Archief van
Tag: Strand

Ik ben en blijf een Sardijn

Ik ben en blijf een Sardijn

Tijdens mijn wandeling door het centrum van Almere Stad deze dinsdagmiddag, schijnt de zon met volle kracht. Ze heeft wat in te halen na ruim twee dagen overvloedige regenval. Twijfelend of ik ergens zal gaan zitten, kijk ik al slenterend om mij heen. Als ik langs de boekhandel loop, zie ik dat het gezellig druk is in Boek & Boon, het barista-achtige cafeetje dat sinds een jaar in de boekhandel gevestigd is. De zon schijnt uitbundig naar binnen, maar er zijn enkele plekken aan de grote tafel waar ik in de schaduw kan gaan zitten, hetgeen mijn voorkeur heeft. Ik loop naar binnen, wil plaats nemen, maar zie een oude bekende aan de andere kant van de tafel. Hij leest een populair Nederlands krantje. Ik geef hem een hand en schiet bijna automatisch in de Suburbiaverhalenmodus. Tijdens het handen schudden worden door ons geen namen genoemd. Hoe hij heet, weet ik niet meer, maar daar kom ik wel achter. Eerst maar eens vragen of hij mij wil vertellen over zijn geschiedenis met Almere en eens aan hem vragen of Almere zijn thuis is. We gaan tegenover elkaar zitten.

GavinoIk ken hem van de ijskar, de kiosk en het paviljoen Di Lago aan het strand van Almere Haven. Het is een aimabele, niet zo grote man, met keurig gekamd, witgrijs haar, een gemêleerd licht- en donkergrijze snor en donkergrijze, borstelige wenkbrauwen. Hij kijkt je bedaard aan, door of over zijn bril. Gavino Seddaiu heeft een lichte, Mediterrane teint, hetgeen vanzelfsprekend is voor iemand die op Sardinië is geboren.

Ondanks de warmte door de zon, die volop door de grote ramen op Gavino schijnt, is zijn blauwe blouse volledig dichtgeknoopt en draagt hij een warm grijs vest. Hij spreekt uitermate charmant Nederlands, vooral dankzij het fraaie accent dat hem verbindt met zijn roots.

Op zijn negentiende is Gavino vertrokken uit Alà dei Sardi1, een dorpje met bijna tweeduizend inwoners op zevenhonderd meter hoogte in het Noorden van Sardinië. Hij vertrok omdat hij werk zocht. Er was op Sardinië in die tijd weinig werk.
In die tijd had je, als minderjarige, nog een handtekening van je vader nodig om te mogen vertrekken naar het buitenland. Zijn vader had aarzelingen, maar werkte mee. Tot zijn eenentwintigste is hij ieder kwartaal naar de vreemdelingendienst gegaan om aan te tonen dat hij in Nederland was. Toen hij eenentwintig jaar was kreeg Gavino een onbeperkte verblijfsvergunning. Hij is nog altijd Italiaan en is nooit genaturaliseerd. Door de open grenzen binnen de Europese Unie is het nu niet meer nodig om van nationaliteit te veranderen.

Gavino
Alà dei Sardi (N 40.39.05 E 09.19.41)

In 1964 is hij met drie vrienden van Alà dei Sardi per schip en per trein naar Milaan vertrokken, omdat het werk in het buitenland vanuit Milaan geregeld werd. Hij vertelt dat ze in Milaan twee dagen moesten wachten, maar er werd onderdak voor hen geregeld en ze kregen zakgeld. Ze werden in Milaan gekeurd om in aanmerking te kunnen komen voor een contract in Nederland. Je moest jong zijn, ongetrouwd en gezond.
Vanuit Milaan reisden ze naar Nederland, omdat in Nederland een tekort aan arbeidskrachten bestond in die jaren. In Utrecht hoorden ze waar ze konden gaan werken. Gavino en zijn vrienden kwamen terecht in Enschede. Hij werkte een jaar in de textiel.
Gavino: “Na een jaar wilde ik wat anders, maar ik wist niet precies wat en teruggaan kon niet. Ik kon met vakantie naar huis, maar dan had ik iedere keer een speciaal stempel nodig als vakantieganger. Als ik dat stempel niet had, zou ik bij terugkomst op Sardinië worden opgepakt, om na enkele weken in de gevangenis te worden doorgestuurd voor de militaire dienstplicht. Vrienden van mij is dat overkomen, omdat ze dachten dat ze er mee weg konden komen.” We bestellen een cappuccino en een thee en wachten even tot het gebracht is.

“Na Enschede ben ik gaan varen”, zegt Gavino, “maar drie maanden later was ik nog steeds zeeziek en ben ik weer aan wal gestapt. Ik kwam in Amsterdam terecht en ging op straat op zoek naar werk. Af en toe had ik een baantje, maar steeds voor korte tijd. Eind 1966 had ik een gesprek voor een baan in het Amstel Hotel en tot mijn grote verbazing werd ik aangenomen. Ik moest onderaan beginnen, al had ik enige ervaring in de keuken, maar ik wist toen ik begon in het Amstel Hotel niet eens wat sperzieboontjes waren”, zegt Gavino lachend.
“Na zestien maanden was het weer tijd voor iets anders. Dankzij een prachtig getuigschrift met als titel Demi-Chef, kon ik daarna overal aan de slag.”

In 1968 kwam Gavino in dancing Femina op het Rembrandtplein zijn vrouw tegen. Ze was er met twee vriendinnen. De dames hadden een briefje van vijfentwintig gulden, maar dat was te groot om te kunnen betalen. De barman nam het niet aan. Gavino stelde voor dat hij het voor ze zou gaan wisselen. De dames vertrouwden Gavino, die ze nog nooit eerder hadden ontmoet, blindelings. Toen hij zich even later meldde met het gewisselde geld, was hij in hun ogen een betrouwbare gentleman. En met Hellij, een van de drie, is hij later getrouwd.

“Ik ging bij het Esso Motor hotel werken”, vertelt Gavino. “Tegenwoordig is dat het Holiday Inn vlakbij de Rai. Daar heb ik twee jaar gewerkt om vervolgens over te stappen naar het Okura hotel. De onderdirecteur van het Amstel Hotel was directeur van Okura geworden. Hij zei dat hij mij in de bediening wilde hebben. Na een jaartje Okura wilde ik toch iets anders en heb ik tien jaar in de bar gestaan van Arti et Amicitiea3. Dat was een bijzondere en boeiende tijd. Er kwamen veel bekende Nederlanders. Vooral schrijvers, zoals Harry Mulisch met zijn stinkpijp, maar ook journalisten, belangrijke zakenmensen en politici. Een bekend televisieprogramma uit die tijd, “Welingelichte Kringen”, werd er wekelijks opgenomen.”
Gavino lacht even en zegt: “Iedereen had een eigen rekening op zijn achternaam, maar ik kon die namen niet zo goed onthouden en moest steeds weer vragen hoe ze heetten. Sommigen vonden dat vervelend, maar de meeste mensen lachten er om en gaven hun naam nog eens op. Ze begrepen dat de namen voor mij niet altijd duidelijk waren.”

Ik vraag Gavino om te vertellen over de verhuizing in 1982 naar Almere.
Gavino zegt: “We woonden in Amsterdam Noord en mijn vrouw wilde graag naar Almere. We hadden een bescheiden portiekwoninkje aan de Wieringerwaardstraat in Amsterdam. In Almere was ruimte en waren er huizen met tuinen. De woningen waren er groter en goedkoper dan in Amsterdam. We wilden al veel eerder naar Almere, maar onze zoon zat nog op de basisschool.” Er wordt gevraagd of we nog iets willen drinken, maar we willen beiden even niets. omdat we te diep in het verhaal zitten.

“Toen we op zoek gingen naar een huis in Almere”, vervolgt Gavino, “bleek dat de wachtlijst erg lang was en het kon wel drie jaar duren voor we een woning kregen. In die tijd was Han Lammers landdrost van de Zuidelijke IJsselmeerpolders en daarmee min of meer de baas van Almere. Lammers was een regelmatige bezoeker van Arti et Amicitiea. Ik sprak Lammers aan bij de bar en vroeg hem waarom ik zolang op een woning moest wachten. Hij erkende het probleem, maar zei dat hij er niets aan kon doen. Een half uur later tikte hij op mijn schouder en vroeg mij een velletje papier en een pen. Hij schreef iets op en vouwde het briefje dicht. Daarna deed hij het in een enveloppe die hij dichtplakte. Ik mocht het niet lezen. Lammers zei dat ik met die brief naar gebouw Meeresteinmoest gaan in Almere Stad. De volgende dag gingen mijn vrouw en ik naar Meerestein en een week later hadden we een huis in de Bosgouw in Almere Haven.”

Gavino
Meerestein in Almere Stad. Het gebouw uit 1977 is al in 1998 gesloopt om plaats te maken voor het nieuwe winkelcentrum van Almere Stad.

Ik loop naar het barretje van Boek & Boon en bestel twee thee, want nu zijn we er wel aan toe. Als ik weer zit, gaat Gavino verder: “Eind 1982 nam ik ontslag bij Arti et Amicitiea. Na het overlijden van de voorzitter werd het bestuurlijk chaotisch en er was veel onduidelijkheid. Daar kon ik niet tegen. Ik besloot als zelfstandig ondernemer verder te gaan. Een beetje ondernemer was ik al, want ik had sinds eind jaren zestig een vergunning om ijs te verkopen op vaste standplaatsen in het centrum van Amsterdam. Ik stond in het Vondelpark, op het Leidseplein en andere drukke stekkies in de stad. Meer dan vijf weken per jaar ijs verkopen zat er niet in, maar je kon er in korte tijd goed mee verdienen. Ik heb het negentien jaar gedaan. Pas toen het werk in Almere uitbreidde ben ik met het ijsverkopen in Amsterdam gestopt.”

“Wanneer ben je begonnen bij het strand van Almere Haven?”, vraag ik Gavino.
Gavino: “In 1983 kreeg ik voor de zomermaanden een vergunning voor een ijskarretje bij het strand van Almere Haven. Niet veel later werd ik gebeld door een ambtenaar van de Rijksdienst voor de Zuidelijke IJsselmeerpolders (ZIJP). Ze zochten een ondernemer om een kiosk uit te baten aan het strand van Almere Haven. We hadden een paar gesprekken in een groot wit gebouw in Lelystad. Er waren wel dertig gegadigden, maar ze wilden mij hebben.

Gavino
Kiosk Di Lago met Gavino Seddaiu (rechts)

“In 1984 begon ik met de kiosk aan het strandje net buiten de dijk van Almere Haven. Ik verkocht frites, broodjes, drankjes zonder alcohol, koffie, thee en ijs. Het was nog geen vetpot, want in de koude maanden had ik geen werk. Gelukkig had mijn vrouw een baan.”
We worden afgeleid door de manager van de baristabar die geïnteresseerd meeluistert. We raken in gesprek over het schrijven van verhalen en boeken. Ik ga na enkele minuten snel verder met Gavino, want de boekhandel gaat bijna dicht.

“Soms leek er niets te kunnen, vanwege de regeltjes”, zegt Gavino, “maar als het er op aan kwam, kon er vrij veel. Tijdens de strenge winter van 1985 en 1986 kon er twee weken worden geschaatst op het water aan het strand van Almere Haven. Almere wilde zichzelf promoten en er werd veel aandacht aan besteed, maar ik moest de vele bezoekers die dat trok vaak teleurstellen, omdat ik geen alcohol mocht verkopen. De mensen wilden een drankje dat paste bij het schaatsen en hen de snijdende kou deed vergeten. Natuurlijk was er erwtensoep en warme chocomel, maar geen Berenburg, glühwein of Jägermeister. De gemeente Almere (sinds 1986 gemeente) wilde de vergunning niet aanpassen, ook niet voor een paar weken.”

Gavino drinkt zijn kopje leeg en zegt: “Er was al twee dagen geschaatst toen er een agent langs kwam. Hij vroeg hoe het ging. Ik zei dat het prima ging , maar dat veel mensen om Berenburg en Jägermeister vroegen en dat ik nee moest verkopen. De agent deed zijn hand voor zijn ogen met de vingers wijd open en zei: ‘Ach, gewoon doen. Het wordt toch niet gehandhaafd, in ieder geval niet door mij, want zeg nou zelf wat is een koek en zopie zonder Berenburg?’
Het is grappig om te horen dat nu, 33 jaar later, Gavino nog steeds met zijn Sardijnse-Italiaanse tongval “Koekje en Zoopie” zegt. Hij heeft het nog even kort over de Friese schaatscultuur, waarop ik hem een boek beloof over acht eeuwen schaatsen in en rond Amsterdam. Ik heb er nog een paar liggen.
“Wat de gemeente wel goed deed”, zegt Gavino, “is het aanleggen van verlichting voor de ijsbaan. Dat werd snel geregeld.”

We praten over de kiosk met het kleine overdekt terras, waar een walmende en stinkende petroleumkachel het vaste publiek van ongeveer vijftien mannen en vrouwen een achttal jaren verwarmde. Er werd in die tijd nogal gezond en stevig gedronken, volgens Gavino.
In 1992 kwam er grond bij in erfpacht en mocht de kiosk worden uitgebreid naar het huidige paviljoen. Het paviljoen kreeg de naam Di Lago, wat ongeveer ‘van het meer’ betekent, omdat Gavino het woord “Di” beter vond klinken.
Gavino heeft spijt dat hij niet direct een groter paviljoen heeft gerealiseerd, want dat mocht. Hij had toen onvoldoende geld en leningen waren duur. Later had het ook nog gekund, maar het is er nooit van gekomen.

Di Lago bood Gavino de gelegenheid om langer open te zijn en met een volledige vergunning nam de omzet flink toe. Het draaide vanaf het begin goed. Door evenementen van de gemeente, het stoomfestival en de triatlon waren er dagen bij dat een halve maandomzet werd gedraaid. Het paviljoen werd steeds vaker gebruikt voor feesten en partijen, met de gemeente Almere en Almeerse bedrijven als belangrijke klanten.

Soms ging het mis, zoals in die ene zomer, toen op een dag niet ver van Di Lago een grote zeecontainer werd geplaatst. Bij navraag bleek dat de container bedoeld was voor de berging en verhuur van kano’s. Daar hadden ze een vergunning voor. Ze verkochten in strijd met de vergunning eten en drinken en daar had Di Lago last van. Gavino heeft een advocaat moeten inschakelen om zijn gelijk te halen. Niet lang na de rechtszaak was de container weer net zo plotseling verdwenen als ze gekomen was.

In april 2013 heeft Gavino Di Lago verkocht en is hij eindelijk met pensioen gegaan na bijna vijftig jaar hard werken. Een maand later is zijn vrouw helaas overleden.

“Ben je thuis in Almere, of wil je terug naar Sardinië”, vraag ik Gavino.
Hij denkt even na en zegt dan: “Ik woon al bijna vierenvijftig jaar in Nederland, waarvan zestien jaar in Amsterdam en zesendertig jaar in Almere. Als je meer dan vijftig jaar in een ander land woont, wordt je deel van dat land. Mijn zoon woont hier, ik heb hier mijn vrienden en de mensen kennen mij. Helaas zijn veel vrienden en bekenden de afgelopen jaren overleden, maar er zijn er nog genoeg over. In Alà dei Sardi ken ik alleen mijn broer. De andere familieleden zijn er niet meer. Ik ben al zo lang weg van Sardinië, dat bijna niemand mij daar nog kent, ook al ga ik er nog steeds ieder jaar naar toe.”

“Waar is je thuis?”, vraag ik hem nog eens.
Gavino’s antwoord is toch tweeledig: “Mijn thuis is Almere, maar…, ik ben en blijf een Sardijn.”

 

Meander

“Ik ben en blijf een Sardijn”: © Meander; Almere; 1 mei 2018.
Voetnoten:
1               Alà dei Sardi:  https://nl.wikipedia.org/wiki/Alà_dei_Sardi
2              Meerestein Almere:http://canonvanalmere.nl/meerestein
3              Arti et Amicitiae: http://www.arti.nl
4              Boek & Boon: Boek & Boon 

Foto’s
Di Lago: © Gavino Seddaiu
Gavino Seddaiu: © Meander; Almere; 1 mei 2018
Alà dei Sardi: Internet
Meerestein: Internet
Kiosk Di Lago met Gavino Seddaiu: © Gavino Seddaiu
“Ik ben en blijf een Sardijn” is het verhaal van Gavino Seddaiu over zijn Almere. Een verhaal in het kader van Almere mijn Thuis”, het thema van “Suburbia in de Buurt”, een project van theatergroep Suburbia.
 
Dichter bij de Kust

Dichter bij de Kust

de kust is zijn kantoor                                      

geboortegrond van poëzie                                           

blik gericht naar overkant                                          

over Noordzee                                 

over branding                                 

over ‘t gulle strand                                   


prangende gedachten                                  

ontspruiten als springtij                               

aan onbevattelijk brein                             

banen onverbiddelijk                            

hun obligate weg                                     

naar overal


binair vastgelegde

in temporele eeuwigheid

geschetste woordbeelden

faciliteren lezer

in verplaatste beleving

van gestrande dichter


opeenvolgende percepties

als vanzelf samenstromend

in gebundelde associaties

die in vlagen

van wil en wens

worden beschreven

aan zijn bureau

aan de kust

 

Dichter

 

Meander

 

Voor alle gedichten van Meander over Zee, Kust en Strand, klik HIER!!!

 

 

                          

 

Slenterende liefde

Slenterende liefde

zag mijn liefde lopen                                         

doelloos slenterend                                             

op een onmetelijk strand                                       

langs de onzekere grens                                   

van land en water                              

net als ik                                     

zomaar kuierend                                   

vanaf de andere kant                             

nog onwetend                                   

over ons en over later


lichtjes uitgeweken

toen w’elkander

rakelings passeerden

aarzelend verder liepen

doch ik stopte

keek haar na

zag haar ogen  

die hetzelfde riepen


vertraagd liepen we

verwonderd, maar

met zekere pas

pakten elkaars hand

gingen samen verder

alsof het altijd was

 

 

Meander

© Meander (Folkert Buiter); Almere 15 mei 2018

Meer gedichten over Hart & Ziel? Klik HIER.

Gouden Kus(t)

Gouden Kus(t)

Gouden foto’s gemaakt door Roel van Steinvoorn van De Zee Kust. 7 november 2017 tegen zonsondergang

Gouden

betoverend avondlicht

vertrouwend op de nacht                              

wanneer heelal, lucht,                          

zee en strand                             

tezamen vloeien                            

in gouden glans                           

aan Noordzee’s kust                             


glanzend                            

gloeiend                          

gevend                       

goud                            

waarmee de zee                      

welterusten kust

 

Meander

Meer gedichten over Zee, Kust en Strand? Klik HIER.

 

Begerige Branding

Begerige Branding

Foto: Meander.

 

Bruisende, brullende, brekende branding                                            


Daverend donderend, duikend op ‘t strand                                               


Spetterend spattend, springend uiteen                                                    


Sissend en schuimend, schuift zee aan land                        

                              

 

Meander

 

Voor alle gedichten van Meander over de zee en de kust, klik HIER.

Vrij…spel

Vrij…spel

slenterend                        
over brede strand                         
handen                               
meer dan hand in hand                       


zoenen                           

zoenend even staan                      
lachend                           
schouwen z’ elkaar aan              


kijken
kijkend naar elkaar
handen
kroelend door zijn haar                


klimmen
klimmend op het duin
gevonden
in elkaars fortuin                      


minnen
minnen als één cel
spelend
liefdes vrije spel

 

Meander

 

Vrij…Spel. Een gedicht over volledige overgave en versmelting van geest, ziel en lichaam. Een ervaring in en met de natuur, verloren in geluk zonder te verliezen.          

Voor nog meer liefde klik op TENT.

 

Gestrand

Gestrand

uitgestrekt                        

lichtbruin                        

of geel                           

soms wit                           


miljarden minuscuul                        

geslepen splinters                    

tijdelijk vervat                     

in zand                          


spelend                          

in de wind                    

onderweg                       

naar verder                    


afhankelijk van                       

eb en vloed                     

vooralsnog                        

gestrand       

 

 

Meander

“Gestrand”: © Meander; Almere; 13 augustus 2017.


Foto: Gestrand; © Meander; 26 juli 2019.


Voor meer zand op het strand, klik HIER.


Strandgedichten? Klik HIER.

 

Het strand als verzameling van tijd en ruimte, van iedereen en alles.

 

 

Esstresso

Esstresso

Jos liep over de rode loper naar het houten etablissement op het strand. Een paar meeuwen scheerden op geringe hoogte luid schreeuwend over hem heen. Hij klapte zo hard mogelijk in zijn handen om ze weg te jagen. De meeste meeuwen schrokken en vlogen weg, maar een meeuw maakte een grote boog en ging op een paal zitten op de hoek van het terras. De meeuw stootte een scherpe kreet uit om aandacht te trekken, maar Jos haalde zijn schouders op en liep naar binnen. Hij zag dat Laura achter de bar stond.
“Een expresso! Ik zit buiten”, zei Jos nogal kortaf met een Vlaams accent. Hij wachtte het antwoord niet af en liep naar buiten.
“Een espresso, meneer VandenBroecke. Komt er aan.”, zei Laura werktuigelijk, ook al kon Jos het niet meer horen.

Jos ging achter het scherm zitten in een hoek tegenover de ingang van het terras. Het was weliswaar vierentwintig januari en het vroor een graad of drie, maar de zon scheen. Hij zat in de januarizon, uit de wind en keek om zich heen. De meeuw zat nog op de paal, een meter of vijf bij hem vandaan. De meeuw krijste een keer. Jos reageerde niet, ook niet toen de meeuw nog een paar keer krijste. Dat beviel de brutale vogel waarschijnlijk niet, want hij vloog naar het scherm en ging op niet meer dan twee meter van Jos op de rand van het scherm zitten.

Laura bracht de espresso en vroeg: “Wilt u nog iets anders bestellen, meneer VandenBroecke?”
“Nee. Maar, breng over tien minuten nog maar een expresso.”
“Dat doe ik, meneer VandenBroecke”, zei Laura, waarna ze naar binnen liep.
Aardig meisje, dacht Jos. Prima service, maar ietsje te vrijpostig en te mooi om waar te zijn.
Hij pakte zijn koekje en liet het aan de meeuw zien, die onmiddellijk een harde kreet ten gehore bracht. Jos brak een stukje af en legde dat op het puntje van zijn tafel. De meeuw draaide zijn kop schuin, stapte wat dichterbij over de rand van het windscherm en vloog vervolgens naar de tafel om het stukje koek te pakken. Jos was sneller en nam het weg. Hij lachte hard en vals en stopte de rest van het koekje in zijn mond.De meeuw keerde terug naar zijn plek en wachtte af.

Jos genoot van de zon en na een derde espresso vroeg hij om de lunchkaart. “Wacht even?”, commandeerde Jos. “Ik bestel gelijk.” Hij wachtte bewust met het maken van een keuze om het meisje, dat niet meer droeg dan een dun jurkje met een schortje, zo lang mogelijk in de kou te laten staan.
Laura wilde net zeggen dat ze zo terug zou komen, toen Jos zei: “Wat is de soep van de dag?”
“Pompoensoep, meneer VandenBroecke.”
“Getverderrie, dat iemand dat lust. Doe mij maar een tosti ham en kaas.”
“Een tosti ham-kaas, meneer VandenBroecke. Wilt u er iets bij drinken?”
“Karnemelk, meisje. Of heb je dat niet?”
“Jazeker, meneer. Ik kom het zo brengen.”

De meeuw scharrelde over de vloer van het terras. Jos wachtte muisstil tot de vogel dichtbij was en liet het dier schrikken door hard met zijn voet uit te halen. Hij baalde dat hij het dier niet had geraakt. Met luid gekrijs steeg de meeuw op en vloog weg in de richting van de zee om vervolgens uit zicht te verdwijnen. Jos lachte hard en gemeen. Terwijl hij nog zat na te genieten van zijn pesterij, kwam Laura met een tosti, karnemelk en een espresso naar buiten.
“Ik heb toch geen expresso besteld” zei hij boos.
“Nee, meneer VandenBroecke, die krijgt u van ons.”
“Zo is’t dat. Moet dan maar.”
Laura zette alles op tafel en wenste Jos smakelijk eten. Die haalde zijn schouders op en snoof een keer. Laura liep naar binnen. Jos zag dat de meeuw terugkeerde. De meeuw bevestigde zijn terugkomst met een schorre, klagende kreet.

Jos nam een slok van de karnemelk en pakte toen de eerste helft van zijn tosti. Hij had net een tweede hap genomen toen hij zich verslikte, omdat vanuit het niets de meeuw zich met een afgrijselijke kreet op zijn tafel stortte. De gehaaide vogel pakte de andere helft van de tosti, gooide de karnemelk om en bleef even naast de espresso zitten. Toen het dier opsteeg, leek het alsof hij de espresso met opzet van de tafel stootte. Het kopje brak in stukken toen het op een tafelpoot viel. Jos bekwam langzaam van de schrik. Hij zag het restant van zijn tosti in het zand liggen naast het gebroken koffiekopje en vloekte en schold zo hard, dat Laura en de eigenaar van de strandtent naar buiten kwamen. De meeuw was met de veroverde tosti op het dak gaan zitten en krijste een paar keer schel en hard, alsof hij lachte.

 

meander

Meeuw: Wikipedia

 

Contactloos

Contactloos

Bij vlagen gutsten de regendruppels, als waren het mitrailleurkogels, tegen de ramen van de strandtent die vroeger al veel eerder zou zijn afgebroken, maar het klimaat had de zomer naar achteren geschoven. Vandaag, midden oktober, was het achttien graden en scheen de zon afgewisseld door stevige buien die behept waren met een overmatige waterlast, die per bui gedurende korte tijd op het strand, op een klein aantal wandelaars en over de vele strandtenten, werd uitgestort.

depositphotos_70685211-raindrops-on-the-window

Strandpaviljoen de Haven van Zandvoort zat nokvol en rond een open vuur hadden zich verschillende bezoekers in comfortabele stoelen en op zachte banken genesteld, genietend van het vuur, de warmte, het gezelligheid vermeerderende gerikketik van de regen, het gieren van de wind en een drankje met een hapje. Binnen was het beter, veel beter. Druipende jassen, natte, verwaaide haren en honden die onder het zand zaten, completeerden de sfeer van geborgenheid in de van hout en plaatwerk opgetrokken strandtent.
Het bedienend personeel kwam oren, ogen en handen tekort. Vanuit de keuken werd geroepen dat er gebeld moest worden voor extra hulp, omdat ze vanavond al bijna twee keer volgeboekt waren.

Als een bui langzaam wegtrok, zag je een deel van de strandgangers hun jassen aantrekken, afrekenen en naar buiten gaan om voor de zich in de verte dreigend aankondigende, volgende bui, nog even op het strand te begeven ent e genieten van het zonnetje dat langzaam weer tevoorschijn kroop. Binnen een klein half uur kwamen ze weer binnen waaien om te schuilen, of ze stapten in hun auto om huiswaarts te keren.

Je zou verwachten dat men met elkaar in gesprek ging, kennis maakte met toevallige buren in het restaurant, maar dat bleek een zeldzaamheid, voorbehouden aan al te verliefde stellen en oudere echtparen. De meeste gasten, ook zij die met elkaar op stap waren, staarden op het kleine schermpje van hun intelligente telefoons die eigenlijk geen telefoons waren, maar computertjes waarmee je ook kon bellen, wat nog maar zelden gebeurde. Communicatie geschiedde zonder geluid of direct contact. Men appte, wat sinds een paar jaar een nieuw werkwoord is. Daarbij keek men op diverse apps om het nieuws, het weer, de buien, of andere wereldschokkende, op sociale media vermelde zaken te raadplegen, zoals het niet te missen feit dat iemand naar de kapper was geweest, de maandenlange feuilleton over iemands ziekte, of het derde tandje van Tom. Regelmatig werd er gereageerd op berichten, die mogelijk zelfs ter plekke waren geplaatst door een ander lid van het gezelschap waarmee men was gekomen. Af en toe werden er enkele woorden via de electronica gewisseld in het Nederlands, Duits, Frans, Spaans of Engels, hetgeen aantoonde dat de sociale cohesie van de afbraak van het persoonlijke contact een internationale verworvenheid was geworden.

De bediening had moeite om er tussen te komen. Eigenlijk was de bediening overbodig en zou je met dat schermpje en een Bestelapp je eten en drinken moeten kunnen bestellen, maar daar was schijnbaar nog geen enkele ICT-Wizz-Nerd op gekomen. De volgende stap is het contactloos hebben van een afspraakje.

 

meander