Er was eens….een Leugen

Er was eens….een Leugen

Er was eens een leugen in het land van Overal.
De leugen was eenzaam en alleen in een wereld vol waarheden. Ze werd regelmatig geconfronteerd met haar minderwaardigheid door de zich op de borst kloppende waarheden.
Zij, de leugen, was niemand en zou eigenlijk niet mogen bestaan, zo werd haar verteld. Zo was zo opgegroeid en ze had nooit anders gehoord. Daarom nam ze als vanzelf aan, dat de waarheden ook hierover de waarheid waren.

Ze vroeg zich regelmatig af waarom ze bestond en wat haar voortbestaan rechtvaardigde, tot ze op een dag in enkele waarheden barstjes zag verschijnen. Vanaf die dag lette ze beter op en vroeg ze aan de haar beschimpende waarheden, waarom ze waarheden waren. Dat was in de ogen van alle waarheden een ongehoorde vraag, een impertinente brutaliteit. Hoe haalde het laagste van het laagste, de leugen, het in haar verwarde hoofd om hen een dergelijke vraag te stellen?

De waarheid was echter anders dan het beeld dat ze bij de leugen achterlieten met hun reactie. De waarheden begonnen aan zichzelf te twijfelen. De een na de ander. Dat ene irritante leugentje had de collectiviteit van waarheden aan het wankelen gebracht. Waren ze wel waar, of waren ze slechts schijnwaarheden, of nog erger onwaarheden, dus leugens? Ze wisten het niet, zoals ze ook niet wisten waarom ze waarheden waren.

De volgende dag was er één waarheid die de leugen confronteerde met de ernstige gevolgen van haar vraag. De leugen zei vriendelijk: “Als jij de waarheid bent, waarom ben je dat dan? Of.., ben je slechts de waarheid van dit moment, de waarheid van een bepaalde plaats, of de waarheid van een zeker iemand? Ben jij niet de leugen, in plaats van dat ik dat ben?”
De waarheid was geschokt, keerde zich om en ontdekte door die ene simpele beweging, dat hij behalve waarheid ook leugen kon zijn. En….de leugen zag het. Ze vroeg de waarheid om samen met haar verder te gaan, om de waarheid van de leugen en de leugen in de waarheid die plaats te geven, die hen toe kwam. De waarheid keek om en aarzelde. Hij wachtte en wachtte.

Toen viel de waarheid op zijn knieën en vroeg de leugen ten huwelijk. Wat moest de leugen nu zeggen als ze slechts de leugen was? Ze voelde dat ze leugen en waarheid wilde zijn en zei: “Ja.” Bedoelde ze nu nee, omdat ze loog, of sprak ze de waarheid? Dat maakte niet meer uit. Waarheid en leugen werden één.
En ze logen nog lang en gelukkig in ultieme eigen waarheid en kregen vele kinderen waarvan de ene helft ware leugens en andere helft leugenachtige waarheden waren.

 

Meander

 

De foto van het heelal is bedoeld als het beeld dat wij als waarheid van het moment ervaren. Een beeld dat feitelijk bestaat uit ontelbaar verschillende waarnemingen met allemaal verschillende leeftijden. Wat we zien is niet waar, maar zijn het daarmee ook leugens? Is het heelal een oneindige verzameling leugens, of een complexe samenstelling van de historie van het heelal, zoals we dat nu waarnemen? Bestaat ruimtetijd ook in die zin, dat het waarheden in tijd zijn?

Nietzsche schreef: “Waarheden zijn illusies waarvan men vergeten is dat zij illusies zijn. Metaforen die versleten zijn en letterlijk krachteloos zijn geworden.”

Nietzsche’s Waarheid en Leugen

Wanneer, waarom, waar en hoe is iets waar, of niet waar, of allebei?

3 gedachten over “Er was eens….een Leugen

Geef een reactie