Eeuwige Vrijgezel

Eeuwige Vrijgezel

Toen de laatste tonen van het meeslepende nummer hadden geklonken, zei de zanger van de band dat het tijd was voor een korte pauze. Yfke, Farah en Mark liepen van de dansvloer terug naar het zitje waar hun spullen lagen en ze bestelden een biertje. Toen Margot het bier bracht, vroeg Mark haar: “Wil je een plankje met krentenwegge, roggebrood en kaas brengen?” Margot bevestigde de bestelling, verzamelde her en der lege glazen en liep terug naar de bar.
Ze hieven de glazen en riepen: “Vandaag”, een toast die jaren geleden door Mark was bedacht. “Het nu duurt maar kort, maar je bent er steeds”, volgens Mark. “Dit geheel in tegenstelling tot het verleden en de toekomst, want daar ben je nooit.” Zijn vrienden hadden het maffe idee overgenomen en sindsdien was “Vandaag” hun motto.

Farah was een slanke vrouw met sluike, donkere haren. Ze droeg een kort, blauw rokje en een strak, groen truitje, wat voor een eenenveertigjarige vrij gewaagd leek, maar het viel niet op, omdat ze eerder dertig dan veertig leek. Haar groene sneakers maakten het plaatje af. Farah’s sportcarrière was dan wel voorbij, maar ze liep of fietste iedere dag en trainde drie keer per week in haar eigen sportschool, samen met Yfke, haar vrouw.
Yfke was een stuk kleiner, peziger en bijna tien jaar jonger dan Farah. Een zwarte leren broek, een strak donkergrijs shirt en stevige, zwarte schoenen, waren haar standaard outfit. Haar blonde haren en wasbleke gezicht contrasteerden met haar kleding en met haar getinte partner. Yfke was werktuigbouwkundige en een pittige tante, die gevraagd, doch vooral ongevraagd, de leiding nam over alles en iedereen.

Roquefort Papillon voor VrijgezelMark zag dat zijn favoriete kaas er bij lag, toen Margot het kaasplankje bracht. Hij vertelde zijn vriendinnen wat er zo bijzonder was aan de Roquefort Papillon. De meiden lachten hem uit en zeiden dat ze dat verhaal al honderd keer hadden gehoord.
“Wat is er mis met die andere kaas?”, vroeg Farah.
“Niets, helemaal niets, maar er is nu eenmaal kaas boven kaas”, zei Mark op een overdreven, gedragen toon.
“Bla, bla, bla”, zei Farah, waarbij ze hem gespeeld geringschattend, met lachende ogen aankeek.
Yfke zei: “Lekker toch, Mar, dan eten wij de rest wel op.”
“Van harte gegund, als dat maar betekent dat je mij die Roquefort schenkt.” Hij sneed alvast een stuk van zijn geliefde kaas af en stak het in zijn mond.

Mark keek iets te vaak naar de bandleden, die aan een tafeltje voor het podium zaten.
“En, zit er voor jou wat lekkers bij?”, plaagde Yfke hem.
“Voor een dag? Of misschien twee?”, deed Farah er een schepje bovenop. “Bassisten zijn stoer.”
Mark lachte een beetje en zei dat hij de zanger wel kende en hem al eens had gesproken. “Hij is interessant, maar het is zo’n rauwdouwer.”
“Als je er niet op afstapt en kijkt of het klikt, wordt het nooit wat”, zei Farah, die wel doorhad dat Mark de zanger iets meer dan alleen maar interessant vond.
“Ik kan er toch niet zomaar naar toe lopen.”, zei Mark onzeker.
Farah gaf hem een duw en zei: “Als je niets doet, blijf je een eeuwige vrijgezel.”

Yfke stond op en liep naar de tafel met het bandje. Ze gaf ze alle vijf een hand en sprak een tijdje met Jort, de zanger. Ze wees een keer naar Mark, die zijn hand aarzelend opstak en vervolgens niet wist waar hij kijken moest. Jort lachte zo nu en dan en liep na enkele minuten met Yfke naar het tafeltje waar Mark en Farah zaten.

“Jort Grenier”, zei de zanger toen hij Farah een hand gaf. Hij keek Mark aan, gaf hem een hand, omarmde hem en zei: “Wij hebben elkaar toch al eens gesproken? Ik dacht even dat je me niet meer wilde kennen, totdat Yfke me vertelde dat je niet naar ons toe durfde te komen.”
“Ja, eh…, ja…ik bedoel eh…nee eigenlijk. Ik wilde jullie niet storen”, verzon Mark ter plekke. Hij was helemaal van slag. Die bemoeiheks van een Yfke ook, dacht hij.
Jort zei: “Pak je spullen en kom bij ons zitten. Neem die kaas maar mee, ik ben gek op Roquefort.” Yfke en Farah liepen richting podium met het bier en het kaasplankje in hun handen. Ze keken elkaar aan en grijnslachten naar elkaar
Jort sloeg zijn arm om Marks schouder en keek hem eens goed aan. Mark keek terug en liet Jort’s arm waar die was.

Logo Meander

Benny Nijman: Vrijgezel

 

Geef een reactie