Archief van
Tag: Natuur

Levensstof

Levensstof

Schijnbaar                                

Grauw                              

Stof                               

Oranje                              

Geel                                    

Gekleurd                                   

Door Witte                            

Regenboog                                 

Van Zon                                 


Alom                                

Verbaasd                                    

Bevreesd                                

Verwonderd                              

Vragend                                    

Waarom                                   


Natuur                                 

Van Eeuwen                              

Op Drift                      

Verrijkend                                  

Mineraliserend                                                             

Veroorzakend                               

Leven                                     


Zon                        

Toont

Kleur

Van Leven

 

Door Markus, gastschrijver uit Groningen.

 

De storm Ophelia die Ierland teisterde, nam onderweg van de Azoren over de Atlantische oceaan grote hoeveelheden Saharazand en rook van de bosbranden in Portugal mee. Nederland en andere landen aan de Noordzee werden er door verrast. In plaats van een mooie zonnige dag met een strakke blauwe lucht, werd het een dag met licht gekleurde grijs verkleurde dunne wolken. Door de wolken scheen een onwaarschijnlijk mooie oranje zon. De zon had geen andere kleur, maar het stof dat in de lucht hing verkleurde de zon.
Saharazand is rijk aan mineralen en een belangrijke bron van vruchtbaar materiaal voor het Amazonegebied en andere delen van de aarde.

 

Uitleg Saharazand KNMI. Klik HIER.

Portugese bosbranden en Saharazand; Dagblad van het Noorden. Klik HIER.

Oranje Zon boven Nederland door Saharazand en rook; het Parool. Klik HIER.

Winterkoninkje

Winterkoninkje

Wilma zat achter het raam aan de achterzijde van haar woning naar de vogels te kijken. Rechtsachter in de tuin zat een groep mussen, die de door Wilma gestrooide broodkruimels verorberden. Op de schutting verscheen een ekster die niets van belang zag en daarom vertrok naar een volgende tuin. Een pimpelmees vloog van de appelboom naar een van de vetbollen, die Wilma’s dochter in de bomen en aan de schutting had gehangen.

De tuin was niet breed, maar met ruim eenendertig meter uitzonderlijk diep voor de een-gezinswoning van Wilma. Achterin stonden een appelboom en een lariks.De rest van de tuin stond vol met struiken en vaste planten. Langs de schuttingen met de buren had haar man ooit klimop, kamperfoelie en wingerd geplant, waardoor de schuttingen nagenoeg geheel bedekt bleven, zelfs in de winter. Het terras achter het huis was klein, wat gecompenseerd werd door een zitje in het midden van de tuin bij een kleine vijver.

Gerrit was twee jaar geleden overleden na langdurig ziek te zijn geweest. De ziekte van Parkinson had hem gesloopt. Wilma was er wel verdrietig om en mistte hem iedere dag, maar ze was vol goede moed verder gegaan, want dat had ze met Gerrit afgesproken. Ze was negenenzeventig, kerngezond en was betrokken bij veel activiteiten in het dorp. Thuis zat ze in de winter graag voor het raam te kijken naar alle levendigheid in haar tuin. Zodra het weer dat toeliet, zat ze buiten. De diversiteit aan vogels was groot, wat mede te danken was aan de inrichting van de tuin. Een nabijgelegen bos op minder dan driehonderd meter van haar huis bood extra beschutting voor de vele vogels.

Ze keek de tuin weer in en zag een muisje wegschieten. Ze zag haar winterkoninkje tevoorschijn komen. Haar favoriete tuinbewoner. Het was een klein, parmantig vogeltje dat druk in de weer was om in de lage struiken eten te vinden en voorbereidingen te treffen voor de lente. Een winterkoninkje hield er meerdere vrouwtjes op na, als hij de kans daartoe kreeg. Dit diertje leefde vermoedelijk al een paar jaar in haar tuin, want de de ongeveer vijftien nestjes zaten ieder jaar op dezelfde plaats. Vorig jaar had het winterkoninkje maar liefst drie koninginnen gehad. Dat was maar goed ook, want slechts vier van de twintig jongen hadden het overleefd. Slecht weer, een sperwer en de eksters hadden hun tol geëist.

Af en toe schoot het winterkoninkje de struiken of de klimop in, beducht op gevaar en reagerend op iedere potentiële dreiging.
Brutaal kijkend vloog het diertje met opgeheven staart naar het plateau, waar Wilma een paar keer per dag brood en zaden neerlegde, maar het plankje was leeg. Het lichtbruine, met strepen gevleugelde vogeltje fladderde naar een potje dat op zijn kant lag aan de rand van de vijver, vastgeklemd in een houten houder. In het potje zat vet en in het vet zaten insecten en maden. Het winterkoninkje had flinke trek, want hij hakte er op los, zijn staart geheven waardoor hij groter leek. Hij had het zo druk met eten dat zijn aandacht voor de omgeving even verslapte, net op het verkeerde moment.

Sperwer en Winterkoninkje

Op tweehonderd meter hoogte vloog een sperwer over de tuinen, in de wetenschap dat daar vaak iets te halen was. Hij had de mussen wel gezien, maar dat was wederzijds, dus die vlogen als de wiedeweerga al tsjilpend tussen de struiken. De sperwer vloog door, maakte een grote bocht en kwam terug. Het winterkoninkje brandde op zijn netvlies en hij vloog nog eens over de tuin.

Wilma volgde het winterkoninkje dat even naar een struik vloog om zijn snavel te ontvetten. Even later vloog het beestje terug naar de pot met lekkernijen. Wilma pakte haar verrekijker om het prachtige vogeltje nog beter te bekijken. Wat een prachtig dier, dacht ze. Zo mooi, met dat streepje bij zijn ogen en zo alert. Toch was het winterkoninkje niet alert genoeg.

De sperwer zag het winterkoninkje de struiken in glippen, maar gaf niet op. Met een lange, grote bocht om uit zicht te blijven, verdween de schitterende roofvogel om een minuut later terug te keren. Het winterkoninkje zat alweer bij de het potje en de sperwer zette  de aanval in. Met grote snelheid kwam hij langs de tuinen van de buren, maakte een scherpe bocht en dook naar het potje.

Wilma schrok van de sperwer en riep: “Nee!” Ze trok wit weg en hapte naar adem. De roofvogel was naar beneden gekomen net op het moment dat ze haar verrekijker weglegde. Ze zat te trillen in haar stoel. De sperwer was alweer weggevlogen met zijn buit. Van het winterkoninkje was geen spoor meer te bekennen. Wilma stond op en liep naar de tuindeur, ontdaan door wat zich voor haar ogen had afgespeeld. Ze stond een tijdje in de deuropening, liep een stukje de tuin in en merkte dat het helemaal stil was. Ze liep weer naar binnen. Jammer, dacht ze verdrietig, wat is de natuur toch hard.

Terwijl Wilma naar de keuken liep om een thee te zetten, bewoog de klimop licht en kwam het winterkoninkje aarzelend tevoorschijn. Het hipte over de grond en vloog een paar keer snel terug de klimop in, tot het zich zeker genoeg voelde en zich weer koning van de tuin waande.
En de sperwer? Die had vandaag een onfortuinlijke muis als lunch.

 

meander
Winterkoninkje als metafoor voor de kracht het kleine.

Winterkoninkje; Troglodytes Troglodytes
Winterkoninkje; De Tuinen
Sperwer; Vogelbescherming
Sperwer; Filmpje