Archief van
Maand: augustus 2018

Even Altijd

Even Altijd

jouw zijn                  

voor even                 

in het zand                    

maar…                   

wassend water                          

wist impressie                

van het strand                     


waar ben je?                      

ben je nog?


jouw zijn          

voor altijd        

in mijn ziel              

waar…            

blijvend voelen        

levend houdt              

wat ons ontviel                


waar ben je nog?

 

Meander

 

 

“Even Altijd”: © Meander; Terschellling; 30 augustus 2018.
Foto: © Meander; Noordzeekust; 9 juli 2018.

Free

Free

herring gull floating                   


looking sharply far ahead                          


gloriously free

 

Meander

       

Vogelvrij

Vogelvrij


zilvermeeuw zwevend                    


schouwende blik ver vooruit                 


glorieus vrij zijn                                    

 

 

Meander

                                                   

                                               

“Vogelvrij”: © Meander; Almere; 28 augustus 2018.
Foto: © Meander; Terschelling; 27 augustus 2018.

Always on my mind

Always on my mind

aan het einde                          

van een lange weg                             

achter het immense duin                        

ligt verscholen                         

Elvis muzikale tuin                           


sinds mensenheugenis                         

staat daar Heartbreak Hotel                          

halverwege op weg naar Ameland

met zicht op machtige Noordzee

en over een onafzienbaar strand


uit de speakers knalt

keiharde, pure rock & roll

hier mag je alleen maar rocken

maak je andere muziek

dan ben je zo weer vertrokken


de sfeer van love me tender,

blue suede shoes, thats all right

en bediening ever so kind

a little less conversation

with Elvis always on my mind

 

 

Meander

 

Klik hier voor meer informatie over: Heartbreak Hotel

“Always on my mind”: © Meander; Almere; 27 augustus 2018.
Foto: © Meander; Terschelling; 27 augustus 2018.

 

Echte dromen (2)

Echte dromen (2)

Het gevecht duurde al uren. Het lukte hem niet om zijn tegenstanders de baas te worden. Zodra er een verslagen was, stonden er twee nieuwe klaar. Hoeveel had hij er intussen vermoord? Honderd? Meer misschien? Hij keek om zich heen. Er waren er nog zeker tweehonderd over. Het was niet duidelijk. Het leek wel of hij niet meer scherp kon zien.
Grote blauwe en groene vogels vlogen hoog in de lucht. Af en toe kwam er eentje krijsend naar beneden. Het leek of ze hem wilden helpen, maar ze werden stuk voor stuk vermoord met een merkwaardig soort pijlen waar een ronde bol op zat die een giftige mist veroorzaakte en zo de vogels, of nee, het waren draken, doodde.

Hij keek of hij nog genoeg ammunitie had en voldoende messen en pijlen. Het gevecht ging onverbiddelijk door en hij vocht voor zijn leven met alles wat hij had. In de verte zag hij een oogverblindend mooie jonge vrouw in een kobaltblauwe, Griekse jurk naar hem kijken. Ze wenkte, maar hij begreep het gevaar en wendde zijn hoofd af. Net op tijd om een slag met een enorm zwaard te pareren. Heel even trokken zijn vijanden zich terug. Het leek alsof ze ergens bang voor waren. Een beangstigende en beklemmende stilte nam bezit van hem en van de omgeving. Af en toe zag hij een glimp van de jonge vrouw, maar nu in felgele gevechtskleding en zwaar bewapend. Ze wenkte hem dringend als ze hem zag. Haar mysterieuze glimlach weerhield hem ervan om naar haar toe te gaan, ondanks de drang die hij voelde om haar te veroveren.

De grond begon te trillen, dreunde op een gegeven moment als een reuzentrommel. Een hevig onweer barstte los, het hagelde grote ijsbrokken en stenen, maar hij voelde ze niet. De wind wakkerde aan en alles scheen weg te waaien, zelfs enkele tegenstanders. Hij stond tot zijn middel in de branding, terwijl zijn opponenten rondom hem op het droge stonden. Dan was het weer bloedheet en zweette hij als een otter, gleden zijn wapens haast uit zijn handen en dan was het weer ijskoud. Soms zag hij niet meer dan abstracte water- of ijspartijen waar zijn belagers achter schuilden, zo vermoedde hij. De golven werden hoger en hoger. Weer zag hij in de verte de mooie jonge vrouw hem wenken. Ze droeg een donkerrood gewaad waarvan het bloed naar beneden golfde en zo de branding veranderde in een bloedende kolkende massa. Op dat moment werd een mes in zijn been gestoken en raakte een pijl zijn schouder. Hij brulde het uit van de pijn en sloeg als een razende om zich heen. Ze vielen bij bosjes, maar bleven komen. De pijn verdween en het eindeloze, zinloze gevecht ging verder.

Was hij dood? Ineens waren ze weg en lag hij op een immens groot bed naar het leek zonder begin of einde. Het licht was helder en alles was wit. Hij keek om zich heen en bekeek zijn naakte lichaam alsof hij naar zichzelf stond te kijken. Geen wondje, geen krasje, helemaal niets.
De jonge vrouw die hij steeds had gezien kwam aanlopen, naakt. Ze was gespierd, had grote borsten en het leek wel of ze steeds donkerder van kleur werd naarmate ze dichterbij kwam. Ze ging naast hem zitten, trok de lakens weg en klom op hem. Hij was verbijsterd en wilde helemaal niet, maar het moest en ze was sterker. Hij probeerde haar weg te duwen, naar ze had hem al in haar gestopt en ging tekeer als een wild dier. Plotseling draaide hij zich om, met alle kracht die hij in zich had, waardoor ze van hem af werd gegooid. Ze gromde als een woedende tijger, stak haar klauwen uit en trok de gordijnen, van wat blijkbaar ineens een hemelbed was, naar beneden. Daar stonden nog eens zes dezelfde vrouwen als de tijgerin. Hij had het idee dat hij ze herkende, het voelde goed en tegelijkertijd bedreigend, maar veel tijd om zich daar om te bekommeren, kreeg hij niet. Ze doken bovenop hem en vochten met elkaar over wie hem mocht hebben en wie als enige met hem mocht vrijen. Hij verzette zich hevig.

Een reus van een kerel kwam de kamer in. De bruut schold hem uit met zo’n luide stem dat zijn oren er pijn van deden. De gladiator gelijkende reus pakte hem in zijn nek vast, tilde hem op en maakte hem duidelijk dat zijn laatste uur had geslagen. De vrouwen waren zijn dochters en hij had hen verkracht. De doodstraf, een afschuwelijke doodstraf werd hem in het vooruitzicht gesteld. Overal verschenen merkwaardig geklede politieagenten die verdacht veel op de strijders van daarstraks leken. Ze wilden hem allemaal grijpen en boeien.

Ineens had hij zijn krachten terug. Hij leek te groeien en torende steeds hoger boven de anderen uit die hem bestookten met pijlen, stokken, kogels. Ze waren met duizenden. Hij begon als een bezetene zijn tegenstanders te vertrappen. Hij hoorde het geratel van machinegeweren en zag dat vreemde vliegers, als waren het vliegtuigen, het op hem gemunt hadden. Ze schoten op hem, maar vlak voordat ze hem raakten, spatten de kogels uiteen in een klein mistig wolkje. Daarna schoten ze raketten af, terwijl zijn tegenstanders op de grond in zijn benen begonnen te klimmen, omdat hij niet overal met zijn hoofd bij kon zijn. Had hij dit niet ergens gelezen? Met een tennisracket dat uit het niets in zijn hand was verschenen, maar voor hem een logisch instrument scheen, sloeg hij de raketten terug en verpulverde zo de vliegers. De in zijn benen klimmende, razende kleine mensjes veranderden in honderden, vervaarlijke, absurd grote wespen, die hij in korte tijd met het inmiddels elektrisch geladen racket om zeep hielp.
Net toen het stil werd zag hij in de verte een paddenstoelwolk en nog een. Atoombommen, dacht hij en hij zag de jonge vrouw weer. Ze was nu in het wit gekleed. Op de achtergrond verschenen steeds meer paddenstoelwolken. Uit die wolken regende het bloemen. De vrouw draaide zich om en liep weg zonder van haar plaats te komen. Tijdloos bleef hij kijken naar haar niet verdwijnen.

Het volgende moment lag hij met een jonge vrouw te vrijen. Nu wilde hij wel en zij nog steeds. Na een tijdje waren ze doodmoe, omdat ze eigenlijk niet wilden stoppen en door bleven gaan. Langzaam soesden ze uitgeput weg in hun omstrengeling en vielen tenslotte in slaap. De zon scheen naar binnen toen hij wakker werd en op zijn borst lag de vrouw van zijn dromen te slapen.

 

Meander

 

Echte dromen (2). Verzinsels gebaseerd op fantasie, of andersom en belevingen en wie weet zelfs gedroomde dromen. Dit keer een (on)geloofwaardig verhaal dat zo (niet) klopt dat je het al dan niet zou kunnen geloven. Is het een droom, werkelijkheid, een sprookje, een nachtmerrie of een wie weet wat?
Het is te lezen en je kunt het je verbeelden, toch?


Heb jij ook een maffe, leuke, lieve, heftige en/of volstrekt abstracte droom en kun je die opschrijven, of heb je dat al gedaan? Stuur je droom naar folkertbuiter@gmail.com en wie weet, wordt dat de volgende droom in een serie van 10 dromen in de vorm van verhaal, of gedicht. Met vermelding van jouw naam, als je dat wilt.


Lees ook: Echte Dromen (1).

 

“Echte Dromen (2)”: © Meander; Almere; 26 augustus 2018.
Foto: © Meander; Zandvoort; 17 augustus 2018.

 

Zuiderduintjes

Zuiderduintjes

Zuiderduintjes                    

kwetsbare pracht                                      

om eb en vloed                    

op ‘t Wad                    

een temporaliteit                     


ontoegankelijk                                     

voor mens                

schept perspectief              

voor ongerept

voor puur                


kostbaar beeld            

in schuivend zand              

der getijden                  

zo klein

zo groots

            

Zuiderduintjes
Zuiderduintjes vanaf Noordpolderzijl.

 

Meander

 

De zandplaat, want officieel is het geen eiland, wordt zowel Zuiderduin als Zuiderduintjes genoemd. De zandplaat ligt ten zuiden van Rottumeroog, acht kilometer ten zuidoosten van Rottumerplaat en negen kilometer ten noorden van de Waddendijk bij Usquert in Groningen.

Voor meer informatie over Zuiderduintjes, klik HIER.

“Zuiderduintjes”: © Meander; Almere; 29 augustus 2018.
Foto: Google Earth; Bewerkte Screenshot Meander.
Foto: Zuiderduintjes: 
© Meander; Noordpolderzijl; 19 juli 2018.

Wattenvirus

Wattenvirus

in deinem Blut                      

deinen Fasern                      

deinem Herz                     

deinem Kopf                    

ein Virus dass                      


ein Virus                     

ohne Gleichen                     

nicht impfen                    

weil es so gesund ist        

und stark wie was                    


ein Virus

unzerstörbar

unaufhaltbar

als Ebbe und Flut

trocken oder nass


das Virus

das immer wieder infiziert

mit der Sehnsucht nach

dem wunderbaren Wad

bringt uns unendlich Spaß

 

Meander

 

“Wattenvirus” © Meander; Almere; 24 augustus 2018

Foto: © Meander; De Wadden; 6 augustus 2018

Waddenvirus

Waddenvirus

in je bloed                      

je vezels                     

je hart                   

je hoofd                   

een virus dat                           


een virus                         

zonder weerga               

niet vaccineren

want ‘t is zo gezond

en sterk als wat                                


een virus

onverwoestbaar

niet te stuiten

als eb en vloed

dan droog dan nat                          


een virus

dat keer op keer

blijft besmetten met

hunkering naar het

oogverblindend Wad

 

 

Meander

“Waddenvirus” © Meander; Almere; 23 augustus 2018

Foto: © Meander; De Wadden; 6 augustus 2018

 

Meer over het werelderfgoed De Wadden weten? Klik HIER.

 

Zien

Zien

je kunt het zien
als je wilt
kijk dan
met aandacht
met plezier
geniet
van groot
van klein
en leg het vast
voor altijd
in je gevoel

de schaduw
van de meeuw
die vliegt
de zon die door
zijn snavel schijnt
het licht dat
de branding
laat branden
het water
dat in miljarden
druppels uiteen spat
de door eb en vloed

geslepen ribbels
in het zand
op het strand
het stromende water
terug vluchtend
naar zee
zelfs damherten
op het duin
voordat de zon
op zoek gaat
naar morgen

 

Zien

 

Meander

Foto’s Meander.

 

 

Zien  

Echte Dromen (1)

Echte Dromen (1)

gedachten verwagen                                     

ontworde bedingen                                       

als ware ijsregen verkwijnd                                


in ondiep doorwaken                                       

ontstoord vervaren

om prismatisch tellen                                              


wie ontloopt waar

achter grazige slingers

uit gesluierde putten                                       


ontdwaald aanzocht

maan verbrandende zon

grillende fladders                                      


bevalste chromatiek

omlicht aanbroken beelding

waar wanneer waarom wordt


ontdacht verwagen

verdane papilaties

als ommezien uitsterft

 

 

Meander

 

“Dromen”, waar woorden de onmogelijkheden van echte dromen verbeelden en je toch wilt weten wat het verhaal is. Het is jouw verhaal, het verhaal dat jij er van maakt. Het is jouw droom.

 

Schiere Rivièra

Schiere Rivièra

aan onze Schiere Rivièra
op het veelvermogend Wad
is beleven zoveel extra
vaak in eb en vloed vervat                                                

velen gaan er met de veerboot
stappen op een dag aan boord
samen naar dit fraaie kleinood
als ware het een pelgrimsoord                                         

omsloten door het water
veilig op een monument
rust omhelst en je laat er,
los,
ver weg van turbulent                                        

onafzienbaar zijn de stranden
indrukwekkende sereniteit
zo verdampen laatste banden
in onvoltooid voltooide tijd                                       

jonge duinen beschutten
dromend zweef je even weg
hier bestaat slechts het jutten
laat het op er vóór…,
maar weg                                        

‘s avonds wandel je uitgerust
alleen of samen op het Wad
of langs de branding aan de kust
terug over een schelpenpad

naar huis?
maar je kunt niet zonder
verslaafd aan even geen controle
diep bewogen door het wonder
van het nobele Lytje Pole

 

Meander

Foto: Meander 6 augustus 2018

 

Schiere Rivièra behoort tot een serie gedichten over de Wadden en over Zee en Kust.
Meer gedichten over de Waddeneilanden lezen?

Klik op “Schier”, of “Zonnewacht”, of Wachter van het Wad.
Meer weten over De Jutter? Klik op “Jutter Zonder Spijt”

Kijk voor meer informatie over Schiermonnikoog op www.schierweb.nl.

Dromedaris lacht zich een bult

Dromedaris lacht zich een bult


een dromedaris keek bijna scheel
                                     


humor werd het mooie dier te veel                                             


flauwe grappen waren de schuld                                  


het beestje lachte zich een bult                                            


zo werd de dromedaris kameel

 

 

Meander

De Serieverkrachter

De Serieverkrachter

Roxanne pakte haar tas in, liep naar de kapstok en deed haar jas aan. Ze zei haar collega achter de balie gedag en trok de deur naar buiten open. Ze merkte dat haar maag protesteerde en dat ze stevige trek had. Eigen schuld, besefte ze. Had ik tussendoor maar moeten eten.
Roxanne werkte in het ziekenhuis op de afdeling neurologie. Haar dienst was eigenlijk al om zes uur geëindigd, maar zieke collega’s en een spoedgeval hadden haar nog een paar uur bezig gehouden.
Kwart over negen zag ze op haar horloge en het was al bijna donker. Snel naar huis fietsen en dan een lekkere kop groentesoep, dacht ze.

De man reed van het fietspad rechtsaf het zandpad op. Vijftig meter verder zette hij de gestolen fiets tegen een boom, net voorbij een bocht. Zijn zwarte kleding maakte hem nagenoeg onzichtbaar, maar voor de zekerheid trok hij zijn capuchon over zijn hoofd.
Voorzichtig liep hij terug naar het fietspad dat door het park liep. Rechts van het zandpad verschool hij zich in de struiken die langs het fietspad stonden. Vanuit zijn schuilplaats keek hij voorzichtig of de kust veilig was. Toen hij niemand zag, ging hij aan de rand van het fietspad staan om aankomend fietsverkeer op tijd te zien.

Roxanne fietste door het hek van het ziekenhuis en sloeg linksaf het fietspad op. Ze reed stevig door, want acht kilometer was een flink eind fietsen zo laat op de avond. Het fietspad lag naast een drukke weg en verderop bij de rotonde wilde ze rechtsaf slaan om door het park te rijden. Het fietspad door het park verkortte haar route met ruim een kilometer. Ze had gehoord over de serieverkrachter die in het park actief zou zijn geweest. De afgelopen maanden waren verschillende vrouwen aangerand of verkracht, maar dat zou haar niet overkomen. Dat wist ze zeker.

Er kwam iemand aanrijden, zag de man, waarop hij zich terugtrok in de struiken. De fietser kwam steeds dichterbij. Het was een jongen van een jaar of zestien zag de teleurgestelde smeerlap. Hij liet hem rijden, want hij had het niet op mannen of jongens voorzien. Zijn prooi was steevast een jonge vrouw.

De man schrok, omdat hij stemmen naderbij hoorde komen. Een man en een vrouw kwamen met twee Rottweilers het zandpad aflopen. Ze waren zo druk in gesprek dat ze geen acht sloegen op het aanzwellende gegrom van de honden die de verborgen verkrachter hadden geroken. De man was doodsbang voor honden en hield zich muisstil. Tot zijn grote opluchting liepen het tweetal door, maar de honden bleven grommen. De vrouw riep de honden en ze trokken beiden hard aan de riemen. De Rottweilers liepen onwillig met hen mee.
Vlak daarna zag de verstopte aanrander een vrouw voorbij rijden. Hij wilde er achteraan rennen, maar realiseerde zich dat het stel met de honden nog te dichtbij was.

Groentesoep

Roxanne reed het park in. Het fietspad was redelijk verlicht, maar toch verhoogde ze haar snelheid, want het leek er op dat het mistig begon te worden. Stom, dacht ze, was ik hier maar niet langs gegaan. Ze overwoog even of ze terug zou gaan. Ze verhoogde haar tempo nog een beetje en reed zo snel mogelijk verder. Ik rijd zo hard als een kerel, dus niemand doet me wat, maakte ze zichzelf wijs. Ver voor haar reed nog iemand.

Weer kwam er iemand aan fietsen en de geduldige jager stond klaar om toe te slaan. Hij trok zich net op tijd terug. Een oudere vrouw op een elektrische fiets kwam voorbij rijden. Zo’n ouwe taart, daar had hij geen zin in. Hij keek in de richting waar de vrouw vandaan kwam en zag het licht van de volgende fiets.

Roxanne voelde zich steeds ongemakkelijker zo alleen. “Ach”, zei ze tegen zichzelf, “doorrijden. Op naar de groentesoep.”
Op dat moment sprong er een donkere, lange, slungelige gedaante op het fietspad. In plaats van te stoppen, probeerde ze te versnellen, maar eenmaal naast haar belager, kreeg ze een harde duw. Roxanne viel op de grond, krabbelde snel overeind en zei: “Rot op.” Tegenover haar stond een man, dat kon ze aan zijn stem wel horen.
“Doe wat ik zeg, anders steek ik je overhoop”, schreeuwde de man. Hij had een groot, roestvrijstalen slagersmes in zijn hand. “Loop voor mij uit tot ik zeg dat je kunt stoppen. Maak je kleren alvast maar los. Ik beloof je dat je het lekker gaat vinden.”
Roxanne merkte dat haar angst plaats maakte voor iets anders. Ze trilde over haar hele lichaam van woede. “Laat mij gaan, gek”, riep ze.
De man kwam met geheven mes dichterbij. “Luisteren, kreng. Uitkleden. Je krijgt wat je verdient, kutwijf.” Hij stond vlakbij haar, pakte haar beet en probeerde haar jas open te trekken. Zijn capuchon schoof daarbij van zijn hoofd. Hij vloekte, want nu had ze hem gezien al was het donker.
Na enige tijd reed een fiets weg. Eerst langzaam, maar uiteindelijk steeds sneller. Het rode achterlicht vervaagde en verdween definitief uit zicht toen de fietser rechtsaf sloeg.

Tegen elf uur zat Roxanne half opgerold op haar bank met een warme, geurige bak groentesoep volgens oma’s recept. Dikke vermicelli, doorgekookte groenten, veel tuinkruiden, zacht rundvlees en oversized gehaktballetjes, precies zoals haar oma haar dat geleerd had. Ze had eerst gedoucht en daarna haar jas, broek en shirt in de allesbrander gegooid, omdat die hufter ze had aangeraakt.
Roxanne nam nog een half kommetje omasoep en vroeg zich af wanneer de klap kwam. Na een half uur, stond ze op, deed het licht in de woonkamer uit en liep naar de douche om haar tanden te poetsen. Ze hoopte maar dat ze kon slapen.

In het park, op het zandpad, zo’n twintig meter van het fietspad, lag een donkere, vormeloze figuur. Het glimmende, schoongepoetste heft van een slagersmes stak uit zijn borst. Verderop langs het zandpad stond een fiets.

 

Meander

Blutmond

Blutmond

der Mond wird rot
länger als oft
röter als rot                                     

der Mond weint
für was er weiß
um was er fühlt                                   

der Mond heult
von Schmerz
und Traurigkeit                            

der Mond blutet
aus Scham
weil er sieht                               

Mutter Erdens
Partner
klagt uns
Menschen an                                  

wir sehen zu
voller Bewunderung
und verstehen nicht
was er sagt                         

es ist so schön
so besonders
ein Märchen, aber…
was wird gefragt                                   

die Erde rötet
den Mond
blutendes Zeichen
am Firmament                                   

die Menschen
drängen zusammen
offene Münder
man bestaunt, gespannt                               

Blutmond
lässt uns wissen
Mutter Erde
ist so,
ja so,
schrecklich abgebrannt

 

Meander

 

Danke Doris Wagner für die Liebe und Hilfe beim korrigieren.

 

Huismus

Huismus

Een Haimus in plaats van een Haiku, want deze rijmt wel en is daarmee een Haiku met een bonus.

 

een echte bonus                                    


zo’n gezellige huismus                                   


dichtbij dus heel knus                            

 

 

 

Meander