wel beter op.”
“Waar ben je bang voor? Dat je wordt aangevallen door een bamischijf?”
‘Nou, toe maar, ik loop wel met je mee”, zei de man aarzelend.

Ze liepen een kleine vijfhonderd meter naar Grandfetaria, dat naast de Homerusmarkt lag, onder de oudste boom van Almere.
De deur werd al opengehouden door de breed lachende, altijd glunderende, Groningse eigenaar, die hen een goedenavond wenste. “Allebei een vies ding?”, vroeg hij.
“Jazeker. En een wit wijntje.”
“Doe mij maar iets anders. Ik ga geen vieze dingen eten.”
“Laat maar gaan”, zei de ander tegen de eigenaar. “Twee vieze dingen graag en twee witte wijn.”

Even later werd de wijn gebracht en na enkele minuten werden de vieze dingen opgediend.
“Dat is toch geen vies ding? Zit er iets anders in?”
“Zeur niet, man. Zo noemen we dat in Poort. Een vies ding, heerlijk.”
Onwillig zat de ander te kijken, naar wat toch onmiskenbaar een overheerlijke frikandel speciaal was.

meander

Eén gedachte over “Vies Ding

Geef een reactie