Archief van
Tag: Keizer

Surdus, de bange Keizer

Surdus, de bange Keizer

Er was eens, in een wondermooi land hier ver vandaan, een keizer. Keizer Ab Surdus was heerser van een, in zijn ogen, onmetelijk rijk. Het grootste rijk ter wereld.
Bij toeval was hij enige jaren geleden op de hoogste positie van het land geraakt als president. Eenmaal gewend aan de macht, de privileges en de grandeur, kon hij er geen afstand meer van doen. Ab Surdus wilde niet meer weg, al was zijn houdbaarheidsdatum voor de belangrijkste functie van het grootse rijk al lang verlopen.
Met een schier onuitputtelijk palet aan sluwe en slinkse trucs wist hij legio uitzonderingen voor zichzelf te creëren. Uitzonderingen die, na verloop van enige tijd, gelegaliseerde gebruiken werden.
Enkele jaren geleden benoemde president Ab Surdus zichzelf tot keizer, gesteund door de militaire macht, die door keizer Surdus rijkelijk werd beloond.

Iedere morgen stond keizer Surdus voor de spiegel. Zijn ontevredenheid over wat hij zag nam keer op keer toe, al vond hij zichzelf de beste ter wereld. Het was hem gewoonweg nooit goed genoeg.
Omdat hij zichzelf niet kon bekritiseren, zocht hij naar schuldigen voor zijn ontevredenheid en hij vond ze bij bosjes. Verkeerde haardracht, een verkeerd geloof, een irritant uiterlijk, vreemdelingen en als hij tekort kwam in die groepen, zelfs zijn vrienden of familieleden die hem ergerden. Zijn favoriete groep om te beschuldigen en op te sluiten, waren de journalisten. Leugenachtige fantasten, die beledigende informatie publiceerden die Zijne Keizerlijke Majesteit niet wilde horen, of zien.

Surdus StrandIn de verste uithoeken van het uitgestrekte, schitterende land, met zijn hoge, met sneeuw-toppen bedekte bergen en eindeloze witte stranden, woonden volkeren die anders leefden en wilden leven. Ze waren gewend hun zaken zelf te regelen. Bergvolkeren en  stammen van de steppen, die vroeger onafhankelijk waren. Ze dulden de inmenging van de vroegere veroveraars niet. Zij waren de oorspronkelijke bewoners en bezitters van de rijke gronden en waardevolle bodemschatten. Ze eisten onafhankelijkheid.
“Terroristen”, brulde de woedende en ontevreden keizer als het onderwerp ter sprake kwam. Hij was niet alleen ontevreden, maar vooral bang. Bang dat ze hem wilden afzetten en gevangen wilden zetten. Bang dat ze hem wilden vermoorden. De angst voedde zijn ontevredenheid, hetgeen tot een waar schrikbewind leidde.

De altijd in vrede levende volkeren kregen de schuld. Waarvan precies wist niemand, zelfs de keizer niet. Bewoners van een groot aantal dorpen werden gearresteerd, waarna ze in gevangenissen verdwenen. Van de bevolking van tientallen dorpen werd nooit meer iets vernomen. Dorpen en steden werden met de grond gelijk gemaakt. Ze werden uit de atlas en uit de geschiedenisboeken verwijderd. Het hielp keizer Ab Surdus niets. Zijn angst en ontevredenheid namen toe.
Overal in het land heerste er angst voor de onvoorspelbare keizer, maar het ergste moest nog komen.

Op een dag stond keizer Surdus op en liep hij naar de grote wandspiegel. Hij schrok. Was hij dat? Dat kon niet. Onmogelijk. Hij keek nog eens en kwam tot de conclusie dat de spiegel beschadigd was. Hij nam een lange, koude, verfrissende douche, in de hoop dat het slechts verbeelding was en het daarna anders zou zijn. Helaas. Het schrikbeeld van zijn eigen spiegelbeeld bleef hem aanstaren. Het was niet waar. Een leugen was het, waar hij naar keek. Een leugen verzonnen door anderen.

Een uur later liep de keizer met zijn lakeien door het paleis en keek in iedere spiegel. Teleurstelling na teleurstelling voedden zijn angst en daarmee zijn woedde. Alle spiegels in zijn paleis waren behekst. Gemanipuleerd. Dat wist hij zeker.

Keizer Surdus riep zijn echtgenotes bij zich en vroeg hen wat zij er van vonden. Een echtgenote zei dat hij moe was en dat hij  nodig met vakantie moest. Een ander zei: “Ab, je ziet er fantastisch uit, die spiegels zijn van een slechte kwaliteit. Koop nieuwe spiegels.” Een derde, slim calculerende echtgenote was het met hem eens en dacht dat hij gelijk had. De spiegels waren bewerkt, al waren sommige spiegels honderden jaren oud. Ze suggereerde dat ze misschien stiekem waren vervangen.

De keizer kwam tot de conclusie dat hij met zoveel verschillende meningen niets opschoot. Hij nam een aantal drastische besluiten. Alle lakeien werden gevangen gezet om te worden berecht voor verraad. Daarna vertrok hij met de vrouw die hem gelijk had gegeven de stad in, om spiegels te bekijken. Ondertussen werden alle spiegels in het paleis verwijderd.
Het leger werd naar alle uithoeken van het land gestuurd, om “terroristen” gevangen te zetten, dan wel te elimineren. Het kon niet anders, of zij waren de hoofdschuldigen, meende keizer Surdus.

Surdus SpiegelsNa vier uur spiegels kijken was het keizer Surdus en zijn loyale echtgenote duidelijk. Alle spiegels in het land waren in handen gevallen van verraders. Die hadden de spiegels bewerkt om de keizer uit zijn evenwicht te brengen.
De verraders moesten helpers hebben gehad, zo vond de keizer. Het gevolg was dat tienduizenden spiegelmakers, spiegelverkopers en anderen die er mee te maken konden hebben, werden opgesloten. Spiegels werden verboden en alle spiegels moesten worden vernietigd. Wie nog een spiegel bezat, werd opgesloten. Het melden van een spiegelbezitter werd rijkelijk beloond. Overal hingen posters en in alle kranten stonden kreten als “Sluit ze op” of “Geef ze aan.”

Keizer Ab Surdus nervositeit nam schrikbarende vormen aan. Zelfs in zijn eigen paleis keek hij alsmaar schichtig om zich heen. Toen hij na drie spiegelloze weken met zijn resterende twee echtgenotes naar een festival ging, had hij een angstaanjagende ervaring. Ze liepen langs de grote, verduisterde ramen van de hal waar het festival plaatsvond. In het glas zag keizer Surdus zichzelf lopen. Hij zakte als door de bliksem getroffen door zijn knieën en viel opzij. De keizer stiet een angstwekkende schreeuw uit. Zijn echtgenotes, lakeien en leden van de keizerlijke garde, snelden toe.
“Ab, wat is er?”, vroeg de ene echtgenote. De ander riep om hulp. De meeste mensen liepen schielijk door. Slechts een enkeling kwam aarzelend zijn hulp aanbieden. De lakeien wisten niet wat ze moesten doen en de keizerlijke garde kon niet veel meer dan bars optreden en schieten.

Keizer Surdus stond langzaam op en wild gesticulerend joeg hij de omstanders weg. Hij brulde:” Kijk! Kijk dan! Zelfs de ramen zijn gehackt.” Ze controleerden tientallen ramen van andere gebouwen en woningen, maar overal was het hetzelfde.
“Ik wil naar huis”, gilde de keizer met hoge, overslaande stem. De paniek van hun heerser sloeg over op het toegestroomde publiek, dat op afstand had staan kijken in ijdele hoop op verandering. Ze vluchtten in alle richtingen, bang als ze waren voor het wispelturige gedrag van de keizer.

De auto van keizer Surdus kwam aanrijden om het gezelschap naar huis te brengen. De chauffeur had de wagen net gewassen en volledig in de was gezet. De grote, zwarte limousine glom alsof het een nieuwe wagen was. De auto stopte en de keizer en zijn gevolg liepen er naar toe. Keizer Surdus zag zichzelf in de deur van zijn keizerlijke karos en stampte woedend op de grond.
“Verrader”, tierde keizer Surdus tegen de verbouwereerde chauffeur, die niet begreep waar de keizer op doelde. “Opsluiten en berechten”, riep keizer Ab Surdus. De keizerlijke gardisten grepen de chauffeur en sleepten de kermende en verslagen man aan zijn voeten naar een inderhaast opgeroepen militair busje.

Op bevel van de keizer werd de limousine besmeurd met modder. Een generaal van de keizerlijke Garde kroop achter het stuur, waarna ze instapten om zich naar het keizerlijke thuis te spoedden.
Keizer Surdus sidderde gedurende de rit van angst, maar zijn woede, zelfovertuiging en overlevingsdrang wonnen het van zijn vrees. Eenmaal aangekomen in het paleis, zette hij zich direct achter zijn bureau en liet de premier komen. De premier, een toonvoorbeeld van een ervaren hielenlikker, danste naar de pijpen van keizer Surdus en riep het kabinet en het parlement bijeen.

De keizer sprak het kabinet en het parlement toe en vaardigde een serie wetten uit, die terstond ingingen.
“Wij, Keizer Ab Surdus De Enige, hebben als volgt besloten. Alle spiegelende oppervlaktes in ons rijk zijn vanaf heden verboden. Mat is het motto en daarmee het voorschrift voor de uitvoering van alle oppervlaktes. Glimmen, weerkaatsen en reflecteren is vanaf heden verboden. Dat geldt in het bijzonder voor de media. Die zijn vanaf dit moment opgeheven.” Hij hapte even naar adem, omdat hij te snel had gesproken.
Een minister maakte van die gelegenheid gebruik door te zeggen: “Maar dat is niet te handhaven, mijn keizer.”
Keizer Surdus draaide zich naar de man toe, fronste zijn wenkbrauwen en zei op dreigende, kalme toon: “Ik zei, niet reflecteren. Uw ministerschap is voorbij.” Hij wenkte de keizerlijke garde en beval, wijzend op de voormalig minister: “Dumpen!”

Toen de rust was weergekeerd, vervolgde keizer Appie, zoals hij stiekem door bijna iedereen werd genoemd, zijn betoog.
“Journalistiek is verboden. Op het overtreden van al deze wetten staat de doodstraf, dan wel levenslange opsluiting.”
Tevreden en enigszins gerustgesteld keek de tirannieke keizer om zich heen. Tot zijn genoegen zag hij louter angstige gezichten. Langzaam begon men te applaudisseren. Wat moest je anders. Het was klappen, of sterven.

In de maanden daarna ondervond een ieder de hinder van het ontbreken van spiegels en spiegelingen. Men zag er steeds slordiger uit. Er zat niets anders op dan elkaar te helpen om er verzorgd uit te zien. Dat bleef niet zonder gevolgen. De keizer verordonneerde dat iedereen die er goed verzorgd uitzag nog een spiegel moest bezitten. Zelfs als na huiszoeking geen spiegel werd gevonden, werden de verdachten toch veroordeeld. Zo verslonsde het volk zienderogen, om maar uit handen van de keizerlijke garde te blijven.
Keizer Surdus werd eenzamer en eenzamer, omdat hij zijn echtgenotes en vrienden allemaal had laten opsluiten, of erger nog, had laten executeren. Hij vertrouwde niemand meer.

Een jaar na invoering van de anti-reflectiewetten, zoals ze werden genoemd, zat de helft van het volk in de gevangenis, of was vermoord. De andere helft moest al het werk doen, inclusief de bewaking van de gevangenen. Dat was niet te doen en steeds meer mensen werden ziek. De ontevredenheid nam toe en hier en daar werd gefluisterd over een staatsgreep, maar zover kwam het niet.

Surdus BankOp een ochtend liep de zenuwachtige, nog immer bevreesde en misnoegde keizer na het ontbijt de tuin in. Na een korte wandeling kwam hij bij de grote keizerlijke vijver. Een ochtendbriesje veroorzaakte lichte rimpelingen in het donkere water van de met eiken en beuken omzoomde vijver. Keizer Surdus zette zich op een bankje onder een grote, oude, knoestige eik. Hij voelde zich eenzaam en in de steek gelaten. Hij was toch de beste? Hij had het toch goed voor met iedereen. Waarom moest iedereen zich toch zo tegen hem verzetten? Waarom wilde men hem niet begrijpen? De keizer mijmerde verder, probeerde te kalmeren, maar zijn onrust, angst en boosheid nam toe.

Peinzend stond keizer Surdus op. Hij slenterde naar de rand van de vijver. Het was windstil geworden en keizer Surdus keek voor zich uit over het stille, donkere oppervlak. Zonder er bij na te denken, boog hij zich voorover om in het water te kijken. Wat hij toen zag, deed zijn hart stil staan. Hij zag zichzelf, zoals hij zichzelf lang geleden in spiegels had gezien. Vol verbijstering keek de keizer naar het voor hem zo schrikwekkende beeld, terwijl de pijn in zijn borst ondraaglijk werd. Even leek alles stil te staan, maar toen viel keizer Ab Surdus De Enige voorover in zijn spiegelbeeld, dat hij al stervend, vernietigde.

Binnen een uur was het nieuws bekend en werden alle gevangenen bevrijd. De leden van de keizerlijke garde vluchtten het land uit.
Het hele land vierde feest en overal kwamen verstopte spiegels tevoorschijn. Het feest duurde meer dan een week en het volk besloot nooit meer een keizer of president te willen. Men richtte een spiegelfabriek op die de beste en de grootste van de wereld werd. Media kwamen van heinde en verre om er over te berichten.
Het volk genoot van de herwonnen vrijheid en ze leefden nog lang en gelukkig.

Meander


Klik hier voor betekenissen van Surdus.

Klik hier voor betekenissen van Ab Surdus.

Just an Illusion

Just an Illusion

Een bekende Volendamse band, die in 2007 stopte, had, of heeft een bijzondere naam, of beter gezegd geen naam, BZN, voluit Band Zonder Naam. Sinds kort rollen de bandleden al ruziënd met elkaar door de sociale en andere media, omdat zanger Jan Keizer, volgens velen ook leider van de voormalige band, samen met de zangeres Annie Schilder onterecht gebruik maakt van de naam BZN voor optredens, waarbij niet de band optreedt, maar slechts Annie en Jan. De andere leden van de band, reageren furieus en zijn van mening dat Keizer en Schilder het publiek misleiden. Jan Tuyp, de oud-gitarist en Dick de Boer, de voormalige manager van de BZN, reageren verbolgen op het feit dat de optredens van Annie en Jan worden aangekondigd als een reünie van BZN.

Enkele Volendammers, die graag anoniem willen blijven, begrijpen Jan en Annie wel, want er moet geld worden verdiend en daartoe moeten alle middelen worden ingezet. Anderen zijn daarentegen van mening dat als ze het een reünie willen noemen, ze de andere leden van de band er ook bij moeten halen. “Dat zal echter niet gebeuren,” zei een zekere Smit, “want dan moeten ze de opbrengsten gaan delen en zal pas echt blijken dat BZN ook nog andere dingen betekent.

Volgens ingewijden heeft Tuyp mede namens andere bandleden aangegeven nooit meer met Jan en Annie te zullen optreden, omdat ze mensen die over de rug van vrienden geld willen verdienen, niet meer willen kennen of zien.
De Boer is des duivels en zegt dat hij als eigenaar het gebruik van de naam, het logo en andere uitingen verbiedt. Dat is vervelend, want de posters, kaartjes en andere zaken zijn al gedrukt en geproduceerd. T-shirts, shawls, bekers en meer artikelen zijn voorzien van het logo van BZN, of dezelfde print als de posters. Die kunnen nu niet meer worden verkocht. De organisator van de optredens zit met de handen in het haar.

“Geldwolven zijn het”, volgens een oudere dame in originele Volendamse klederdracht, zittend aan een tafel in het café op De Dijk. “Allemaal geldwolven, stuk voor stuk. Ze kunnen het beter band zonder normen noemen”, zei Alie Kwakman. Haar vriendin, Gerda Steur, knikte heftig om vervolgens over te schakelen naar misprijzend hoofdschudden. Gerda’s man, Pier Tol, vond dat het belachelijk was dat die band geen naam had. Kees Plat gaf Pier een duw en zei: “Daar gaat het helemaal niet over, Pier.”
“Nou, dat weet ik nog zo net niet, Kees”, zei Jaap Veerman. “Ik vind het raar dat ze ruzie maken over het gebruik van een naam, terwijl die band geeneens naam heeft. Ruzie over niets?”
Uit de boxen van de disproportioneel grote televisie in het café op De Dijk, klonk de stem van Julia Zahra in het programma de Beste Zangers van Nederland met het lied van BZN uit 1983: “Just an illusion”.

 

meander