Archief van
Categorie: Blogs

Al dan niet verrijkte, geromantiseerde, persoonlijke ervaringen van Meander

De Garnalenvisser

De Garnalenvisser

verwaaide nevels onthullen                    

contouren van manoeuvres                    

in slenken en geulen                  

gewillig gevormde                 

weerslag der getijden                


gekende wateren                 

van ‘ t wispelturig Wad                 

door schippershand                

vermetel bevaren                     

voor dagelijks brood


geconcentreerd gevoelen

van eeuwenlange ervaring

brengt telkens tijdigheid

om schamele schepsels

onbezwaard te wekken


ongeschonden ochtendlicht

toont volstrekte helderheid 

wijl garnalenvisser sleept

noeste arbeid en geduld

vullen het ruim gestaag


in schiere eenzaamheid

het Wad als meeste thuis

een lot dat vrijheid brengt

kotter keert de steven

gestuurd door schippers wil

 

 

 

Meander

“De Garnalenvisser”: © Meander; Almere; 13 juni 2019.  


“Foto Garnalenvisser  op het Wad”: © Meander; juli 2018.


Meer gedichten over Zee, Kust en Strand? Klik HIER!

 

 

 

Vals excuus voor 937 aardbevingen sinds Rutte regeert.

Vals excuus voor 937 aardbevingen sinds Rutte regeert.

Rutte zei drie keer sorry afgelopen week voor de situatie in Groningen, na weer een zware aardbeving in Groningen.
Een vals, veel te bescheiden, vaker gehoord sorry. Zolang hij regeert (14 oktober 2010) zijn er 937 bevingen geweest in Groningen. Dat is 68% van alle bevingen die in Groningen hebben plaatsgevonden (1369) tot en met vandaag.

Het gasdebat was een farce, een herhaling van teksten uit eerdere gasdebatten. De meest gehoorde zin, al sinds het aantreden van Kamp, is: “We gaan er nu echt wat aan doen.”
De werkelijkheid is, dat deze regering de adviezen van de Onderzoeksraad voor de Veiligheid en het Staatstoezicht op de Mijnen negeert.

Meer dan 100.000 schademeldingen sinds Rutte regeert. Volgens mij ben je dan over-verantwoordelijk en is het zeggen van sorry eigenlijk een belediging.

Rutte en zijn vrienden: “We gaan er wat aan doen. Voor het kerstreces hoort u van ons.” Kerstreces van welk jaar is nog niet bekend.
“We gaan het stuwmeer wegwerken. Dat laatste overigens niet in het belang van de Groningers, maar in het belang van onze opdrachtgever, Shell. U accepteert een aanbod van 5.000 euro en dan zoekt u het verder zelf maar uit, of een bod van 11.000 euro en dan doet een aannemer zijn werk. Accepteert u niet, dan moet u waarschijnlijk vrij lang wachten.”
Het onvermogen en de onwil van de Rutteregeringen leidt derhalve tot chantage.

Vandaag weer een beving van 2.5. Die van 4.0 of meer komt er aan, meneer Rutte. Gaat u dan 4 keer sorry zeggen en daarna lekker op de fiets naar huis om heerlijk te slapen zonder nachtmerries?

 

Meander

“Vals excuus voor 937 bevingen sinds Rutte regeert: © Meander; Almere; 9 juni 2019.

Foto lachende Rutte: Internet.


Meer lezen over Groningen en het onrecht dat Groningen wordt aangedaan? Klik HIER.

Te Laat (slot)

Te Laat (slot)

Het laatste hoofdstuk uit het boek “Te Laat” dat Folkert Buiter in 2014 schreef en dat in 2015 is uitgekomen bij uitgeverij Boekscout.
Dit hoofdstuk wordt nu door mij geplaatst op mijn pagina Meander, omdat iedereen denkt dat dit niet kan gebeuren. We bedoelen eigenlijk dat we het niet willen, maar het kan wel, dus praten we er niet over.
Na weer een zinloos Kamerdebat op 4 juni 2019 over “wat we gaan doen” maar al zeven jaar niet doen, vond ik het tijd om de betekenis van (on)veiligheid, van de mogelijke gevolgen van wat we niet (kunnen) weten, te publiceren.
 Natuurlijk is het een boek, een menging van fictie en non-fictie, maar als…
Overdreven? Niet het aantal slachtoffers telt, maar het feit dat er slachtoffers kunnen zijn en meer nog dat er al decennia steeds meer slachtoffers zijn.


192    Drie Juli

Tom was wakker geworden, zag Anneke liggen en trok haar naar zich toe, waardoor ze wakker werd. Op dat moment hoorden ze een zwaar, dof gegrom overgaand in gerommel en voelden ze een trilling. Het was snel weer stil.
‘Dat was een aardbeving’, zei Tom ‘en het was een stevige.’
Zes minuten later hoorden ze een keiharde knal en toen? Toen begon alles te bewegen. Het bed trilde, de kasten kraakten en schudden, er vielen foto’s op de grond. Beneden hoorden ze dingen op de grond vallen.
‘Jelle, Sophie’, riep Tom. Hij rende de kamer uit. De kinderen waren al wakker en liepen direct mee naar beneden. De aardbeving was na bijna 20 seconden voorbij.
‘Ik haal wel kleren’, zei Anneke. ‘We moeten ons eerst aankleden.’ Het was weer stil, maar Tom begreep dat hij aan het werk moest. Zo te zien was er niets mis met het huis. Er lagen dingen op de grond. Twee gebroken glazen en een vaas met bloemen, die in stukken lag. Toen hij in voorkamer kwam, zag hij dat de boekenkast half leeg was. De boeken lagen op de grond. Hij zei tegen Anneke: ‘Wil jij bij de kinderen blijven, dan ga ik als een speer naar het bureau, als dat lukt.’
Buiten hoorden ze geroep en sirenes.
‘Pas goed op jezelf’, zei Anneke. Ze gaf hem een kus.
Sophie pakte zijn arm en zei bang: ‘Pap, kun je niet blijven? Kom je wel terug?’
Hij zag de angst in haar ogen. ‘Ik kom terug, schat. De aarde is wel even uitgeschud.’ Helaas was dat niet waar, omdat de grote klap de hele ondergrond in beweging had gebracht. Op diverse plaatsen in Groningen volgden naschokken.

Tom liep naar buiten, stapte in zijn auto en zag dat veel mensen buiten stonden. Hij zette het zwaailicht op de auto en deed de sirene aan. Op het eerste gezicht zag hij geen direct opvallende schade, maar hij dacht aan zijn eigen huis, dat toch vrij stevig was en besefte dat het goed mis was als de mensen in Haren al op straat stonden.
Dit was een hele zware aardbeving, maar niet hier, dacht Tom. Op de radio was nog geen informatie, maar op de politieradio gonsde het van de meldingen. Onderweg zag hij een lange scheur in de vluchtstrook op de A28. Naarmate hij dichterbij Groningen kwam, zag hij meer en meer schade. Hier en daar lagen stenen en dakpannen op straat. Binnen een kwartier was hij bij het bureau, waar het wemelde van de collega’s. Toen hij uitstapte kwam de commissaris op hem af.
‘Vier punt vier’, zei de commissaris, ‘tenminste dat zegt het GON.’
‘Waar is het epicentrum?’, vroeg Tom.
Daan zei: ‘Weten we nog niet.’ Op dat moment klonk weer gerommel en trilden de ramen. Ze voelden de grond enkele seconden sidderen.
‘Ook dat nog’, zei Tom. ‘Een flinke naschok.’ Ze liepen naar binnen. Daan vroeg aan de balie wat ze wisten en vroeg Ria om de collega’s bij elkaar te roepen in de kantine. Tom belde het gemeentehuis om het rampenplan aardbevingen in werking te stellen. De gemeentesecretaris nam op en zei: ‘Ik geef je de burgemeester.’
Tom zei tegen Karel dat hij het crisisteam met alle deskundigen moest formeren volgens het draaiboek. ‘Ik bel met Den Haag en de nationale korpsleiding. Coördinatiekamer in het gemeentehuis. Wil je Koos Boelen vragen om te komen?’
‘Koos is onderweg’, zei Karel. ‘We waren al bezig. Coördinatiecentrum is in het provinciehuis, want het gemeentehuis heeft teveel schade om de veiligheid te garanderen.’
‘Ik bel je zo terug’, zei Tom. Hij keek na nog een serie telefoontjes, ongerust naar de geschokte blik van Daan, die uit de kantine kwam.
Daan zei: ‘De hele provincie is getroffen. Er is sprake van meer dan tien doden en honderden gewonden. Ingestorte woningen, boerderijen, bedrijven en andere gebouwen. Er zijn kapotte wegen en bruggen en de dijk van het Eemskanaal bij Hoeksmeer en Woltersum is op twee plaatsen bezweken.’
Tom zei: ‘Jij gaat naar het provinciehuis. Het is waarschijnlijk veel erger dan we nu weten’, zei Tom. ‘Ik zal de nationale korpsleiding vragen het leger in te zetten. Ga nou maar, ik ga bellen.’ Vijftien minuten later was er een gigantische machine in werking gesteld. Een machine die groter was dan in het oorspronkelijke rampenplan was voorzien.

Na alle telefoontjes belde Tom weer met Karel en zei: ‘Alle overbodige personen buiten de deur houden en de pers mededelen dat hinderen als een misdaad wordt gezien. Het leven van mensen gaat voor de vrijheid van pers. Hulpverleners uit het hele land worden gewaarschuwd, inclusief het leger. Onze buren in Duitsland zijn al op de hoogte en komen helpen. Brandweerkorpsen uit Leer, Oldenburg en andere plaatsen zijn onderweg naar Delfzijl. We weten nog niet veel, maar een deel van de noordzijde van de Grote Markt ligt plat, verderop in de stad zijn zes cafés ingestort. In het noorden van Stad is een flat ingestort. Loppersum, Stedum, Middelstum en omliggende dorpen, zijn zwaar getroffen.’ Karel vloekte en riep dat hij Den Haag en de EMN voor de rechter zou slepen.
‘Later Karel, emoties weg nu en volg het draaiboek. Wees maar blij dat de beving niet een paar uur eerder plaats vond, dan waren er nu honderden doden in die cafés’, zei Tom.

Tom liep naar de projectkamer die nog in gebruik was voor het onderzoek. Hij zei: ‘Christine, jij vervangt mij op het bureau. Ik blijf bereikbaar, maar ga kort voor overleg naar het provinciehuis.’ Hij gaf haar drie nummers van officieren die de leiding hadden over drie compagnies militairen, die met zwaar materieel kwamen helpen. ‘Middelstum, Stedum, Loppersum, Ten Boer, Ten Post en omliggende dorpen, daar moeten ze naar toe. Verder informatie volgt’. Hij draaide zich naar Annabelle en zei: ‘Laat alle politiemensen die nog niet aanwezig zijn oppiepen. Geef dat ook door aan Leeuwarden en Assen.’
Annabelle zei dat veel plaatsen telefonisch onbereikbaar waren. ‘Des te noordelijker, des te minder communicatie’, zei ze, ‘maar we zullen er alles aan doen.’

Tom vertrok, omdat overleg met het coördinatieteam nodig was. Ze wisten nog te weinig. Een telefoonteam belde alle gemeenten en vier helikopters werden ingezet om de schade in beeld te brengen, hoorde Tom onderweg. Er werden SAR-helikopters uit het hele land ingevlogen en Defensie stuurde acht grote helikopters. Dat was het laatste nieuws, voordat Tom de kamer binnen liep. Hij verdrong met moeite zijn woede om de ramp die voorkomen had moeten worden.

Karel kwam een minuut nadat Tom was gearriveerd op het provinciehuis lijkbleek binnenlopen en zei dat er sprake was van meer dan zestig doden en honderden gewonden. Alle ziekenhuizen in het land waren geïnformeerd. Het GON corrigeerde de eerdere melding en zei dat om vier uur tweeënvijftig een aardbeving met een magnitude van vijf punt een had plaatsgevonden in de buurt van Westeremden. Een zware naschok van drie punt negen bij Middelstum en een van drie punt zeven bij Schildwolde waren de eerste beving binnen een half uur gevolgd. Vlak voor de zware aardbeving was er een klap van twee punt negen geweest bij Garmerwolde ten noordoosten van de stad Groningen. Sinds de zware beving waren er nog zes andere naschokken verspreid over Groningen geweest, waarvan er een ten Noorden en een ten zuiden van Delfzijl.
‘Hoe zit het met de dijk bij het Eemskanaal?’, vroeg Daan.
De dijkgraaf zei: ‘Het waterschap is samen met bedrijven al bezig, maar behalve de twee kleine doorbraken, zijn er vier grote, zwakke plekken. Het water stroomt de polder al in en de gaten zullen groter worden. Ze gaan met helikopters zand en stenen brengen. Het kost minstens drie dagen om de gaten te dichten. Al die tijd stroomt het water de polders in.’ Ze zuchtte diep en zei: ‘We hebben teams naar de zeedijk bij de Eemshaven en bij Delfzijl gestuurd, omdat er meldingen zijn van tientallen scheuren, verzakkingen en van water dat onder de dijk door loopt.’

Vanuit Delfzijl kwam de melding dat het chemiepark de aardbevingen goed had doorstaan. De brandweer op locatie was versterkt met korpsen uit Duitsland. Het chemiepark werd in de loop van de dag gecontroleerd op schade en lekken. Ze stelden vast dat er chloor lekte en nog twee andere stoffen. Het was niet veel en het probleem werd snel opgelost, maar bij verdere controle bleek dat veel installaties en opslagtanks waren ontzet. De tanks werden leeggepompt. Het was maar net goed gegaan besefte iedereen. De omgeving van Delfzijl was aan een ramp ontsnapt. De zorgen waren echter niet voorbij, omdat de zeedijk lekte en grote verzakkingen vertoonde. Als de dijk doorbrak, zelfs al was het maar een beetje, dan liep het chemiepark ernstig gevaar.

In de loop van de dag werd steeds duidelijker hoe groot de ramp was. Achtenzeventig doden, minstens zeshonderd gewonden en een onbekend aantal vermisten. Oude, historische boerderijen, woningen, scholen en bedrijfsgebouwen waren ingestort, of grotendeels vernield. Een school waarvan de gemeente al jaren volhield dat er geen reden tot zorg was, zolang er geen aardbeving kwam, was volledig ingestort, terwijl de werkzaamheden voor de versteviging pas enkele weken geleden waren begonnen. De dakconstructie had het begeven en was op de eerste verdieping gekomen, die door dat extra gewicht as ingestort. In andere plaatsen waren drie scholen volledig vernield en was een onbekend aantal scholen ernstig beschadigd. Goedkope woningen uit de jaren zestig en zeventig hadden het nagenoeg allemaal begeven.
In veel plaatsen waren mensen de straat op gegaan na de eerste beving bij Stad, waardoor honderden levens gespaard bleven. Verschillende mensen hadden hun thuis met eigen ogen in elkaar zien zakken. Hier en daar waren branden uitgebroken, maar er was onvoldoende capaciteit om alle branden te bestrijden.

Enkele kleinere dijken waren bezweken, maar de veelal kleine gaten konden snel worden gerepareerd. Zwaar beschadigde wegen en bruggen belemmerden de hulpverlening. De telecommunicatie lag er in het noorden van de provincie grotendeels uit, omdat installaties en antennes waren vernield. Helikopters en legervoertuigen werden ingezet om gewonden te vervoeren en evacueerden mensen uit het gebied dat onder dreigde te lopen. De waterstand zou niet boven de anderhalve meter komen, maar het gevaar was groot. De stroming van het water was onvoorspelbaar en bleek woningen die teveel waren aangetast door de aardbevingen, mee te sleuren.
De dijk van het Eemskanaal lekte op meer plaatsen en dreigde op twee plaatsen bij Appingedam door te breken. Eenheden van het leger en vrijwilligers werkten onafgebroken aan de versteviging van de dijk. Ze legden zandzakken neer die werden gebracht met grote vrachtauto’s. De vrachtwagens moesten omrijden, omdat de weg langs het kanaal zwaar beschadigd was. Tractoren met wagens er achter, brachten de zandzakken en andere materialen via de landerijen naar de zwakke plekken, omdat er aan de zwakke kant van de dijk geen wegen waren. Vier helikopters vlogen af en aan met stenen en grote gevlochten matten, die ze uit Den Oever haalden uit het depot voor de Afsluitdijk.

De tweede dag zagen de passagiers en piloten van de helikopters dat de aardbeving meer schade had aangericht dan men zou verwachten. Die verwachting was echter gebaseerd op aardbevingen in een rotsachtige omgeving.
Uit de eerste verhalen van slachtoffers en getuigen bleek dat na de zware klap de grond gedurende ongeveer vijftien seconden in golven licht op en neer had bewogen. Er waren kleinere gebouwen geweest die, als schepen op zee, licht heen en weer deinden. Na een paar bewegingen storten ze in, of kwamen ze scheef te staan, omdat ze gedeeltelijk de grond in zakten. Liquefactie was de oorzaak van deze beweging. De slappe bovenlaag was op sommige plaatsen in beperkte mate vloeibaar of bewegelijk geworden, maar voldoende om aanzienlijke schade aan te richten. Vooral dijken hadden veel last van dat effect door hun vorm en samenstelling.

Naarmate de dag vorderde, werd bekend dat meer dan vierduizend panden onbruikbaar waren geworden. Drie beroemde borgen waren veranderd in ruïnes. Veel dorpen rond Loppersum en Middelstum leken op een slagveld. Van Huizinge stonden alleen de grotere gebouwen nog overeind. De kerk was gedeeltelijk ingestort, net als de kerken in Zeerijp en Stedum. Van de kerktoren in Middelstum, die al enigszins uit het lood stond, was de bovenzijde afgevallen. In Loppersum waren vijfhonderd panden verwoest, maar dat viel in het niet bij de vierendertig doden in Loppersum en de vele gewonden. Het was de omgeving waar juist minder gas had moeten worden gewonnen, maar waarvan iedereen sinds kort wist dat er stiekem meer gas was gewonnen dan ooit tevoren. Er heerste paniek, ongeloof en onvoorstelbaar veel verdriet. Dit was onmogelijk hadden veel experts jarenlang gezegd, zelfs niet bij een zware aardbeving.

Tijdens de derde dag sloeg de stemming om in woede, blinde woede, vooral omdat men vond dat de criminele gaswinning de grote boosdoener was. Het rampenteam zag zich genoodzaakt het leger in te schakelen om alle EMN-locaties en kantoren te bewaken. Dit was al voorzien in een eerder draaiboek. Bij de rellen vielen gewonden aan beide zijden. Het waren de vrijwilligers die het voor elkaar kregen dat beide partijen zich terugtrokken. Er werd niemand gearresteerd om de situatie te de-escaleren. Diverse militairen en agenten hadden geweigerd om op te treden tegen de woedende bevolking, omdat ze zich solidair voelden met de slachtoffers.
Koos Boelen nodigde de woordvoerders van de verschillende groepen uit, wat een hele klus was, omdat de communicatie moeizaam bleef. In het bijzijn van Machteld de Corte en de burgemeester van Groningen zei hij dat de EMN alle schuld op zich nam en toegaf dat zij verantwoordelijk waren. De burgemeester van Groningen zei tegen de vertegenwoordigers, dat ruzie maken en vechten niets opleverde. ‘We moeten samen de schouders er onder zetten. De EMN heeft toegezegd dat alle kosten voor haar rekening komen.’ Machteld dacht daar anders over en zou straks de premier bellen en hem vertellen wat er nodig was en wat het kabinet te doen stond. Ze duldde geen enkele belemmering meer.

De verbindingen waren na vier dagen met noodmaatregelen hersteld.
Een nieuwslezer zei tijdens het nieuws van 1 uur ‘s middags: ‘De trieste balans op de deze dag is honderdzeventien doden, waaronder helaas veel kinderen. Er worden bijna tweehonderd mensen vermist.’ De nieuwslezer had het even moeilijk, maar herstelde zich en ging verder: ‘Iedereen wordt opgeroepen om de lijst met vermisten te bekijken. Meldt het de politie als iemand ten onrechte op de lijst staat. Er zijn meer dan vierduizend gewonden, van wie ongeveer vijfhonderd zeer ernstig. Bijna zesduizend ingestorte, of grotendeels beschadigde woningen en andere gebouwen. De schade wordt op dit moment geraamd op zeventien miljard euro.’ Er werden beelden getoond van Middelstum en Zeerijp. Een vader zat op een stapel stenen van zijn ingestorte huis met zijn handen in zijn hoofd, omringd door buren. De presentator zei, dat de man aan het werk was in de Eemshaven toen het huis, met daarin zijn gezin, was ingestort. ‘Zijn vrouw en vier kinderen liggen onder het puin’, zei een aangeslagen verslaggever die ter plaatse was.
De berichtgeving, maar vooral het laten zien van de beelden, hadden nationaal een woedende reactie uitgelokt. Het regende, op twitter en andere sociale media, bedreigingen en scheldpartijen aan het adres van de regering en de EMN.

Anneke’s huis was deels ingestort, zoals veel andere woningen in Ten Post. Het zou minstens een jaar kosten voor het weer hersteld was. De woning van Peter en Mehveş was zwaar beschadigd, maar stond er nog. Peter en Mehveş waren teruggekomen van hun vakantie in Limburg.
‘Hoe krijgen we het ooit weer goed?’, vroeg Tom.
‘Dit komt niet meer goed’, zei Anneke. ‘Veel mensen hebben familie, vrienden en dorpsgenoten verloren en heel Groningen ondervindt nog jarenlang de gevolgen van deze aardbevingen.’
Henriëtte, die gisteren was gekomen, zei: ‘Mensen zullen vertrekken, omdat men bang is voor meer rampen. Wie weet wanneer de volgende klap komt en wat dan?’
Het was alsof Tom zijn zus hoorde praten, die had gisteren tegen hem gezegd: ‘Niemand praat er over en niemand wil er over praten, maar iedereen vraagt zich af hoe zwaar de volgende klap zal zijn en wanneer die komt.’ Haar huis stond nog, maar het kostte kapitalen om het te herstellen. Ze had gezegd: ‘We leven nog en we zijn niet gewond.’ Zijn andere zus woonde in Den Haag. Ze had dagelijks gebeld, maar was uiteindelijk na drie dagen naar haar zus in Winsum gegaan, omdat ze iets wilde doen.
Anneke zei: ‘Je zou haast denken dat dit de bedoeling was. Een grote klap en een deel van de bevolking vertrekt. Het meest absurde is, dat de installaties van de EMN blijkbaar nergens last van hebben.’

De inmiddels vijfduizend militairen, duizenden hulpverleners en nog veel meer vrijwilligers verzetten bergen werk. Na enkele dagen werden onder het puin nog steeds overlevenden gevonden. De huiveringwekkende lijst met vermisten kromp, terwijl de verdrietige lijst met slachtoffers groeide. De internationale gemeenschap had massaal hulp aangeboden en professionele hulpverleners uit de hele wereld waren gekomen. Na een week was duidelijk dat het zoeken, helpen en vooral het opruimen nog maanden zou gaan duren. De beelden op televisie bleven onwerkelijk. Beelden die men gewend was van Pakistan, Turkije, of Italië. Dat dit in Nederland kon gebeuren, daar had niemand rekening mee gehouden.

In Den Haag werden plannen gemaakt voor de herfst en de winter. De premier zei dat er onbeperkt budget was om Groningen weer op te bouwen. Alle gebouwen en de infrastructuur moesten zo stevig worden, dat een aardbeving tot kracht zeven er geen vat op kon krijgen. Hij zei dat het jaren zou duren, voordat al het werk klaar was en dat niemand zeker wist of er meer zware aardbevingen zouden volgen. Het was duidelijke taal, waar de slachtoffers helaas niets aan meer aan hadden.

Na drie maanden werd er nog steeds opgeruimd. De eerste herstelwerkzaamheden waren begonnen. Sinds die derde juli waren er nog dertig bevingen geweest, waarvan de zwaarste een kracht had van drie punt één. Moeder Aarde had hard ingegrepen.
De gaswinning lag stil en zou pas volgend jaar op basis van goede en volledige plannen weer op gang worden gebracht. Gas uit het buitenland werd het eerste jaar tegen kostprijs ingekocht en met renteloze leningen van het IMF gefinancierd. De eerste velden met zonnecollectoren kwamen in januari in productie en de bezwaren tegen windmolens leken te zijn verdampt. Nederland zou drastisch moeten omschakelen, zoveel was wel helder.
Meer dan tien procent van de bevolking was weggetrokken naar Twente, de Achterhoek, Zuid-Drenthe, Brabant en Flevoland. Slechts een klein deel trok naar de Randstad. Nog steeds vertrokken er Groningers, omdat ze zich in Groningen niet meer veilig voelden.

Eind oktober zei Tom tegen Anneke: ‘Marinus, Peter, Daan en ik willen met de premier spreken. Alle afspraken moeten zo snel mogelijk en goed worden vastgelegd. Over een jaar ziet de wereld en de politiek er weer anders uit. Daarom moeten alle toezeggingen in overeenkomsten worden vastgelegd. We zien al terugtrekkende retoriek van de regeringspartijen en de oliemaatschappijen Tetra en Keroga hebben aangekondigd dat ze via de rechter de gaswinning willen afdwingen.’
‘Wat doe je als de regering zich niet aan de toezeggingen houdt’
‘Dat verwacht ik niet, maar mocht dat onverhoopt zo zijn, dan zal ik op mijn manier op televisie uitleggen wat de houding van de regering is, vier maanden na de ramp’, zei Marinus.
‘Dat is regelrecht oproepen tot een opstand’, zei Masha.
‘Ja, en?’, vroeg Marinus. ‘Ze hebben het vijftig jaar laten liggen. Die kans krijgen ze niet nog een keer.’
‘De politieke partijen zitten al weer in hun bankjes alsof er niets is gebeurd. Ze stellen vragen, willen een parlementaire enquête en roepen dat er koppen moeten rollen’, zei Peter, die er niet gerust op was.
‘Ze leren het nooit’, zei Tom. ‘Ze proberen ellende van anderen om te zetten in electoraal gewin.’
Anneke zei: ‘Ondanks al het verdriet kunnen we niet meer doen dan werken aan de toekomst. In Groningen samen met onze vrienden.’

Tom keek naar Anneke en naar zijn kinderen. Hij dacht aan al die mensen die familie en vrienden waren kwijtgeraakt. Hij hoorde in gedachten Annabelle, die de teamvergadering was uitgerend eind juni en voelde dat de tranen over zijn wangen liepen. ‘We zijn te laat’, had Annabelle woedend geschreeuwd. ‘Te laat!’ Een paar dagen later had ze gelijk gekregen.

Meander

 

“Te Laat (slot): © Meander; Almere; november 2014


Vernielde klok door scheur: © Meander / Jedego Media; Almere; april 2015


Meer lezen over Groningen en het onrecht dat Groningen wordt aangedaan? Klik HIER.

Een Wiebesliedje

Een Wiebesliedje

Voor de Groningers, om de moed er in te houden een “wiebesliedje.”
(Kan worden gezongen op de muziek van Willempie)
Oppassen dat je niet in slaap wordt gewiebesd.


#wiebesliedje

 

wiebesje hoor je overal
wiebesje niks is hem te mal
hij belooft zo veel
zijn mond vol meel
maar nakomen doet hij niet

wiebesje van de bevinkjes
wil echt geen versterkinkjes
zijn regerinkje
is van de shell
nou dan weet een ieder ‘t wel

wiebesje maakt een groots gebaar
maar daarin schuilt het gevaar
sigaar uit eigen doos
‘t gebaar is loos
wiebesje is niet waar

wiebesje hoor je overal
wiebesje niks is hem te mal
hij belooft zo veel
zijn mond vol meel
maar nakomen doet hij niet

 

Geschreven door: Eerstziendangeloven.

 

Meander

 

 

“wiebesliedje: © Meander; Almere; 3 juni 2019.


Tegel komt van internet.


Meer lezen over Groningen en het onrecht dat Groningen wordt aangedaan? Klik HIER.

#Wiebesje

#Wiebesje

Er was eens een staatssecretarisje dat de puinhoopjes bij de belastingdienst zou opruimen. Met veel bravoure ging het kereltje aan het werk, vooral verbaal. Praatje na praatje. Waar Piet Hein bekend staat om de slogan: ”zijn naam is klein, zijn daden bennen groot”, kwam het staatssecretarisje niet eens tot daadjes van enige omvang, behoudens een regelingetje voor vertrekkende ambtenaartjes bij de belastingdienst met als gevolg dat het een belastingdienstje werd.
Voor vriendjes belemmerde hij de inning van de erfbelasting, opdat een erfenisje weer een erfenis werd. Dan was er nog een ict-netwerkje dat niet wilde functioneren en slechte computertjes, enzovoortjes, enzovoortjes. Maar het #wiebesje lulde zich met steun van zijn vriendjes overal onderuit en werd bij gebleken ongeschiktheid gepromoveerd tot ministertje van economische zaakjes in een volgend kabinetje.

Vanaf dat momentje werd #wiebesje verantwoordelijk voor de gevolgen van de aardbevingen die weer het gevolg waren van de gaswinning. In de woorden van het ministertje: ik hou me bezig met de probleempjes van bevinkjes door gaswinninkjes in een provincietje in het noorden van ons landje. Dank nog voor de honderden miljardjes die we in het Haagje naar binnen hebben getankt.
De bravoure was gebleven en met een bergje aan praatjes beleefde #wiebesje kortstondig het statusje van heldje. De gaswinning zou in 2030 naar nul gaan. Het bestuurdertje wist toen hij dat zei, dat een volgend kabinetje dat weer kon veranderen en dat hij het nu in zijn voordeel kon gebruiken. Niet veel later kwamen de aapjes uit de mouwtjes van het ministertje. De versterking werd stilgelegd en gereduceerd tot minder dan een versterkinkje. Eerst omdat minder gas winnen minder bevinkjes tot gevolg had, vond hij, wilde hij, of wenste hij, dit politicusje. Later waren die argumentjes niet meer belangrijk, immers die paar scheurtjes stelden in de oogjes van het #wiebesje niets voor. Het tempo werd een tempootje en uiteindelijk was niets doen het mottootje.
Daarna werden schadeherstel en schadebehandeling getraineerd met allerlei overbodige en keer op keer herhaalde onderzoekjes uitgevoerd door zinloze adviseurtjes en er werden alweer nieuwe instituutjes bedacht en opgericht. Organisatietjes die alles goed en beter dan ooit zouden aanpakken. Inmiddels hebben veel mensen de strijd opgegeven en zijn ze akkoord gegaan met minimale aanbiedinkjes van het NAMmetje dat volgens toezegginkjes van het ministertje op een afstandje zou worden gezet. Het werd een afstandje binnen grijpbereik, alweer zo’n onwaarheid van #wiebesje. Er zijn bijna 19.000 schadegevallen te behandelen en het ministertje zit er al twee jaartjes. Er verandert niets en er is sinds 2012 niets veranderd. Het staatje, het shelletje en hun vriendjes bruuskeren de rechtsstaat en minimaliseren het voor Groningers tot een minuscuul rechtsstaatje.

Het brutale ventje had de onbeschoftheid om leugentje na leugentje uit zijn mondje te persen tijdens zijn rituele bezoekje na een “bevinkje” in Westerwijtwerdtje op 24 mei. Hij deed al zoveel, hoe kon hij nog meer doen? In het kielzogje van het mannetje liep een ander ministertje mee, het ollongrennetje, die het baasje moet worden van, let wel, alweer een nieuw nog op te richten instituutje voor de versterking. Nog meer uitstel (ik kan hier geen uitstelletje van maken) conform de niet zo kleine wensjes van de maatjes van het ministertje.
Groningen gaat dezelfde weg als de belastingdienst en wordt als het aan ministertje #wiebesje ligt, net zo gesloopt als het belastingdienstje. Op die manier blijft er niet meer dan een Groninkje over. De 417 miljardjes die het Haagje binnen harkte uit Groningen zijn al lang op dus er zijn geen centjes meer voor dat ene lastige provincietje dat weerstand blijft bieden.
Een goede vriend van #wiebesje betitelde het ministertje binnen de kortste keertjes na het bevinkje als “Shit Happens” en hij kon het weten deze Ton. Helaas kan het #wiebesje als ministertje zijn gangetje blijven gaan, omdat in het Haagje niemand geïnteresseerd is Groningen met haar schamele aandeeltje van vijf zeteltjes in het parlementje van ons landje.

Al met al was het een beroerd en bewogen weekje waarin het #wiebesje eerlijk zei wat hij vond en daarvoor later weer zijn niet zo heel oprechte, maar gedwongen excuusjes maakte in een vlogje naast zijn autootje in een bermpje langs een weggetje. We zullen dit ministertje maar niet meer serieus nemen. Meer dan een scheetje in een papieren zakje is hij niet.

Iemand een #wiebesje flikken, betekent voortaan: “veel beloven en niets doen”, of hij is een beetje een #wiebesje, wil zeggen dat je die persoon niet serieus kunt nemen.

 

 

Meander

“#wiebesje: © Meander; Almere; 30 mei 2019.


Grafiek schademeldingen komt van schadedoormijnbouw.nl van de TCMG.


Meer lezen over Groningen en het onrecht dat Groningen wordt aangedaan? Klik HIER.

Vrij vrij in vrijheid

Vrij vrij in vrijheid

vrij                

vrij vrij              

vrij van last                

ongedwongen                

onafhankelijk                  

onbeperkt                 

onbelemmerd              

onbezwaard             

ongebonden               

onbegrensd               


vrij vrij              

vrijelijk              

vrijmoedig

vrijdenkend

vogelvrij

als vrijbuiter

vrij blijvend

voor vrijheid                 


vrij vrij                 

vrijuit            

vrijpostig           

vrijend

op vrijplaats

van vrijheid                


vrij laten

vrij zijn

vrij vrij

in vrijheid

 

 

 

Meander

“Vrij…en…”: © Meander; Almere; 5 mei 2019.  


“Foto ”: © Meander; Meeuw zwevend op thermiek van MS Midsland op de Waddenzee; 1 september 2018.


Meer gedichten over Harte & Ziel? Klik HIER!

Meer vrijheid? Klik HIER!

 

Even is het stil

Even is het stil

even is het stil                  

even maar              

ieder jaar             

even is het stil          

even allemaal             

voor toen

voor nu             

even is het stil

even voor vrijheid

die zij ons gaven

even voor velen

die onschuldig waren

even is het stil

even gedenken

delend het verdriet

even is het stil

even ieder jaar

even maar, maar…

even voor altijd

altijd met elkaar

even is het stil

 

Meander

“Even is het stil”: © Meander; Almere; 4 mei 2019.  


“Foto ”: Internet

 

 

Overgewichtig

Overgewichtig

overwicht                 

onderwicht                    


onderricht                   

door allicht                

‘t eigenwichtig wicht                 

dat overzicht                

overbelicht              


onderbelicht                     

overdicht                 

en wellicht                        

onverricht                  

uit het zicht                     

ontzwicht

 

 

Meander

 

“Overgewichtig”: © Meander; Almere; 28 april 2019.  


“Foto ”: Internet.

Rake Noten

Rake Noten

 

vol verve worden nobele noten gekraakt                            


feilloos de laagste en hoogste tonen geraakt                    


vol vuur rijgt ze harmonisch aaneen                                 


stapelt palet aan klanken opeen                                    


tot overweldigende muziek die je raakt                     

 

 

Meander

 

 

KIJK en LUISTER naar “Feelin’ Good’, gespeeld en gezongen door Jaïnda. Klik HIER.


“Rake Noten”: © Meander; Almere; 5 april 2019.  


“Foto Jaïnda”: © Meander; Almere; januari 2019.


“Video“: © Meander; Almere; januari 2019.

 

Meer gedichten van Meander lezen? Klik dan HIER.

Kutgedicht

Kutgedicht

je kent haar wel, Catharina,                         


ooit een bekende tsarina,
                          


maar onbegrepen door de tsaar,                          


die riep dagelijks tegen haar:                        


‘waarom doe je zo vaag, Ina?’                      

 

Meander

 

Waarom Cathar(Ina) zo vaag deed? Klik HIER om daar meer over te lezen.


Meer gedichten met als thema Hart & Ziel van Meander lezen? Klik dan HIER.

De Kraai

De Kraai

Nerveus en schichtig waren de bewegingen van de in het zwart gehulde straatvogel. Zijn toekomst lag in het verleden en overleven was zijn dagelijkse niet aflatende bezigheid. Op zoek naar eten, en passant speurend naar glimmende muntjes die hij dacht te kunnen gebruiken.

Al speurend dook hij van het perron op het spoor, maar niet na goed te hebben gekeken of er een trein aankwam. Hij pakte de tien eurocent en dacht: beter dan niets. Hij had al drie muntjes weggepakt van het spoor. Muntjes die slordige passagiers van het perron hadden laten vallen. Nog drie perrons, dacht de magere, zwarte, voorovergebogen, straatervaren, donkere gedaante.
Zijn scherpe blik gleed langs de rails. Hij geloofde zijn ogen niet, lag het daar echt? Wat een buitenkans. Scherp om zich heen kijkend of niemand anders het had gezien en er geen bemoeizuchtigen op de kust waren, dook hij nogmaals op het perron. Hij had het goed gezien, een twee-euromunt. De trein had hij niet gezien.

Ternauwernood ontsnapte hij aan de vermorzelende wielen van de intercity die net op gang was gekomen. Hij draaide zich om en zag twee hem zeer bekende mannen van de spoorwegpolitie staan. Hij deed een vergeefse poging om weg te rennen, maar ze hielden hem vast en namen hem mee. Eenmaal in het kantoortje van de spoorwegpolitie doorzochten ze zijn zakken, pakten hem alles af en deden het in een plastic zak waar ze een sticker op plakten met een nummer en een naam. Een van de twee schreef een zinloze bekeuring uit aan een adres van het Leger des Heils, waar de Kraai zelden kwam. Een bekeuring op naam van een vriend die jaren geleden was overleden. Een identiteitsbewijs had hij niet en de spoorwegpolitie dacht inmiddels te weten wie hij was. Dat ze de bekeuring nooit verzonden, omdat het zinloos was, wist de Kraai niet.

Hij was niet ontevreden over de aanhouding, want ze gaven hem een kop koffie en hij kreeg twee oliebollen die over waren van oudjaar. De twee agenten praatten nog even met elkaar en stonden na vijf minuten op. Ze brachten hem naar het plein voor het station en gaven hem het zakje waar zijn spullen in zaten. Beiden glimlachten en de grootste van de twee zei: “Gelukkig nieuwjaar en tot de volgende keer, Kraai.”

De Kraai wiens leven al jaren voorbij leek te zijn, opende het zakje en wilde de spullen in zijn zakken stoppen. Verbijsterd keek hij naar de twee briefjes van tien euro die hem liggend op zijn schamele bezittingen aanstaarden.

 

Meander

 

“De Kraai”: © Meander; Almere; 2 januari 2019.

Foto Kraai op Rails: © Meander; Almere; 5 januari 2019.


“De kraai” is het verhaal van een overlever die zijn toekomst in het verleden heeft achtergelaten. Een kort verhaal, geschreven naar aanleiding van het zien van een man die op zoek was naar geld op de rails.

 

Orgastisch Vuurwerk

Orgastisch Vuurwerk

eindelijk perfect voor elkaar                          


op het moment suprême dit jaar
                           


rollebollend met zijn tweeën
                        


zich helemaal suf gevreeën
                             


kwamen ze klokslag twaalf uur klaar  
     

 

 

Meander

“Orgastisch Vuurwerk”: © Meander; Almere; 1 januari 2019.


“Vuurwerk” het jaarlijkse orgastisch hoogtepunt van testosteron- en adrenalinerijk Nederland voor, tijdens en na de jaarwisseling, terwijl het toch zoveel liefdevoller kan, zoals blijkt in dit korte gedicht.


Meer heftige gedichten/verhalen van Meander? Klik dan op “Betere seks met Frambozen”, of klik op “Vrij(en) in een tent.”

Nieuwjaar?

Nieuwjaar?

boze geesten worden verdreven                         

vanaf klokslag twaalf, middernacht                      

het nieuwe jaar gaan we beleven                      

met veel meer dan ‘t vorige bracht                       


natuurlijk moeten we feesten en dansen                   

omdat leven die adem nodig heeft                       

samen vieren we alle nieuwe kansen                    

die het nieuwe jaar ons hopelijk geeft                  


keihard knalt het vuurwerk al jaren

vele kinderen die dagelijks sterven                 

nieuwjaar brengt voor hen geen bedaren

dichter wil uw feest van hoop niet bederven


maar sta soms stil bij een harde knal                  

voor hen gaat het om dood of leven

vier het feest en dans en leef vooral                     

zullen zij nieuwjaar nog beleven?


de vluchtelingen in Nederland

hoe ervaren zij deze traditie?

ontvluchtten de oorlog in hun land

horen het ontploffen van munitie                  


dichter wenst u een bijzonder jaar

als het lukt, graag iets meer met elkaar                           

 

Meander

“Nieuwjaar”: © Meander; Almere; 31 december 2018.


“Nieuwjaar”, een gedicht over viering van jaarwisseling en verwelkoming van het nieuwe jaar, maar niet zonder het besef dat in Jemen in 3 jaar bijna 100.000 kinderen stierven, omdat we niet willen ingrijpen. Niet ingrijpen om onze belangrijke, economische en terroristische ‘vriend’ Saoedie-Arabië niet te schofferen.
Geschreven mede naar aanleiding van de toename van het gebruik van zwaar, illegaal, gevaarlijk vuurwerk door mensen die geen idee hebben van wat het doet met vluchtelingen die een oorlog zijn ontvlucht.

Puppy Love

Puppy Love

 

a cute, naive puppy in Liverpool


loved a kitten, the bloody fool


the kitten quite clear


said: “listen my dear,


I fancy tomcats, they’re sooo cool”

 

 

Meander

“Puppy Love”: © Meander; Almere; 29 december 2018.

Onverleden vrede

Onverleden vrede

jij, bijna geboren

naar leven gestreden

strijd verloren

mooi wonderkind

voor jou geen heden


kind van geen nacht

‘t lijkt zo lang geleden

liefde die je bracht

maar jij, ongebleven

zomaar weggegleden


mijn hart zegt, ik ken je

 jij tedere vrede

in onze harten ben je

genesteld als

eeuwig onverleden

 

  

Meander

“Onverleden Vrede”: © Meander; Almere; 21 december 2018.


Luierpark Almere
, een gedenkplek voor (on)geboren en overleden kinderen. 

Het Kerstpakket

Het Kerstpakket

In Amersfoort woonde een meisje van 13 jaar. In de Amersfoortse courant las ze het volgende bericht: ‘Kent u iemand die  een kerstpakket goed kan gebruiken, geef dan de naam door aan de Amersfoortse courant.’
Het meisje wist dat er in haar buurt een weduwe met jonge kinderen woonde die het niet breed had. In de winter liepen de kinderen in zomerkleren en in plaats van met maillots, liepen de meisjes met blote benen en hadden ze kniekousen aan.
Het meisje gaf de naam van dat gezin door aan de krant. Niet lang nadat de kerstpakketten bezorgd waren, werd er aangebeld bij het huis van het meisje. Een medewerker van de krant gaf haar een cadeautje en bedankte haar voor de tip. De jongeman zei dat het kerstpakket goed terecht was gekomen.

Vele vele jaren later klonk op een woensdagavond tegen zes uur de deurbel. Het meisje was inmiddels drieënzestig jaar en oma van drie kleinkinderen. Ze leefde van een uitkering en spaarde met veel moeite om haar kleinkinderen een cadeautje te kunnen geven. Toen ze open deed stond een bezorger van de post op haar stoep met in zijn handen een kerstpakket. De vrouw dacht dat het voor een van haar buren was die niet thuis waren. Ze vroeg voor wie het pakket bestemd was.
“Voor u”, zei de bezorger.
“Nee hoor”, zei de vrouw, “ik verwacht niets.” Een werkgever die haar een kerstpakket gaf, was verleden tijd.
De postbezorger noemde haar naam en vroeg of het klopte.
“Dat ben ik”, zei de vrouw.
“Dan is dit toch echt voor u”, zei de bezorger. Ze nam het pak aan en ging naar binnen.

Nog steeds verbaasd over het onverwachte geschenk, opende de vrouw het pakket in de hoop een aanwijzing te vinden over degene die haar dit gestuurd had. In het pakket vond ze een kerstgroet en een briefje waar op stond dat de gever anoniem wenste te blijven, maar dat ze blij was dat ze na vijftig jaar iets terug mocht doen. De ogen van de vrouw werden vochtig en het meisje van dertien in haar keerde in gedachten terug naar toen.


Ik wens iedereen een liefdevolle kerst samen met familie en vrienden. Vergeet niet te denken aan en te doen voor hen die alleen zijn, of die het niet zo breed hebben.

Ellen Eilbracht

 

 

Paradox

Paradox

evenwicht uit balans                         

als geschonden perfectie                       

in uitersten samenkomt                            


danser boven drager                      

en dragende danser                             

die voetstuk maakt                         


als energie verbindt                             

verbreekt en verbindt                         

via begin van uiteinden

 

paradox

 

 

Meander

 

“Paradox”: © Meander; Almere; 22 december 2018.


Bronzen sculptuur van twee handen: © Bruce Nauman.


Meer weten over Bruce Nauman? Klik dan HIER.


Voor het bekijken van meer “Incredible Bronze Hand sculptures by Bruce Nauman”, klik HIER.


“Paradox” is een directe impressie, geschreven in luttele minuten na het zien van dit beeld. Is wat je ziet ook echt wat je denkt dat het is?
Welke al dan niet schijnbare ongerijmdheden zijn in deze prachtige sculptuur gevangen? Meander zag een meervoudige, mogelijk onoplosbare paradox.


Meer gedichten van Meander lezen? Klik dan HIER.

Klimaatdictaat

Klimaatdictaat

Het foute klimaatdictaat is de nieuwste schande van Nederland. Het bedrijfsleven gesteund door de vier politieke partijen die regeren, legt de rekening van de verduurzaming volledig bij de gewone Nederlander.

Dat energie geld kost en duurzame energie ook, kan geen discussie zijn. De lasten om de verduurzaming te betalen worden echter wederom oneerlijk verdeeld. Met name de inkomens tot 50.000 euro per jaar worden het meest belast. Er wordt geschermd met teruggaven aan het einde van het jaar, maar eerst gaan de kosten fors omhoog. Na een paar jaar wordt die teruggave natuurlijk afgeschaft.

Wie zijn de voordeelplukkers? Dat zijn zoals altijd bij dit kabinet met daarin een prominente rol voor de VVD, de grotere bedrijven. Die profiteren niet alleen van alle nieuwe en extra werkzaamheden om de transitie te realiseren, maar ze hoeven ook niet mee te betalen.
Een slap bonus- malusstelsel dat per saldo geen effect heeft voor het gehele bedrijfsleven, moet de grote vervuilers aanzetten tot verduurzaming. Dat gaat niet gebeuren. Alle afspraken die tot nu toe zijn gemaakt met de grootste vervuilers zijn niet nagekomen.

Het bedrijfsleven betaalt een fooi voor de energie die ze gebruiken. Het gevolg is dat de energielasten van de burger sinds jaar en dag onnodig te hoog zijn. De energiebedrijven moeten hun geld nu eenmaal ergens vandaan halen. Kortom, de consument subsidieert het bedrijfsleven voor de energiekosten. En die lasten worden nog hoger voor de gewone burger.

Als de energiekosten van bedrijven niet verdrievoudigd worden , zullen ze geen enkele reden hebben om over te stappen op groene en goedkopere energie. De grote vervuilers en in hun kielzog de andere bedrijven, zullen een overstap jarenlang traineren en weigeren. Het betalen van de boetes is goedkoper dan meewerken voor de grote klimaatvernielers. Er is geen enkele financiële prikkel om mee te werken aan de verduurzaming van de eigen onderneming.
Wat die bedrijven wel doen, is in hoog tempo de duurzame energiemarkt veroveren. Het gevolg is dat duurzame energie voor huishoudens niet meer goedkoper is, maar duurder wordt.


Verkiezingen provinciale staten en indirect voor de Eerste Kamer

Bij de VVD is het feest en zijn ze op zoek naar talloze nieuwe kamerleden. De zittende kabinetsleden en kamerleden hebben zich met hun beleid verzekerd van een goed betaalde baan bij een van de door hen gesponsorde bedrijven. En D66, CDA en Christenunie? Die partijen verloochenen zichzelf, hebben geen oog voor het volk en drijven, samen met de VVD, de kiezer in de armen van partijen die ontkennen dat er een klimaatprobleem is.

Als u van uw kinderen en kleinkinderen, ja zelfs achterkleinkinderen en al uw toekomstige nakomelingen houdt, dan weet u wat u te doen staat in maart. Stem op die partijen die hebben aangetoond het milieu, het klimaat en de portemonnee van de burger serieus te nemen. Niet langer op leugens stemmen. Stem niet op lieden die de toekomst van uw nageslacht vernietigen ten behoeve van eigen kort gewin. U kunt er wat aan doen, wanneer u op 20 maart in het stemhokje staat.

Er is géén klimaatakkoord. Er dreigt een klimaatdictaat. En dan?

 

 

Meander

“Klimaatdictaat”: © Meander; Almere; 21 december 2018.


Milieubeweging stapt uit VAAL klimaat”akkoord”.


Milieuclubs tekenen klimaat”akkoord” niet

Was het maar geen kerst?

Was het maar geen kerst?

Doelloos liep Lenie door de volle winkelstraten van het stadscentrum. Het zou haar vijfde kerst zonder Tom worden. In het begin had ze, zei het moeizaam, kerst gevierd met vroegere buren, met vrienden en zelfs een keer in Enschede bij een tante, haar enige overgebleven familielid. Iedere keer als ze thuis was gekomen van die drukke dagen, voelde ze zich meer alleen dan ooit. Het was gezellig geweest, maar ze beleefde het niet echt. Ze was gegaan, omdat ze was uitgenodigd. Vorig jaar had ze alle uitnodigingen afgeslagen, zo ook dit jaar.
Lenie was een rijzige vrouw met donker haar en donkerbruine ogen. Haar oma was een Indonesische die met haar opa was getrouwd toen deze vanaf 1936 als majoor van het Nederlandse leger diende op Java. Ze zag er veel jonger uit dan je zou verwachten.

De muziekkapel van het Leger de Heils stond voor de Hema en speelde er lustig op los. Het ene kerstlied na het andere schalde door de straten van het centrum over de hoofden van de schuifelende, koopgrage massa. Voor de muzikanten stond de bekende driepoot met de ketel waar men een donatie in kon doen voor het kerstfeest van anderen. Lenie aarzelde, maar bleef even staan. Ze luisterde naar ‘Stille nacht’ en ongewild liep er een traan over haar rechterwang. Ze veegde het weg, pakte vijf euro en stopte het biljet in de ketel. Voor ze haar weg vervolgde, bleef ze nog een tijdje staan om te luisteren naar ‘White Christmas’ en naar ‘Jingle Bells’, het favoriete nummer van Tom.

Wat kom ik hier eigenlijk doen, dacht Lenie toen ze weer door de winkelstraten slenterde. Was het maar geen kerst. Ik hoef niets te kopen, ik heb geen afspraken tot begin januari, niemand krijgt van mij een cadeautje en niemand geeft mij een cadeautje. Ze liep terug via een andere straat en kwam langs boekhandel Stumpel. Lenie liep de boekhandel binnen en keek op verschillende tafels. Ze las graag en overwoog zichzelf een boek cadeau te doen. Ze zag een trilogie van een haar onbekende schrijver liggen. ‘Een psychologische thriller over vijf vrouwen’ stond op een bord achter drie stapels boeken. De omslagen van de boeken waren op de kleur na gelijk. In oplopende intensiteit waren de letters en silhouetten op de omslagen lichtrood tot dieprood gekleurd. Het complete setje koste bijna veertig euro. Dat vond Lenie erg duur, maar om een of andere reden stapte ze over dat bezwaar heen en pakte ze een complete trilogie.

Voor de kassa stond een lange rij. Na tien minuten wachten stond ze nog steeds op dezelfde plek. De andere rijen gingen veel sneller, omdat de man die vooraan hun rij stond een gesprek was begonnen met de jongedame achter de balie. Het jonge, nerveuze meisje wist niet hoe ze de man duidelijk moest maken dat er mensen stonden te wachten en keek wanhopig naar haar collega’s, maar die hadden het te druk met hun eigen werkzaamheden.
Lenie zag het, liep naar voren, tikte de man op de schouder en zei toen deze zich omdraaide: “Excuus, meneer, er staat een lange rij achter u. Wilt u alstublieft afrekenen?”
De man keek haar verbaasd aan, aarzelde even en vroeg haar toen: “Lenie? Lenie Schouwaert?”
Om te voorkomen dat het gesprek van de man met de jongedame zich naar haar verplaatste en de rij nog langer zou worden opgehouden, zei Lenie: “Ja. Wilt u afrekenen, dan spreek ik u straks.” Wie is die man?, dacht ze terwijl ze terugliep naar haar plek in de rij.

Lenie kreeg bedankjes van enkele mensen voor haar kordate optreden. Ze zocht na haar trilogie te hebben aangeschaft naar de voor haar onbekende man, die haar blijkbaar kende. De man zat met een vrouw in het koffiebarretje van de boekhandel. Hij stond op toen ze dichterbij kwam. “Lenie Schouwaert”, zei hij. “Ongelofelijk na al die jaren.” Hij omhelsde haar ongevraagd en zoende haar op beide wangen. Met een ruim handgebaar wees hij naar de vrouw. “Ken je Malou nog?”
Lenie keek beduusd van de een naar de ander. “Dag, Malou”, zei ze voorzichtig. “Jou herken ik nog”, zei ze, “maar wie ben jij dan?”, vroeg ze aan de man.
“Thomas Boersma. Herken je mij niet meer?”
Het was alsof Lenie een klap in haar gezicht kreeg. Thom en Tom, het populaire duo op de middelbare school dat van alles uitvrat en zonder enige zichtbare inspanning geslaagd was voor het vwo. Haar eerste liefde was deze Thomas geweest, maar na een paar maanden had Thomas het uitgemaakt en was Tom als vanzelfsprekend op haar pad gekomen. Ze liet zich op de dichtstbijzijnde stoel zakken. Tranen biggelden over haar wangen, omdat haar Tom op slag indringend aanwezig was.
Thomas wist even niet wat hij zeggen moest, maar Malou stond op, ging naast Lenie zitten, deed haar arm om diens schouder en vroeg: “Wat is er, Lenie. Waarom huil je?”
“Ik weet het niet”, snikte Lenie, die een zakdoek pakte, haar tranen droogde en langzaam weer rustig werd. Ze keek naar Thomas en zei: “Je ziet er zo anders uit, maar nu ik het weet herken ik je weer. Thomas wees op zijn verweerde gezicht, wees op zijn baard en zei: “Grijs, oud en een baard, dus zo eenvoudig is het niet om mij te herkennen.” Malou en Lenie lachten.
Malou zei: “Ik herkende hem eerst ook niet hoor.” Malou was klein, leek fragiel, maar was dat geenszins. Ze liep ieder jaar een aantal halve marathons en was trainer bij de plaatselijke atletiekvereniging.

Daar zaten ze, drie klasgenoten van de middelbare school die samen de laatste jaren van het vwo hadden doorlopen.
“Zijn jullie met elkaar getrouwd?”, vroeg Lenie onzeker.
Thomas lachte en zei: “Nee hoor. Malou en ik zijn elkaar tien minuten geleden tegengekomen en vlak daarna zag ik jou. Wat een merkwaardig toeval.”
“Woon je hier?”, vroeg Malou?
Lenie zei: “Al dertig jaar.”
“Dat kan niet”, zei Malou. “Ik woon hier eenentwintig jaar en heb je nog nooit gezien.”
“En ik woon hier drieëndertig jaar”, zei Thomas.
“Er wonen veel mensen en het hangt er maar vanaf waar je woont”, zei Malou. Ze bleken elk in een ander deel van de stad te wonen. De verwondering over het toeval maakte plaats voor hetgeen ze samen deelden.

Herinneringen die werden opgehaald, buitelden over elkaar heen. Ze bestelden een tweede en een derde koffie. Om deze kleine reünie te vieren, namen ze boterkoek bij de derde koffie. Thomas vroeg naar Tom en was ontdaan toen hij hoorde dat die meer dan vier jaar geleden was overleden. Hij vertelde dat zijn man vorig jaar was overleden.
“We zitten alle drie bijna in hetzelfde schuitje”, zei Malou. “Ik ben zeven jaar geleden gescheiden en sindsdien alleen.”
Lenie vroeg wat ze met kerst deden. Ze schrok van haar vraag, maar Thomas en Malou keken er niet van op. Thomas ging de eerste kerstdag naar zijn broer en had de tweede kerstdag geen afspraken. Malou had beide dagen al afgesproken. De eerste kerstdag met haar gezin. Ze had drie kinderen en vijf kleinkinderen. Tweede kerstdag zou ze met haar buren vieren.
“En jij?”, vroeg Malou aan Lenie.
Lenie zei: “Ik ga nergens naar toe. Het lukt me niet zonder Tom. De eerste drie jaar ging ik op alle uitnodigingen in om  maar niet alleen te zijn, maar dat voelde niet goed.”
“Ik heb een idee”, zei Malou, die net als vroeger overal oplossingen voor had en steevast de leiding nam.

Tweede kerstdag werd een geweldige dag. Van ‘s morgens vroeg tot ‘s avonds laat waren ze bij Malou. Ze gingen samen naar de winkel, deden inkopen, deelden de kosten, liepen elkaar te verdringen in de keuken en hadden veel plezier. Het was net alsof ze weer op school zaten.
Malou had haar buren niet afgezegd, maar ze uitgenodigd om er bij te zijn. Ze waren veel jonger dan de drie klasgenoten, maar daar merkte je niets van. Antoinette die links van haar woonde en Geert die aan de andere kant woonde, kenden elkaar van het conservatorium. Geert speelde piano en vroeg of hij op Malou’s piano mocht spelen. Antoinette zong en speelde viool. De prachtige muziek die ze ten gehore brachten, werkte aanstekelijk. Halverwege de avond zongen ze met zijn vijven het ene na het andere kerstlied en genoten allen van een onverwachte en bijzondere tweede kerstdag.
Het drietal sprak af de jaarwisseling bij Thomas te vieren en ze spraken af elkaar wekelijks op woensdag- morgen te ontmoeten in Book & Boon, de koffiebar in de boekhandel waar ze elkaar teruggevonden hadden.

 

Meander

“Was het maar geen kerst?”: © Meander; Almere; 15 december 2018.

“Foto Stumpel”: © Meander; Almere; 15 december 2018.


“The best Christmas (we’ve ever had)”


Andere kerstverhalen van Meander? Klik dan HIER voor “Altijd Kerst” of klik op “Chadi en de Kerstman.”

 

Ongedwongen

Ongedwongen

vrijheden worden geëist                          

vrijheden zijn geborgd                         

vrijheden om te geloven                         

te beleven tijdens leven                            

vrijheden om te hopen                          

te geloven in iets                        

nu en na het leven                             


rechten worden geclaimd

op grond van vrijheden

vrijheden worden ontnomen

op grond van vrijheden

misbruik wordt gepleegd

misbruik van macht                       

misbruik van mensen

op grond van vrijheden

misbruik van vrijheden


wat is godsdienstvrijheid

als wie vrijheid heeft

het een ander niet geeft

wat is vrijheid

als ze waanzin wordt

uit angst voor het niets

na het leven


behoud met vrijheid

de waanzin van geloof

voor uzelf

laat anderen hun vrijheid

zonder geloof

ongedwongen

 

Meander

 

“Ontketend”: © Meander; Almere; 2 december 2018.


Gelijke behandeling en discriminatieverbod in Grondwet. Klik dan HIER.


Vrijheid van meningsuiting in de Grondwet? Klik dan HIER.


Vrijheid van godsdienst in de Grondwet? Klik dan HIER.

Vrijheid of Waanzin

Vrijheid of Waanzin

vrijheden worden geëist                          

vrijheden zijn geborgd                         

vrijheden om te geloven                         

te beleven tijdens leven                            

vrijheden om te hopen                          

te geloven in iets                        

nu en na het leven                             


rechten worden geclaimd

op grond van vrijheden

vrijheden worden ontnomen

op grond van vrijheden

misbruik wordt gepleegd

misbruik van macht                       

misbruik van mensen

op grond van vrijheden

misbruik van vrijheden


wat is godsdienstvrijheid

als wie vrijheid heeft

het een ander niet geeft

wat is vrijheid

als ze waanzin wordt

uit angst voor het niets

na het leven


geniet uw vrijheid

zonder waanzin

laat anderen hun vrijheid

hun eigen zin

 

Meander

“Vrijheid of Waanzin”: © Meander; Almere; 27 november 2018.


Godsdienstvrijheid, of godsdienstwaanzin. Als waanzin de vrijheid claimt en uw vrijheid wordt beknot, omdat u tolerant moet zijn voor de intoleranten. Of… wordt de vrijheid gebruikt om waanzin te voorkomen en vrijheid te verspreiden?
Laat iedereen de vrijheid om te denken, te geloven en te voelen wat hij of zij wil, zonder dat hij of zij verwacht, eist, bevecht en afdwingt dat een ander dat ook doet en zonder dat wie dan ook moet leven volgens door een geloof bedachte regels. Niemand hoeft te geloven, maar dat schijnt bij fundamentalisten en intoleranten geen grond te hebben. Vrijheid is er nimmer om die van een ander te beknotten.


Gelijke behandeling en discriminatieverbod in Grondwet. Klik dan HIER.


Vrijheid van meningsuiting in de Grondwet? Klik dan HIER.


Vrijheid van godsdienst in de Grondwet? Klik dan HIER.

De pornokijker

De pornokijker

Bert lag achterover op zijn bed, reikte naar de afstandsbediening, vloekte toen hij er niet bij kon, kwam overeind, pakte de afstandsbediening, ging weer liggen en bewoog zijn vingers over de toetsen om naar een andere film te zappen. Met zijn andere hand voelde hij even naast zich. Lotte zuchtte en zei: “Schiet op, ik heb geen zin om te wachten.” Ze pakte hem gevoelig beet en kneep even.
“Au, kreng”, riep Bert, waarna hij hard lachte. Hij zocht even in de lijst en koos een van de nieuwste films. De titel van de film was “Grijp je kans.” Hij klikte op OK en zonder een aanloop begon de film direct met een heftige vrijpartij. Ze zagen de rug van een flinke vrouw met lang, roestbruin haar die heftig op en neer bewoog, gezeten op een grote, gezette man. De man en vrouw leken intens met elkaar verbonden. Beeld en geluid ondersteunden die veronderstelling.

Bert was zo verslaafd aan pornofilms dat hij nagenoeg altijd dergelijke films aan had staan, of hij nu aan het klussen of schoonmaken was, koffie zat te drinken of aan het eten was. De geluiden van zijn verslaving vulden de woning, vooral als zijn vrouw niet thuis was.

Al kijkend bewoog Bert zijn vingers over het lichaam van Lotte. “Kun jij dat ook?”, vroeg hij, terwijl hij haar langzaam en zacht opwond.
“Kom maar op”, zei ze. “Maar wel een kwartslag draaien, anders zie ik de film niet.” En zo geschiedde.
De vrouw in de film was achterover gaan liggen. Het enige wat je van haar zag, is niet geschikt om hier te beschrijven. De ene na de andere man dook op haar. Ondertussen deden Lotte en Bert verwoede pogingen om hetgeen zich op het scherm afspeelde, na te bootsen. “Wat een gave film”, brulde Bert. Hij draaide Lotte om en dook bovenop haar.

Na enige tijd zat de dame in de film op haar knieën en begon de zoveelste man aan zijn kans. Ze kreunde amechtig, zuchtte overdreven en leek er maar niet genoeg van te krijgen. Bert en Lotte hadden het moeilijk om de acties in de film te volgen en te imiteren, omdat er vaak en snel werd geschakeld. Toen ze bekaf waren, namen Lotte en Bert een pauze. Ze legden alle kussens achter zich. Bert liep even naar de keuken. Even later keken ze verder naar de fysieke verwikkelingen op het scherm, terwijl ze een biertje dronken en chips aten.

De vrouw in de film klom weer op een man en ging tekeer als een dolle. Plotseling draaide ze zich om en keek recht in de camera. Bert verslikte zich in zijn chips, hoestte, schreeuwde en keek verbijsterd naar het scherm. Lotte keek hem aan, klopte hem op zijn rug en vroeg: “Wat is er?”
“Dat is verdomme Ans, mijn vrouw. Ik dacht dat ze naar de plattelandsvrouwen was. Dit pik ik niet.”

 

Meander

 

Meer verhalen om in de war van te raken? Klik dan op Dating via Facebook en dan?” of klik anders op “Vrijen in een tent.”

Overgeleverd aan de Overheid

Overgeleverd aan de Overheid

Groningers worden overgeleverd aan de willekeur, grillen en belangen van de overheid. Het wijzigen van de mijnbouwwet heeft maar één doel, het uitschakelen van de privaatrechter.

Als het kabinet zijn zin krijgt, wordt aan alle Groningers met aardbevingsschade definitief een kans op onafhankelijk recht ontnomen. Nu de gaswinning mogelijk op een eind loopt en in 2030 waarschijnlijk naar nul gaat, maar de schade nog jaren en jaren door zal gaan, wil de overheid af van het recht van de Groningers om hun schade te claimen bij de privaatrechter. Waarom? Dat is een goede vraag. Waarom zou de overheid dat willen?

De successen van bijvoorbeeld Leny en Hiltje Zwarberg, of de familie Ubels-Heite, zijn te danken aan het privaat recht. In het geval van Leny en Hiltje Zwarberg gaat het om duidelijke uitspraken van de rechter die evenzo kunnen gelden voor alle anderen. Met of zonder omgekeerde bewijslast is het evident dat wie schade veroorzaakt, die schade moet vergoeden. In het geval van de familie Ubels-Heite heeft het privaatrecht en de op grond daarvan veroorzaakte druk op de NAM geleid tot een schikking. Een schikking, mede gebaseerd op de wens van Albert Ubels en Annemarie Heite om hun leven terug te willen. En er zijn veel meer individuele en collectieve successen.

Waarom wil de overheid er dan vanaf? De overheid wil er vanaf, omdat scheiding der machten via het privaatrecht het beste tot uiting komt en de overheid geen invloed heeft op de uitspraken van de privaatrechter, tenzij ze de wet verandert. En dat is nu precies wat de regering wil. De wet veranderen, omdat de schadevergoedingen en versterkingen kunnen oplopen tot “ongewenst” hoge bedragen en de regering weinig instrumenten heeft om dat te voorkomen.
Na ruim 50 jaar gaswinning en bijna 300 miljard euro baten voor de rijksoverheid, wil de regering de versterking en schadevergoeding regelen via het publiek recht en op die manier beperken.

Er zijn mensen, zelfs deskundigen, die dat een goede weg vinden. Dat de overheid sinds augustus 2012 (aardbeving Huizinge) nauwelijks iets teweeg heeft gebracht, geen enkele afspraak over versterking van woningen heeft gehaald (bij lange na niet), wachtlijsten niet weg heeft kunnen werken en er van enige voortgang of versnelling geen sprake is, is de voorstanders van een publieke regeling ontgaan. Zij beroepen zich op het regelmatig gepresenteerde goede nieuws dat vervolgens in de praktijk weliswaar tot niets leidt, maar daar verdiepen ze zich niet. Ze nemen niet waar dat het aan uitvoering schort.

Alle oude schadegevallen moeten worden afgehandeld, maar dat gaat niet snel genoeg vindt minister Wiebes. Vanwaar die haast? Vanwaar de intimiderende druk die de NAM toepast? Het antwoord is simpel. Lopende zaken vallen niet onder een gewijzigde wet. Hetgeen nogmaals aantoont dat het wijzigen van de wet geen ander doel heeft dan de kosten van herstel en versterking te beperken.

De heer Wiebes (minister van Economische Zaken) heeft veel, heel veel beloofd, maar er is helemaal niets van gerealiseerd tot op heden en het lijkt er niet op dat zijn beloftes waar zullen worden gemaakt. Een van die beloftes is volstrekte onafhankelijkheid, hetgeen bij een publieke behandeling van de schademeldingen en versterkingen niet met droge ogen kan worden volgehouden. In de praktijk blijkt dat de NAM, die zich nergens meer mee mag bemoeien behalve met gaswinning, zich overal mee bemoeit en altijd ten nadele van de slachtoffers van de gaswinning in Groningen. Men is niet in staat om de benodigde versterking te organiseren en derhalve wordt de onafhankelijkheid uit het raam gegooid door adviseurs die met de NAM samenwerkten, of medewerkers van het CVW in te schakelen. Ondertussen wil men van de contra-expertise af.

Op een gehaaide manier worden de Groningers weer in het pak genaaid door een volgende minister en de door hem aangestelde, ja-knikkende paladijnen. Maatschappelijke organisaties die formeel niemand vertegenwoordigen en democratisch niet controleerbaar zijn, maar om onbegrijpelijke redenen altijd weer meegaan met de rijksoverheid, worden gebruikt als legitimatie. Bestuurders van diverse gremia lopen mee en worden beloond met een pot geld van 1,15 miljard euro die kan worden besteed aan overigens belangrijke projecten voor Groningen.

Henk Kamp zei al tegen de benadeelde Groningers en tegen de Tweede Kamer dat een gang naar de rechter moest worden voorkomen (Follow The Money; 3 augustus 2016). De mogelijkheid tot een gang naar de rechter werd gebruuskeerd, hetgeen geheel in strijd is met de uitgangspunten van ons recht. De overheid dient de toegang tot de rechter te bevorderen en niet te belemmeren. De verzekeraars willen Groningers die nog geen rechtsbijstandsverzekering hebben, nog steeds niet verzekeren. Zelfs de provincie Groningen is niet bereid om een fonds ter beschikking te stellen voor mensen die wel willen/moeten procederen, maar dat niet kunnen betalen.

Er is maar een weg om te winnen voor de Groningers en dat is de gang naar de privaat rechter, ongeacht een wetswijziging. Het selectief, regionaal uitschakelen van die delen van het Burgerlijk Wetboek die over schadevergoeding gaan, is in strijd met gelijke behandeling. Het is aan de Tweede Kamer en de Eerste Kamer om de foute (gelegenheids) wijzigingen van de Mijnbouwwet te voorkomen.

De regering kan en zal er alles aan doen om te voorkomen dat de begroting te zwaar wordt belast met consequenties van fouten uit het verleden en het heden. Die rekening wordt bij de Groningers neergelegd. Geld is belangrijker geworden dan recht en gelijkberechtiging. De trias politica wordt sluipend afgebroken en de Groningers worden overgeleverd aan de overheid, zonder enige zekerheid.

 

 

Meander

“Overgeleverd aan de Overheid”: © Meander; Almere; 3 november 2018.
Ultieme Liefde

Ultieme Liefde

Ze keek naar buiten vanuit haar riante appartement op de begane grond van de voorste van een drietal flats aan het water, wachtend op het vervolg van het gesprek met de schrijver over “Almere Mijn Thuis” voor Suburbia.
Louise Gregoire was gelukkig in en met haar woning. Uitzicht over het IJmeer, een strandje aan de achterkant, talloze konijntjes in het gras en stilte. Een rustplek in haar huidige bestaan al hield ze er niet van om langer dan een dag alleen te zijn.
Ze was een uur geleden thuis gekomen van de golfbaan, waar ze haar mannetje stond, of… moet je tegenwoordig vrouwtje of mensje zeggen? Omdat het haar te lang duurde tot de schrijver arriveerde, liep ze naar buiten om te kijken waar hij bleef.

De schrijver kwam en keek naar Louise die hem stond op te wachten. Hij had haar een week eerder al gesproken.
Fragiel en sterk, kwetsbaar, maar hard voor zichzelf. Verdriet en blijdschap ineen. Een mooie vrouw met een impressief, getekend gelaat. Tekening, niet van ouderdom, maar door levenservaring en een voortdurend actief leven. De witte, af en toe zacht dansende haren, bekroonden haar karaktervolle gezicht. Louise’s blik zei genoeg. Ze wilde praten, vertellen, delen en meedoen.
De charmante tongval van de tachtigjarige Zuid-Limburgse en haar zorgzame gedrag droegen er toe bij dat de verteller niet anders kon dan vanaf het eerste moment van haar houden. Wat een mooi, lief en bijzonder mens.

Ultieme
Dans

Ze liepen naar binnen.
“Wil je koffie, thee of iets anders?” vroeg Louise.
“Thee, alsjeblieft”, was zijn antwoord.
Louise liep naar de keuken.
De schrijver keek om zich heen. Hij zag stilistische, abstracte beelden en enkele schilderijen die Louise had gemaakt. Geduld en intensiteit spraken uit de verschillende werken.

Louise kwam met twee bekers naar de keukentafel. De bekers waren gevuld met heet water en een theezakje. Toen ze vond dat de thee sterk genoeg was, probeerde ze met haar zogenaamde vuurvaste vingers de theezakjes er uit te wippen. Eentje stribbelde meermaals tegen, dus daar kwam na een aantal vergeefse pogingen een lepeltje aan te pas.

Het gesprek dat ze voerden was niet alleen in tekst, maar ook in vorm en interactie een vervolg op het eerste gesprek. Ze hadden elkaar zoveel te vertellen en de ontmoeting bleek veel meer te zijn dan een interview voor een goed verhaal. Het gesprek golfde op en neer en ze sprongen van de hak op de tak, maar een verhaal was het en een verhaal werd het.

Louise is een meisje uit Geleen, geboren in 1938, vlak voor de oorlog. Via vele omzwervingen kwam ze met haar man in Almere terecht. Omzwervingen die vanaf 1977 te typeren zijn met de quote “Het bier achterna”, maar dan anders dan de lezer wellicht in eerste instantie zou denken.
Louise vertelde dat ze sinds 2001 in dit appartement woonde. In 1994 was ze met Peter, haar man, naar Almere verhuisd, omdat hij een internationale functie kreeg bij Heineken en derhalve vaak vanaf Schiphol naar ergens in Europa moest vliegen om brouwerijen te bezoeken.
Ze gingen in de Stedenwijk van Almere wonen. Helaas overleed Peter op jonge leeftijd in 1998. Ze woonden toen drie-en-een-half jaar in Almere. Na nog eens drie-en-een-half jaar verkocht Louise het huis in de Stedenwijk en verhuisde naar het comfortabele appartement vlakbij jachthaven Marina Muiderzand.

Ultieme
Staatsmijn Maurits

Peter werkte vanaf zijn vijftiende ondergronds in Staatsmijn Mauritste Lutterade. Van meet af aan doorliep hij cursussen om hogerop te komen. Hij voldeed zijn dienstplicht als marinier en keerde daarna terug naar Staatsmijn Maurits
In 1964 leerden Louise en Peter elkaar kennen tijdens een autorally. Exact een jaar later werd er getrouwd. Louise werkte toen in een boekhandel in Geleen. Omdat ze in haar ogen niet snel genoeg zwanger werd, begon ze aan een opleiding voor schoonheidsspecialiste.

In 1967 werd Peter opzichter in de Staatsmijn, maar in dat zelfde jaar werd Staatsmijn Maurits als eerste mijn gesloten, tot grote opluchting van Louise.
Na de sluiting van de mijn kreeg Peter het aanbod van Staatsmijnen om werktuigbouwkunde te gaan studeren aan de HTS. Een kans die hij met beide handen aangreep. In die tijd woonden ze in Geleen. De omscholing duurde twee jaar. Het beviel Peter zo goed dat hij naar de TH in Eindhoven ging om verder te studeren. Louise opende in die tijd haar schoonheidssalon in Geleen. De opleiding tot schoonheidsspecialiste was zo effectief dat ze zwanger werd. In 1970 werd hun zoon geboren.

Het stel verhuisde in 1973 naar Brummen. Toen Peter anderhalf jaar later een baan kreeg in Emmen, verhuisden ze naar het Drentse Borger. De schoonheidssalon werd eerst voortgezet in Brummen en daarna in Borger. In Geleen liep de salon als een tierelier, maar in Brummen en Borger kwam die niet echt van de grond. Toen Louise veel later in Nigeria de enorme verschillen zag tussen de weelde van de salon en de armoede daar, besloot ze definitief te stoppen met haar werk als schoonheidsspecialiste. Niet dat daardoor iets veranderde, maar voor haar gevoel vond ze dat het niet klopte.

In 1977 kreeg Peter een betrekking bij Heineken. Zo begon een tijd waarin het stel dan weer hier en dan weer daar woonde. Na Borger woonden ze eerst in Lagos de hoofdstad van Nigeria en vervolgens in Odoorn, Helvoirt, Burlington (Canada), Singapore en Noordwijk. Zeventien jaar later, vanaf september 1994 woonden ze in Almere.
Hun reislust werd door al deze avonturen gestimuleerd en ze bezochten in hun vakanties zo’n veertig landen over de gehele wereld. Louise is ook na 1998 nog vaak op reis gegaan, zoals naar Antarctica, wat een heilzame vakantie was voor geest en lichaam.

“Peter is veel te vroeg overleden”, zei Louise tegen de schrijver. Het verdriet en het gemis sloegen diepe wonden en lieten voelbare littekens na. Nog steeds, zoals meermaals blijkt uit haar woorden.
Louise zei: “Hij was de perfecte man voor mij.” In die ene zin en in de manier waarop ze het vertelde, proefde je het gemis, maar ook onnodige bescheidenheid, alsof zij minder perfect was geweest voor hem, maar dat kon geenszins het geval zijn geweest als je de foto’s zag in het boek dat ze speciaal voor hun enige zoon over haar man heeft geschreven.
Louise’s zoon woont met zijn vrouw en met Louise’s kleinzoon in New York. Ze ziet hen niet vaak, vindt dat een groot gemis, maar gunt hen hun bijzondere leven van harte.

Vanaf 1998, het jaar waarin Peter overleed, was Louise zeer uithuizig. Ze kon haar draai in haar eentje niet vinden. Toen ze in 2000 in Antarctica was, kwamen de emoties terug die ze tijdens Peters laatste jaar in een denkbeeldige kast had gestopt. Vanaf dat moment begon ze meer en meer haar weg te vinden in Almere. Dankzij nieuwe vrienden in Almere ontdekte ze Eindig Laagland, Aldichter en het vrijwilligerswerk in Almere. Deze activiteiten en de aanloop naar het nog te bouwen appartement hielpen haar om haar leven opnieuw in te richten.

Louise werd steeds actiever in Almere, vooral nadat ze in 2003 in contact was gekomen met woonzorgcentrum Archipelin de Literatuurwijk. Men had haar gevraagd om eens per week de krant voor te lezen, maar na de eerste keer had ze de “luisteraars” gevraagd of ze het wel zinvol vonden, omdat al dat nieuws al op televisie was geweest. Ze stelde voor om samen te zingen en zo ontstond een koor van ouderen die in de Archipel woonden. Na acht jaar wilde ze wat anders en anderen zetten het koor voort. In de Archipel zingen ze nog steeds, bijna iedere vrijdag.

Ultieme
 Strijder (Louise Gregoire)

In  2000 vroeg iemand van Waterlandse tuinen of enkele van haar beelden geëxposeerd mochten worden. Ze had geen idee hoe ze bij haar terecht waren gekomen en dat weet ze nog steeds niet. Toen de expositie werd geopend bleken tot haar verrassing gedichten van de Almeerse kunstenaar Hein Walterbij haar beelden te staan. Zo ontstond een vriendschap voor het leven tussen deze twee, cultuurlievende Almeerders.

Hein Walter vroeg haar voor verschillende projecten als vrijwilliger, zowel in Almere als in andere steden. Het paste Louise uitstekend, omdat ze al vanaf haar vijfendertigste vrijwilligerswerk deed.
In 2009 werd ze op verzoek van Hein Walter secretaris van de stichting Zijderups3, omdat er een stichting met een bestuur nodig was om subsidie en andere middelen te verkrijgen. Middelen, die in combinatie met vele uren vrijwilligerswerk, werden besteed om talloze ouderen te activeren creatief bezig te zijn en kunst te maken. Het accent lag daarbij op het begeleiden en activeren van dementerende ouderen. De functie van secretaris was voor Louise niet genoeg, daarom is ze ook als vrijwilliger actief voor projecten van Zijderups.

Naast haar culturele vrijwilligerswerk vult deze Duracell-grootmoeder en bevlogen kunstenares haar dagen met fietsen, golf, piano spelen, bridge, zwemmen, Tai Chi, lezen en vrijwilligerswerk voor onder andere Vis à Vis. Louise is lid van het Grootkoor Amsterdam dat optreedt in het Concertgebouw te Amsterdam. Vervelen doet ze zich zeker niet.
Vanaf 2000 heeft Louise gaandeweg van Almere haar thuis gemaakt en is ze een echte Almeerse geworden.

Ultieme
Louise Gregoire

De klaterende waterval aan liefde die ze betoont aan haar man Peter tijdens het gesprek, maakten het de schrijver af en toe knap moeilijk. Hij las een tweetal stukken uit het boek over Peter. Het boek dat Louise schreef voor haar zoon. In het laatste hoofdstuk vertelde ze haar zoon waarom ze het voor hem geschreven had.
De schrijver moest meer dan eens slikken en voelde de eerlijke emotie aan de andere kant van de tafel.

                                                                      Louise Gregoire, een Almeerse met een mengeling van uitersten, die het ene moment samen-smelten om vervolgens afzonderlijk en expressief naar voren te komen. Ze is vrolijk, actief en positief, maar heeft soms oprecht intens verdriet. Verdriet dat er mag zijn, want ze mist Peter. De manier waarop Louise dat doet en beleeft, is een onvoorwaardelijke en hartstochtelijke uiting van ultieme liefde.

 

Meander

“Ultieme Liefde”: © Meander; Almere; 13 mei 2018.

Voetnoten:

1  Staatsmijn Maurits: https://nl.wikipedia.org/wiki/Staatsmijn_Maurits 
2  Hein Walter: https://www.facebook.com/hein.walter
3  Stichting Zijderups: http://www.dezijderups.nl
4  Woonzorgcentrum Archipel: https://www.zorggroep-almere.nl/woonzorgcentrum/archipel/

Foto’s:
Fragment Dans; schilderij van Louise Gregoire: foto Meander
Dans; schilderij van Louise Gregoire: foto Meander
Staatsmijn Maurits: Internet; Wikipedia
Strijder; beeld van Louise Gregoire: foto Meander
Louise Gregoire: foto Meander.

“Ultieme Liefde” is het verhaal van Louise en Peter, verteld door Louise Gregoire.

Een verhaal in het kader van Almere mijn Thuis”, het thema van “Suburbia in de Buurt”, een project van theatergroep Suburbia.
Voor Altijd Thuis

Voor Altijd Thuis

Gearmd schuifelden ze, als in slow motion, naar de ronde tafel bij de grote, glazen pui. Hij ondersteunde haar, terwijl zij aan haar linkerzijde steun vond op een fraai gesneden, zwarte wandelstok. Aangekomen bij de tafel liet hij haar voorzichtig los. Ze leunde nog iets steviger op haar wandelstok, terwijl hij een stoel naar achteren trok. Hij hielp haar om te gaan zitten. Toen ze zat, schoof hij de stoel aan, zodat ze dicht bij de tafel zat, maar hij was niet tevreden.
De man liep langs verschillende tafels en keek op alle stoelen. Hij zocht iets. Een behulpzame gast vroeg hem twee keer wat hij zocht, maar de afstand was te groot om zijn kennelijke doofheid te overbruggen. Zijn vrouw hoorde het wel en zei vrij luid: “Die meneer vroeg wat je zocht.”
De man die wilde helpen, liep naar de zoekende man en vroeg nogmaals wat hij zocht.
“Een kussen voor mijn vrouw, want die stoel is te hard”, zei de oude, nurks kijkende man met een knorrige ondertoon.

De gast die wilde helpen, ging op zoek naar een kussen. Toen hij die niet kon vinden, vroeg hij een van de medewerkers van het restaurant of zij een kussen hadden voor op een stoel. Even later bracht een jonge bediende een bruin kussen dat qua kleur bij de stoelen en wonderwel precies bij de kleding van de oude man paste. De oude vrouw was het meisje dankbaar voor het kussen. Van onder haar dunne, sluike, grijze haar straalden een paar stille, starende ogen, gelaten tevredenheid uit. Ze legde haar hand even op de hand van het meisje. De kennelijk onervaren jongedame liep zonder verder iets te vragen weg. De oude man wilde haar terugroepen, maar bedacht zich.

De man was vermoedelijk ver in de tachtig. Hij had wit, doorschijnend haar en een ernstig en doorleefd gezicht. Onrustig en schijnbaar misnoegd keek hij door zijn goudkleurige, grootglazige bril. Hij droeg een donkerbeige broek met daarop een bruinzwart gestreepte trui. Brede en dunne strepen op de trui wisselden elkaar af. De linkerkraag van een lichtbruin overhemd kwam onder zijn trui uit. Hij stond moeizaam op om te kijken waar de bediening bleef, struikelde bijna over een stoel, maar vond net op tijd steun. Hij verbeet de pijn en zei niets, in de valse hoop dat zijn vrouw het niet had gemerkt. Zijn bril is misschien niet zo goed meer als zou moeten, dacht zijn vrouw. Af en toe spraken de man en de vrouw met elkaar, maar het merendeel van de tijd was het stil.

Een andere bediende dan die het kussen had gehaald, kwam naar hun tafel en vroeg of ze iets wilden drinken. De oude man zei bits: “We willen iets eten. Kunt u de kaart brengen?”
Ze antwoordde: “Natuurlijk meneer, die zal ik zo brengen. Wilt u alvast iets drinken?”
“Nee”, zei de man, zonder zijn vrouw iets te vragen. “Ik wil eerst de kaart.”
De verbouwereerde, bediende liep weg om menukaarten te halen.

De vrouw begon over het ziekbed van haar schoonzus. Die had MS en was zienderogen achteruit gegaan. “Ik denk niet dat ze nog lang heeft”, zei de vrouw. Haar man dacht er anders over en probeerde over iets anders te praten, maar zij hield vol en was van mening dat het beter was voor haar schoonzus als het was afgelopen. Haar man zweeg, omdat het de beste manier was om haar te weerhouden er over door te gaan, maar het liep anders dan hij had gehoopt.
“Heb je ons graf al geregeld?”, vroeg ze ineens.
Hij draaide zich van haar af, keek naar buiten en zei: “Al meer dan tien jaar geleden.” Hij zuchtte en zei er zacht achteraan: “Je hebt het al honderd keer gevraagd.”
“Fijn”, zei ze, zonder op zijn zacht uitgesproken verwijt in te gaan.
Hij had dat laatste beter niet kunnen zeggen, dacht hij, want hij kon het haar niet kwalijk nemen. Almere zou voor altijd hun thuis zijn, ook als ze er niet meer waren.

De vrouwelijke bediende bracht de menukaarten en vroeg of ze nu wel iets wilden drinken.
De man zei nogmaals: “Nee, ik wil eerst de kaart bekijken.”
Zijn vrouw zei dat ze wel een kopje thee wilde. “Verse muntthee”, zei ze. “Dat drink ik altijd met mijn kleinzoon.”
De man zuchtte weer, nu opzichtig en keek zonder nog iets te zeggen op de menukaart. De groeven boven zijn wenkbrauwen leken iets dieper te worden.

Toen de bediende was vertrokken, vervolgde de vrouw het gesprek over het ziekbed van haar schoonzus. Even later vroeg ze haar man of hij vond dat je beter plotseling kon overlijden, of dat het beter was om zo lang mogelijk te blijven leven, ook als je veel pijn had. De man zei dat hij nu niet over euthanasie wilde praten, al had ze dat helemaal niet genoemd.
De vrouw had zo nu en dan moeite met spreken. De woorden kwamen er dan hortend en stotend uit, terwijl je op andere momenten niets merkte van de sluipende en slopende ziekte waar ze aan leed. Ze zei: “Ik hoef geen euthanasie. Ik wacht wel tot het zover is.” De man knikte, deed nogmaals zijn best om van onderwerp te veranderen en begon daarom over de kleinkinderen.

De bediende kwam de thee brengen en een mandje met breekbrood, aioli, kruidenboter en tapenade. Ze legde voor beiden een hoesje neer met bestek en een papieren servetje en ze vroeg of ze al iets hadden gevonden.
“Gevonden?”, vroeg de man. “Ik ben niets kwijt.”
“Weet u al wat u wilt eten, bedoel ik”, vroeg de bediende.
“Wat heb je buiten de kaart?”, vroeg de man.
“Sliptong, met garnalen”, zei ze.
De man zei: “Doe ons die tong met garnalen maar en maak er wat moois van met lekkere sausjes.”
“Ik niet hoor”, zei de vrouw. “Ik wil gebakken zalm met asperges.”
“O. Nou, prima”, zei de man, die altijd gewend was geweest leiding te geven, behalve aan zijn vrouw. “Ik wil graag een mooie witte wijn er bij. Wat heb je.”
“Een Riesling, meneer?”, vroeg de jonge vrouw onzeker.
“Heb je niets anders? Een Chardonnay?”
“Die hebben we. Wilt u een glas, of een fles?”
“Voor mij en voor mijn vrouw een glas Chardonnay. Toch?” Hij keek zijn vrouw aan, maar die reageerde niet. De bediende vertrok en het was weer een tijdje stil.

De man pakte het brood, scheurde er hoofdschuddend een stuk af en probeerde het open te snijden met het botermesje dat er bij lag. “Wat een stom brood en dat mesje is ook niks”, zei hij. “Een echt mes is beter.” Hij voegde de daad bij het woord en pakte het mes uit het hoesje. Hij vroeg zijn vrouw wat ze op haar broodje wilde. Ze wilde wel een broodje met tapenade. Hij smeerde tapenade op een bruin stukje breekbrood en gaf het haar, waarna hij voor zichzelf een broodje met kruidenboter maakte.

Ze waren al lang, heel lang bij elkaar. Meer dan zestig jaar. Ze kenden elkaar van de lagere school met de Bijbel. Later hadden ze verkering gehad met verschillende partners en twee keer met elkaar. Toen zij die tweede keer onbedoeld van hem in verwachting raakte, waren ze getrouwd en ontstond in de loop der jaren hun liefde voor elkaar.
Hij had bij de Rijksdienst voor de IJsselmeerpolders gewerkt als ingenieur voor de ontwikkeling van Almere en voelde zich een echte Almeremaker. Iemand die decennialang verantwoordelijk was geweest voor de ontwikkeling van de stad waar ze woonden. Zij was verpleegster geweest en had in verschillende ziekenhuizen gewerkt.

De man sprak vooral over dingen waaraan hij zich ergerde. Zij luisterde, maar of ze begreep of wilde begrijpen wat hij zei, was maar al te zeer de vraag.
Hij klaagde over hun te grote huis. Zij zei iets over een schilderij dat hij eens van zolder had gehaald. Hij begreep haar niet en praatte verder over de te grote zolder met al die spullen die ze niet meer nodig hadden. Over de kamers in het huis die niet meer werden gebruikt, want kinderen en kleinkinderen kwamen wel langs, maar bleven niet meer overnachten.
“Wat een mooi mes”, zei de vrouw opeens. Er volgde een minuten durend gesprek over het mes en over goede en slechte messen. Een gesprek dat verzandde in een lange stilte. De stiltes die regelmatig vielen waren adembenemend. Soms keek hij langdurig naar buiten en keek zij voor zich uit in een niet te bevatten verte. Hij probeerde op zijn manier te doen alsof alles met haar nog zo was als vroeger, omdat hij dat graag wilde.

De ergernis van de man nam toe. Hij vond dat het te lang duurde voor het eten kwam en zei dat tegen zijn vrouw. Zijn vrouw zei: “Het zijn hoofdgerechten. Dat duurt langer.” Hij ging er niet op in, stond twijfelend op en ging even later weer zitten.
Zijn vrouw begon nogmaals over het mes en over de kleur van het bord. Een wit bord. Vervolgens zei ze: “Je hoort niets van die mensen.”
“Altijd hetzelfde”, zei hij. Het was niet duidelijk wie die mensen waren. Zijn irritatie nam zichtbaar toe. Zijn gezicht werd steeds roder. “Niemand komt zijn afspraken nog na en de bediening hier is trouwens ook waardeloos.”
“Ik vind het raar dat we niet teruggebeld zijn door de oogkliniek”, zei ze.
Hij snoof en het was weer even stil, maar niet voor lang.
“Ze zullen het wel vergeten zijn”, zei hij mompelend.
“Wat zeg je?”, vroeg ze. “Is de oogkliniek het vergeten?”
Hij antwoordde niet, maar stond op en liep vol ongeduld weg om te gaan vragen waar het eten bleef.
De vrouw keek om haar heen, haar handen over elkaar gelegd op de tafel. Er kwam een schip de haven ingevaren. Ze zwaaide naar de opvarenden, maar die zagen haar niet, omdat het getinte glas naar binnen kijken voorkwam.

Na enkele minuten kwam de man terug. Omdat hij niet direct geholpen werd, was hij naar het toilet gegaan.
“Nu ga ik er voor zitten”, zei hij stug en verbolgen.
“De bomen zijn nog kaal”, zei zijn vrouw.
De man zei: “Als het nog lang duurt, gaan we weg.”
“Vind jij die bomen niet kaal?”, vroeg ze. “Het is al mei.”
“Het is februari”, zei hij. “Ik ben dit niet gewend, moet ik zeggen. Drie kwartier wachten voordat ik iets te eten krijg, dat vind ik te lang.”
Ze zei niets terug. Drie kwartier dacht ze. Zijn we hier al zo lang?

Een bediende kwam het eten brengen. Hij zette de borden op tafel en vertelde in een rap en onnavolgbaar tempo wat er op de borden lag. De oude man stak zijn hand op en somde traag en belerend op wat ze besteld hadden. Hij vroeg de jongeman of het klopte. Die bevestigde de opsomming van de man, draaide zich om en liep glimlachend weg. Even later bracht hij de wijn.

Ze begonnen aan hun lunch. Het geluid van bestek dat op borden tikte, verdrong het gesprek van het echtpaar niet.
“Ik zie geen garnalen”, zei de man. “Wat een hoop groen zeg. Dat heb ik toch niet besteld. Ik vind het helemaal niks.”
Zij vond het lekker. “Heerlijk die zalm”, zei ze.
De man keek stuurs om zich heen. Met lichte agressie sneed hij het groen op zijn bord, opdat hij het met zijn kunstgebit kon verwerken. Meer dan de helft van de door rucola overheerste salade en groente schoof hij opzij. Hij at, maar genoot er niet van en liet dat blijken. Hij zei met volle mond: “Die vis is hartstikke koud.”
“Wat zeg je?”, vroeg zijn vrouw.
“Dat die vis steenkoud is”, was zijn wrevelige antwoord, waarvan hij onmiddellijk spijt had, want wat kon zij er aan doen?
Ze vroeg: “Wil je een stuk van mij? De zalm is warm.”
Hij schudde zijn hoofd en mopperde verder. “Wat zijn die kleine stukkies toch? Tomaat? Zo doe je dat toch niet?” Daarna was het een tijdje stil en aten ze in schijnbare rust. Zij genoot en hij? Hij at met lange tanden, of deed voorkomen alsof dat zo was. Het was soms net een bewegend stilleven met scherpe, bij elkaar passende contrasten.

De man dacht aan de keren de afgelopen maanden dat hij druk op zijn borst en pijn in zijn linkerarm had gevoeld, maar zoals altijd zweeg hij er over. Hij at gehaast tot alles op was, behalve meer dan de helft van de groente en de sla, want die wilde hij niet. Zij was nog niet uitgegeten en gelet op het tempo waarmee ze at, zou het nog wel even duren voor het zover was. Zijn misnoegen nam derhalve de ruimte die zo ontstond en hij vatte dat ongenoegen op streng oordelende toon samen: “De vis was veel te koud en ik had teveel groen. Twee zielige garnaaltjes heb ik kunnen vinden, meer niet. Echt, het is beneden alle peil. Waar-de-loos.”
Zijn repetitieve gejeremieer leek zijn vrouw niet meer te bereiken. Ze at haar bord leeg, zat enige tijd met gesloten ogen na te genieten en was helemaal in haar eigen hier en nu.

“Wil jij nog wat hebben?”, vroeg ze haar echtgenoot vijf minuten later.
“Neuh.”
“Ik wil die coquilles nog wel”, zei ze.
“Veel te duur”, bromde hij, ondanks het feit dat ze niet op een dubbeltje hoefden te kijken.
“Doe dan mee”, zei ze.
“Nee die coquilles kosten zeventien euro. Zonde van het geld voor zo’n klein beetje eten.”
Als ze de coquilles echt wilde, kreeg ze die wel, maar ze hield er over op, pakte haar glas en nam langzaam twee slokjes van de wijn.

De vrouw die hen de menukaart had gebracht, kwam kijken en zag dat ze klaar waren met eten.
“Heeft het gesmaakt?”, vroeg ze.
“Nee!”, zei de man.
“Ik vond het heel lekker”, zei zijn vrouw.
De man zei: “Dat veel te kleine stukje vis was koud. Dat kwam natuurlijk, omdat het veel te lang duurde voor het eten werd gebracht.” De twee zielige garnaaltjes en het overdadige groen passeerden wederom de revue.
“Vervelend”, zei de bediende. “Ik zal de chef even roepen.” Ze pakte de borden met het bestek en het broodmandje. Terwijl ze wegliep zei ze iets te luid: “Elke zondag wat. Al dat gezeur.” Het was een onprofessionele reactie en het was maar goed dat de oude man het niet hoorde.

De vrouw veegde de tafel met haar hand schoon. Ze keek naar haar man, maar nam ogenschijnlijk niet waar wat onmiskenbaar zichtbaar was. Hij was woedend, maar waarop en waarom? Kon hij zijn echte boosheid niet kwijt en was de onmacht hem de baas geworden? Het restaurant leek daarvan het slachtoffer te worden.
“Lekkere wijn, hè”, zei zijn vrouw.
“Mag ook wel voor zes euro”, zei hij.

De eigenaar kwam naar hun tafel en bood zijn excuses aan. “Ze hadden de sliptong later moeten klaarmaken, of warm moeten houden”, zei hij. De oude man draaide het refrein van de koude vis, de twee zielige garnaaltjes en de berg groen weer af. Hij voegde de in zijn ogen keiharde boter er aan toe en het feit dat ze in een bijna leeg restaurant drie kwartier hadden moeten wachten op hun eten. De eigenaar probeerde het nog een keer uit te leggen, maar kreeg weinig kans, want de oude man legde hem uit hoe ze hun werk zouden moeten doen.
Om er vanaf te zijn en omdat de oude man niet geheel ongelijk had, stelde de eigenaar voor om het eten van de man van de rekening te halen en hen een kopje koffie van de zaak aan te bieden.
“Niks er van. We betalen gewoon. Ik heb het immers opgegeten”, zei de man opeens vriendelijk. Hij stond op en gaf de eigenaar een hand. Blijkbaar was het de moeite waard om te betalen nu hij zijn gram had gehaald. De oude man zei tot verbazing van de eigenaar: “Rond de rekening maar af op vijfenzestig euro. De wijn was uitstekend.”
De eigenaar liep beduusd weg om de rekening te halen.

De man keek naar zijn vrouw vroeg: “Waarom kijk je zo naar me?”
Ze glimlachte, maar zei niets.
Hij vroeg: “Ben je boos op me?”
“Nee hoor”, zei ze.

De eigenaar kwam terug met de rekening en een pinapparaat, maar de oude man pakte zijn portefeuille. Hij betaalde contant en gepast de toegezegde vijfenzestig euro. Daarna stond hij op, hielp zijn vrouw om op te staan en pakte haar jas. Hij wilde haar in haar jas helpen, maar dat lukte niet. Ze zei een paar keer: “Nee, mijn arm zit er niet in.” De eigenaar van het restaurant schoot te hulp en even later had ze haar jas aan. Ze deden hun jas dicht. Hij met zijn shawl om zijn nek, gekruist over zijn borst onder de jas, zoals hem dat geleerd was. Zij draaide haar shawl drie keer nonchalant om haar nek over haar jas en pakte haar stok. Er verscheen zowaar een soort van glimlach op het gezicht van de man, toen hij naar zijn vrouw keek.

Het verdriet over het groeiende verlies van het contact met zijn vrouw, uitte zich op vele manieren deze middag. Hij wist dat het tij niet te keren was. Zij berustte in haar lot en leefde het leven zoals het kwam. Op heldere momenten was haar enige zorg dat hij straks achterbleef zonder haar. Hoe moest hij dan verder? Zijn angst was wellicht groter dan die van haar, want hij was er zich voortdurend ten volle bewust van. Als hij zou overlijden, hoe moest het dan met haar?

Hij ondersteunde haar toen ze naar buiten liepen, precies zoals ze gekomen waren.

 

Meander

“Voor altijd thuis”: © Meander; Almere; 25 februari 2018.

Foto’s / tekeningen:
Silhouet ouder echtpaar op bankje: Internet.

“Voor altijd thuis” is het verhaal over een ouder echtpaar, waargenomen en vastgelegd door Meander in een restaurant in Almere Haven. Ingekleurd met inschattingen van de observator. Auteur kent het echtpaar van begintijd Almere, maar in het verhaal blijven ze anoniem (privacy).
Een verhaal in het kader van Almere mijn Thuis”, het thema van “Suburbia in de Buurt”, een project van theatergroep Suburbia.