Archief van
Maand: juli 2019

De glimlach van een meeuw…

De glimlach van een meeuw…

een maffe meeuw, zwierig zwevend en eigenwijs


wil graag reizen en komt goed beslagen ten ijs


ze kijkt scherp in de lens


en wil gelijk een mens


een pasfoto voor haar identiteitsbewijs      

 

 

Glimlach

Meander

“De glimlach van een meeuw”: © Meander; Almere; 30 juli 2019.


Foto: Glimlachende Meeuw; 
© Meander; 26 juli 2019.


Voor meer gedichten over zee, kust en strand, klik HIER.

Deze ‘pas’foto van een mooie meeuw of meeuwin, die samen met soortgenoten afkwam op brood gooiende passagiers op een boot, had duidelijk oog voor de camera en vertoonde voor de ogen van de fotograaf een allervriendelijkste glimlach.
Meeuwen van het mannelijk geslacht mogen waar ‘ze’ staat hij’ lezen.


Voor meer informatie over de meeuw, klik HIER.

Roekeloze Rekel

Roekeloze Rekel


een roekeloze rekel uit Wier                        


gaf om volvette muizen geen zier                


de sluwe schavuit               


beet in menig kuit                   


lachend en louter voor zijn plezier                 

 

 

 

Meander

“Roekeloze Rekel”: © Meander; Almere; 2 juli 2019.  


Tekening; Internet; FieryBirdyThing Deviant Art.


Voor meer gedichten, klik HIER .


Meer informatie over de Vos, klik HIER.


Over het plaatsje Wier in Friesland, klik HIER.


“Roekeloze Rekel”, geschreven naar aanleiding van een vrouw op een fiets in de Onlanden bij Groningen. Zij vond dat ze gestalkt werd door een vos. Zij dacht dat hij het op haar sappige kuitjes had voorzien, of op haar knokige enkeltjes. Maar de vos dacht slechts: “Wat moet dat mens hier?


Bericht over vrouw die gestalkt werd door een vos in natuurgebied de Onlanden (Groningen): Klik HIER.

Overbodige Tijd

Overbodige Tijd

zeewind slijpt
door rieten 
matten
langs ‘t terras
zoekt kieren in wanden
probeert verwoed
rust te verbreken                  

haren wapperen
ongeremd willoos
langs je hoofd
vlaggen klapperen
in onvoorspelbaar
vlagerig geplaag                    

en jij?
je ligt
ligt ogenschijnlijk
te slapen
in een nogal
luie stoel

dommelend
in zon
in wind
kracht zes
lig jij volop
te genieten

half wakker
dagdromend
niemand komt
jouw stilte kapen
uit wakkerende wind

in je element
tussen de elementen
laat jij
overbodige tijd
vrijuit vervliegen

 

Meander

“Overbodige Tijd”: © Meander; 23 juli 2019.  


Foto: Terras aan de kust in zon en wind: © Meander; 21 juli 2019.  


Voor verhalen en gedichten over Hart & Ziel, klik HIER.

Het jongetje dat de zon wilde vangen

Het jongetje dat de zon wilde vangen

Tijn vroeg: “Waarom is de zon eerst daar? Hij wees naar het oosten. “En waarom is ie dan de hele dag boven ons hoofd? Gaat ie ’s avonds onder ons huis door?” Hij wilde weten hoe het precies zat met de zon. Zes jaar en gebrand op het begrijpen van de zon. “Kan ik de zon pakken?”
“Tijn, hou even op met dat gevraag. Hoe dat gaat met de zon en de aarde, heb ik al eens verteld. Onze aarde draait om de zon en ze allebei zijn heel erg groot.”
Tijn haalde zijn schouders op en dacht dat zijn moeder maar iets zei, omdat er iets was dat hij niet mocht weten. Dat deed ze wel vaker, vond hij. Hij schudde zijn hoofd. Het was zijn moeder, maar ze begreep het niet.
De zon en de maan waren dingen, een soort lampen vond Tijn. Dingen en lampen kun je pakken, bedacht hij.

Tijn stond ‘s avonds op het balkon van hun vakantiehuis op het duin en keek naar de zon die langzaam in de Noordzee verdween. De zon was heel heet had zijn moeder gezegd. Dus, dacht Tijn, gaat ie even zwemmen in de zee en als de zon weer koud genoeg is, dan komt ie weer terug. De zon is slim, want hij gaat altijd ’s nachts zwemmen. De maan niet, die zie je soms ook overdag.
“De maan is dommer dan de zon, mama”, zei Tijn tegen zijn moeder, die in een stoel een boek zat te lezen.
Zijn moeder zei: “Dommer dan de zon? Dingen kunnen niet dom of slim zijn.”
“Duhhuh, jij snapt er niks van”, reageerde Tijn.
“Leg eens uit dan?”
Tijn zei: “Dat is te moeilijk voor jou.”
Zijn moeder lachte en zei: “Het is al veel te laat. De zon is al onder gegaan. Naar bed, jongeman.”

Tijn kon niet slapen. Hij dacht lang en diep na over hoe hij zijn moeder kon laten zien dat hij gelijk had. Hij stond op en liep naar het raam. Maan was helemaal rond en helder. Eens kijken of Maan mij kan helpen, dacht Tijn.
“Hé, Maan. Kom eens hier?” Maan reageerde niet.
“Maa-aan, kijk nou even en kom eens hier.” Tijn wist wel dat dingen niet konden praten, tenminste dat had zijn moeder gezegd, maar dat was vast ook niet waar.
“Waarom maak je me wakker? Ik hang hier net lekker”, klonk plotseling een hoge stem, die van ver weg leek te komen.
“Wie is dat?”, vroeg Tijn. Hij vroeg zich af of het Maan wel was, want die was nog steeds heel ver weg.
“Ik, je riep me toch?”, vroeg Maan, terwijl ze gaapte.
“Ja, ik wil wat weten”, zei Tijn, alsof het de gewoonste zaak van de wereld was dat je met de maan sprak, terwijl maar heel weinig kinderen dat konden.
“Nou, vraag maar, anders hang ik hier morgen nog”, zei Maan.
Tijn vroeg: “Hoe kan ik Zon vangen? Ik wil weten wat hij doet en kijken of hij echt zo heet is?”
Maan antwoordde: “In de eerste plaats is Zon een meisje, dus geen hij, maar een zij. In de tweede plaats wil Zon niet gevangen worden. Daar heeft Zon geen tijd voor, want dan komen er grote problemen.”
“O ja, een meisje? Dat denk ik niet, want Zon is heel erg groot en sterk, zegt mijn moeder.”
Maan zei extra duidelijk: “Een meisje. En…, je mag haar niet vangen.”
“Maar het kan wel’, zei Tijn.
“Ik ga jou niet vertellen hoe dat moet, want Zon en ik zijn vrienden. We kunnen niet zonder elkaar.”
“Wat ben jij een stomme Maan zeg. Ik wil Zon maar één keertje heel eventjes vangen.”
“Succes, Tijn, ik ga weer zonnen?”
“Zonnen? Er is helemaal geen Zon”, zei Tijn.
Maan zei niets meer en verdween even later langzaam achter de wolken.
“Eigen schuld”, riep Tijn. “Nu ben je weg.”

Tijn ging weer op zijn bed liggen en piekerde zich suf. Het werd al een klein beetje licht. Hij stapte uit zijn bed, trok zijn kleren aan, sloop naar beneden, trok zijn laarzen aan, pakte zijn emmertje, zocht even naar zijn schepnet en keek of de deur op slot was. De sleutel zat in de deur. Tijn draaide de sleutel zachtjes om, deed de deur nog zachter open, liep naar buiten en deed de deur nog veel zachter weer dicht.

Tijn rende zo hard hij kon de weg af naar het strand. Hij liep vanaf de strandopgang eerst een stuk langs het strand en toen naar de branding. Hier was niemand die hem tegen kon houden. Er was trouwens nergens iemand te zien, wat wel raar was, maar het kwam Tijn goed uit.
Zon kwam op, ging boven zijn hoofd naar de andere kant en zou straks onder gaan. Het leek veel sneller te gaan dan anders. Tijn zette zijn emmertje neer en wachtte tot de zon bijna onder ging. Het schepnet werd alvast uitgestoken, precies onder Zon. Zon werd eerst donkergeel, toen oranje en uiteindelijk zelfs een beetje rood. Tijn wachtte tot Zon in zijn schepnet zakte. Vlak voordat het eerste stukje van Zon bijna in het water wilde verdwijnen, trok hij het schepnet naar zich toe en kiepte Zon in de emmer. Dat ging een beetje ruw, want hij wilde zijn handen niet branden. De emmer was te klein voor Zon, zodat deze bovenop de emmer bleef liggen.

“Au, ben je helemaal gek geworden”, schreeuwde Zon tegen Tijn. “Blijf van me af.”
“Ik gooi je zo terug in het water, Zon”, zei Tijn.
“Niks er van jongetje, je zet me nu terug en absoluut niet gooien!”, commandeerde Zon.
“Ik heet Tijn en je hoeft niet zo te schreeuwen, want dat is onbeleefd, zegt mijn moeder. Als je niet aardig doet, neem ik je mee naar huis.”
Zon zwol op van boosheid en werd nog roder. Ze viel bijna van de emmer. “Laat mij vrij! Nu!”, riep ze.
“Ik wil je wat vragen. Daarna laat ik je gaan”, zei Tijn.
Zon aarzelde, dacht even na en zei toen ongeduldig: “Nou, schiet maar op met je vragen.” Zon werd iets rustiger, want als ze hier niet weg zou komen, ging er van alles vreselijk mis.
Tijn vroeg: “Waarom ga je iedere dag over ons heen? Ga je ’s avonds zwemmen, omdat je het te warm hebt? Ga je onder ons huis door?”
“Ik heb het nooit te warm. Ik moet om de aarde draaien om te zorgen dat jullie overdag licht hebben en in de nacht kunnen slapen”, zei Zon. ‘Wat is een huis?”
“Om de aarde draaien?”, vroeg Tijn verbaasd? “Mijn moeder zegt dat de aarde om jou draait.”
“Nou mooi niet”, zei Zon.
“O”, zei Tijn. “En Maan? Die zegt dat jullie vrienden zijn.”
“Ja, maar eigenlijk is ze mijn kleine zusje, maar dat snapt ze nog niet. Daar is ze te klein voor.”
Tijn zei: “Nee, dat is niet waar. Toch?”
Zon zei: “Ja, dat is wel waar en nu moet ik weg, anders begint de dag morgen veel later. Heb je nog meer vragen?”
“Ja, maar dat kan een andere keer wel. Of wacht even, nog één vraagje.”
“Toe dan maar”, zei Zon, die begreep dat ze beter mee kon werken.
Tijn vroeg: “Zijn wij nu ook vrienden?”
“Vrienden?”, bulderde Zon. “Je hebt me gevangen.”
Tijn keek naar Zon, zei “Sorry”, en vroeg nog een keer: “Zijn we nu vrienden?”
Zon dacht even na en zei: “Als je me nu laat gaan en belooft me nooit meer te vangen, dan zijn we vrienden.”
“Voor altijd?”
“Voor altijd.”
“Goed. Ik beloof het”, zei Tijn.
Tijn wilde de Zon een boks geven, maar dat kon natuurlijk niet. Hij voelde voorzichtig met zijn rechterhand aan haar roodoranje huid. Ze was wel warm, maar hij brandde zijn handen niet.
“Ik ga”, zei Zon, die niet langer wilde wachten en voor Tijn iets kon doen, sprong Zon in zee. Ze zwom zo snel ze kon naar de verte voor ze zich helemaal in de zee liet zakken. Tijn keek nog een tijdje naar de plek waar zijn nieuwe vriendin in de zee was verdwenen. Het werd donker en Tijn viel in slaap.

Toen Tijn de volgende ochtend wakker werd, rende hij naar beneden en riep hij tegen zijn moeder, die het ontbijt aan het maken was: “Ik heb Zon gevangen. Ze draait om de aarde en het is een meisje. Ze weet niet wat een huis is en Maan en Zon zijn vrienden en Zon is nu ook mijn vriend, eh, vriendin.”
Tijns moeder glimlachte en zei: ‘Dat is mooi, schat. Maar vond de zon dat wel fijn? Is ze niet boos geworden?  Kijk maar eens naar buiten.” Het regende pijpenstelen en een felle flits werd gevolgd door een knetterende donderslag. Er was geen Zon te zien.
Tijn schudde zijn hoofd, keek naar zijn moeder en zei: “Jij snapt er echt helemaal niks van, mam.”

 

 

Meander

 

Een spontaan verhaaltje over de zevenjarige Tijn, die de Zon wilde vangen. Geschreven naar aanleiding van een ontmoeting op een terras aan het strand met een bijdehand en gezond eigenwijs, fantasierijk ventje en met zijn moeder, die hij behoorlijk in verlegenheid wist te brengen. Tijn en ik spraken met elkaar over zon en onzon.


“Het jongetje dat de zon wilde vangen”: ©Meander; 22 juli 2019.  


Foto: “De zon”; twintig minuten voor zonsondergang: © Meander; 25 juli 2018.  

Meer informatie over de Zon? Klik HIER.

Staren over zee

Staren over zee

ze stond te staren over zee                      

vanaf de top der duinen                      

tranen gleden naar benee                     

om hetgeen verloren was                      


ze stond te staren over zee                        

besloot om te gaan struinen                       

nam haar leven met zich mee                      

met daarop die scherpe kras                  


ze bleef maar staren over zee          

al slenterend op het strand                      

raakte zo van lieverlee                      

bij de branding aanbeland


ze stond te staren over zee

op verschuivende limiet

en dacht, toe neem mij toch mee

breng me weg van mijn verdriet


ze stond te staren over zee

met in hart en ziel haar lief

ervoer eenheid van hun twee

glimlachte, wist intuïtief


ze staarden samen over zee

hij van ergens wie weet waar

allerliefste staarde mee

zij naar hem en hij naar haar


ze stond te staren over zee

keerde haar rug naar ‘t water

had er rust en vrede mee

tot straks mijn lief, tot later

 

 

Meander

“Staren over Zee (zij)”: © Meander; Veerboot op het Wad; 18 juli 2019.  


Foto: Liefde van de zee: © Meander; 14 juni 2019.  


Voor verhalen en gedichten over Hart & Ziel, klik HIER.


Voor verhalen en gedichten over Zee, Kust, Strand en meer, klik HIER.

 

Meander is nieuwsgierig naar uw beleving van dit gedicht, uw ervaringen, uw liefde voor uw lief. Wat voelt u? Wat denkt u? Een gedicht dat tot nadenken stemt, vrede brengt, of rust? Is het verlies van de ultieme liefde ooit acceptabel, of slechts een feit waarmee we moeten leven? Kunt u het leven van de liefde vieren, ook als hij of zij is gegaan naar wie weet waar?
Meander verzamelt graag alle reacties om wellicht op grond van die reacties een nieuwe poëtische weergave van de verloren liefde te kunnen verwoorden, verbeelden, schetsen, impliciet laten beleven.

Dit is een variant op het origineel, omdat de ervaring vanuit verschillend perspectief kan worden gedacht. Dit gedicht is uit haar perspectief.

Staren over Zee

Staren over Zee

hij stond te staren over zee                      

vanaf de top der duinen                      

tranen gleden naar benee                     

om hetgeen verloren was                      


hij stond te staren over zee                        

besloot om te gaan struinen                       

nam zijn leven met zich mee                      

met daarop die ene kras                  


hij bleef maar staren over zee              

al slenterend op het strand                      

raakte zo van lieverlee                      

bij de branding aanbeland


hij stond te staren over zee

op verschuivende limiet

en dacht, toe neem mij toch mee

breng me weg van mijn verdriet


hij stond te staren over zee

met in hart en ziel zijn lief

ervoer eenheid van hun twee

glimlachte, wist intuïtief


ze staarden samen over zee

zij van ergens wie weet waar

allerliefste staarde mee

zij naar hem en hij naar haar


hij stond te staren over zee

keerde zijn rug naar ‘t water

had er rust en vrede mee

tot straks mijn lief, tot later

 

 

Meander

“Staren over Zee (hij)”: © Meander; Veerboot op het Wad; 18 juli 2019.  


Foto: Liefde van de zee: © Meander; 14 juni 2019.  


Voor verhalen en gedichten over Hart & Ziel, klik HIER.


Voor verhalen en gedichten over Zee, Kust, Strand en meer, klik HIER.

 

Meander is nieuwsgierig naar uw beleving van dit gedicht, uw ervaringen, uw liefde voor uw lief. Wat voelt u? Wat denkt u? Een gedicht dat tot nadenken stemt, vrede brengt, of rust? Is het verlies van de ultieme liefde ooit acceptabel, of slechts een feit waarmee we moeten leven? Kunt u het leven van de liefde vieren, ook als hij of zij is gegaan naar wie weet waar?
Meander verzamelt graag alle reacties om wellicht op grond van die reacties een nieuwe poëtische weergave van de verloren liefde te kunnen verwoorden, verbeelden, schetsen, impliciet laten beleven.

Dijktoeristen

Dijktoeristen

Fragment van schilderij; Bootjes kijken op de dijk; Theo Onnes


wat zullen we gaan doen?
niet nog eens naar het strand
waarom zou dat niet kunnen?
even een dag geen zand               

laten we gaan fietsen
wat nemen we dan mee?
stoelen en de verrekijker
drinken en eten voor ons twee               

na een uurtje fietsen
was zij het al weer zat
en wilde ergens zitten
desnoods maar aan het Wad

ik stop even met fietsen
wil je zitten? op de dijk?
het maakt mij niet uit waar
je zit daar wél te kijk

fietsen op slot gezet
de stoeltjes neergepoot
kleedje voor de zekerheid
daar kwam al de eerste boot

door de verrekijker turen
het Wad zorgvuldig afgespeurd
klippers en aken bespieden

wanneer was zij nu aan de beurt?

geef mij eindelijk die kijker
ja, ja heel even wachten nog
geduld zwaar op de proef gesteld
het duurde veel te lang, ja toch?

 

dijktoeristen
Schilderij; Theo Onnes; Bootjes kijken op de dijk

 

geef die verrekijker nou
alleen dit ene scheepje nog maar
zuchtend deed ze even later
verveeld haar armen over elkaar

gezellig samen op de dijk
zijn grijze sokken in sandalen
en maar roepen, kijk dan, kijk
hij zag niet dat zij zat te balen

ze werd boos en deed een greep
doch duwde hem per ongeluk om
ze pakte snel de verrekijker
o, wat keek haar mannetje dom

Jan en Greet een lekker stel
vijftig jaren echtelijk twisten
maar liefde vergeeft alles snel
zelfs voor kekke dijktoeristen

 

 

Meander

“Dijktoeristen”: © Meander; 18 juli 2019 0.04 uur


Schilderij: © Theo Onnes; Bootjes kijken op de dijk


Meer over Theo Onnes weten? Klik dan HIER.

 

 

 

 

Allerliefste, Allermooiste

Allerliefste, Allermooiste

mooi ligt ze te slapen                 

dromend en zo rustig                

aan mijn linkerzijde                  


lig me te vergapen                 

tikkeltje wellustig                

ben ik te benijden?                       


haar volmaakte sculptuur

artistieke weelde

van sublieme schoonheid                


nog steeds gloeit na het vuur

dat we straks nog deelden

in intieme vrijheid


ontroerend nacht en dag

‘t lichaam ligt te blaken

door welvingen verfraaid


twijfel of het wel mag

zachtjes aan te raken

als ze zich zuchtend draait


haar benen om mij slaat

lippen vinden elkaar

ze lacht, laat niet meer gaan


al vrijend wordt het laat

en weer kijk ik naar haar

‘t begint van voor af aan              


mooi ligt ze te slapen                 

dromende verleiding                

aan mijn linkerzijde                  


lig me te vergapen                 

totale toewijding                

ik, ben te benijden

       

      

  Meander       

 

“Allerliefste, Allermooiste”: © Meander; Almere; 16 juli 2019.  


Foto: Schoonheid
© Internet.

“Allerliefste, Allermooiste”, is een gedicht als ode aan de schoonheid van alle vrouwen, gezien door de ogen van hun partner. Ik las op een site met gedichten dat sommige vrouwen het zat waren om alleen maar te worden beschreven uit lust. Welnu hier gaat het over liefde en bewondering en de gevolgen daarvan.

Schilderij van John Furse. Voor meer informatie, kijk op: Etsy.com

Lees ook: Slenterende Liefde en klik daarvoor HIER.

Am Wattenmeer, Sonnenmalerei

Am Wattenmeer, Sonnenmalerei

ohne Wellen auf dem Wattenmeer                    

wenn knospender Zyklus                   

in unermesslicher Zeitlichkeit                       

unvermeidlich zum Anfang schreitet                  


Auftakt der Farben der Sonne                       

transformiert die gemischte Palette               

und malt Spektrum in ganzer Weite                     

bevor Ra sich königlich offenbart               


unergründliches Wunder                

siehe, die Majestät                 

unser Stern aller Tage                    

als ob es eine Premiere wäre                       


Herkunft Energie und Licht
                    

Grundlage unserer Existenz               

vor allem aber prickelnde Pracht                    

von ästhetischer Eminenz

 

Meander

 

 

“Am Wattenmeer, so ein schöner Morgen”: © Meander; Almere; 14 juli 2019.  


Foto: “
Am frühen Morgen im Sommer auf dem Wattenmeer”© Marina Dijs; 26 maart 2016.

 

Schiersong

Schiersong

als schiere liederen schallen                        


over het schiere duin en strand                      


schiere songwriters weer knallen                        


met ballades van eigen hand                    


melancholie van een sopraan                      


schier gevoel met een schaterlach                        


muzikanten laten zich gaan                        


met schiere noten, elke dag

 

 

Meander

“Schiersong”: © Meander; Almere; mei 2019 


Poster:© Schiersong; 2019 

Schiersong is het jaarlijks in juli georganiseerde festival voor singer-songwriters en een dichter. Inmiddels een traditie, maar wel eentje die bewust binnen een bepaalde omvang wordt gehouden.


Voor meer over Schiersong, klik HIER.


Meer gedichten en verhalen over Schier en van Schier? Klik HIER.

Zonder, met elkaar

Zonder, met elkaar

zolang gekwelden                    

zichzelf niet ervaren                     

strijden met onbestaand                        

de lege pijn voelen                          

niet de hunne                              

onbegrepen beleven                      

is vriendschap                  

kennen van samen                      

van onsstanders                     

van lotgenoten                           

liefde van het lot                          

het meer van niets                       

het genoeg van weinig                      

wat ons bindt                        

en sterker maakt


niet het dan zonder                        

maar het nu zonder                   

gedeelde waarde                        

van jou en van mij                          

van hen… van ons                  

 

 

Meander

“DichtBij”: © Meander; Almere; 12 juli 2019 0.04 uur


Foto Ochtendrood:
© Meander; Almere; 10 juli 2019 5.17 uur

 

Opgedragen aan en geschreven voor: Lily May Parker naar aanleiding van haar gedicht “IJslagen.”

 

Dicht-Bij

Dicht-Bij

alle“bij”                   
bij zijn…                       
bijeen                        
bijzonder                       
bij elkaar                          

dichtbij
bij de bijvrouw
tijdens bijslaap

het bijzijn
van menig
werkbij
in bijwerken
van bijzaken
en bijklussen
die daarbij

in hun bijrol
zoemen:

als bijen
met bijen
vrijen
vrijen bijen
allebij
en komen er
veel bijtjes bij

 

Meander

 

“DichtBij”: © Meander; Almere; mei 2019.  

Foto Bijen: Internet.

Meer weten over honingbijen? Klik HIER.